Vragen van Koffeman (PvdD) over bejaag­baarheid grauwe gans


Indiendatum: 27 sep. 2022

Bejaagbaarheid grauwe gans

In zijn bijdrage tijdens het debat over de Aanvullingswet Natuur Omgevingswet dd. 30 juni 2020 betoogde de heer Van Dijk (SGP) dat grauwe ganzen (en kolganzen) veel schade veroorzaken, terwijl “hun vlees” verkocht zou kunnen worden. De SGP vroeg de minister om te onderzoeken of ganzen "bejaagd worden op basis van de strikte uitzonderingsbepalingen uit de Vogelrichtlijn, terwijl die, gelet op de aantallen, helemaal niet meer op hen van toepassing zijn?" De minister geeft in haar brief aan dat ganzen in veel gebieden “overbelasting” en “schade aan natuur en landbouw” veroorzaken. Zij gaat daarom met de provincies in gesprek over mogelijkheden om het beheer te “intensiveren”. Het bejaagbaar maken van de grauwe gans en de voor- en nadelen daarvan is “een van de spreekpunten.”

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het belangrijk dat afschot van grauwe ganzen ten alle tijden wordt voorkomen. Zij hebben daarom de volgende vragen:

De Nederlandse populatie van de grauwe gans is inderdaad groot, maar een deel van de populatie maakt deel uit van een trekkende populatie die kwetsbaar is, omdat deze populatie in meerdere landen wordt bejaagd.

  1. Is de minister het met de leden van de fractie eens dat het bejagen of vergassen van grauwe ganzen niet alleen een uiterst dieronvriendelijke vorm van beheer is, maar bovendien weinig effectief, aangezien de populatie meteen zou worden aangevuld door grauwe ganzen van elders?
  2. Is de minister bereid wetenschappelijk onderzoek te (laten) doen naar de effectiviteit van diervriendelijke vormen van beheer, zoals het rapen of onklaar maken van de eieren van grauwe ganzen, het plaatsen van vlaggen of het inzaaien van witte klaver in natuurgebieden om grauwe ganzen daarmee weg te lokken van nabij gelegen raaigras?
  3. Is de minister het met de leden eens dat het aanleggen van natuurontwikkelingsgebieden die bestaan uit water en land logischerwijze ganzen aantrekken? Is de minister het dan ook met de leden eens dat niet de ganzen moeten worden bestreden, maar het landschap zou moeten worden aangepast?
  4. Erkent de minister dat ganzen worden aangetrokken door raaigras van de intensieve landbouw en dat het dus beter is om het raaigas te vervangen door een andere begroeiing, die minder geliefd is bij grauwe ganzen? Zo ja, erkent de minister dat het beter is boeren hiervoor een vergoeding te bieden ipv een schadevergoeding voor de schade aan het raaigras (of andere gewassen)?
  5. Erkent de minister dat grauwe ganzen een belangrijke functie hebben in het landschap van natuurgebieden, bijvoorbeeld het open houden van het riet en het kort houden van het gras, en dat andere vogelsoorten daarvan profiteren?
  6. Is de minister het met de leden eens dat de grauwe gans een intrinsieke waarde heeft, los van de waarde als vlees dat verkocht kan worden voor menselijke consumptie?
  7. De wildlijst is in april jl. opnieuw vastgesteld. Er is toen voor gekozen om de grauwe gans niet op deze lijst te plaatsen. Het bevreemdt de leden dat er nu al aan deze lijst getornd zou kunnen worden. Wat is er in de afgelopen maanden veranderd, waardoor de minister nu toch open lijkt te staan voor het plaatsen van de grauwe gans op deze lijst of het bieden van een ontheffing? Is de minister het met de leden eens dat geen enkel dier als schadelijk zou moeten worden aangemerkt en dat de wildlijst daardoor eerder zou moeten worden beperkt ipv uitgebreid?
  8. Is het de minister bekend dat ganzen een monogame diersoort zijn, die relaties voor het leven aangaan, waardoor het moedwillig doden van ganzen onvermijdelijk tot grote aantallen rouwende partnerdieren zal leiden? Zo ja, acht u dit ethisch verantwoord en op welke gronden?