Vragen Koffeman (PvdD) over vijfde voort­gangs­rap­portage Natuur 2018


PvdD kritisch over verkoop percelen 'snip­per­natuur'

De Partij voor de Dieren (PvdD) heeft met belangstelling kennisgenomen van de vijfde voortgangsrapportage Natuur en het ambitiedocument Nederland Natuurpositief. De leden hebben daar nog enkele vragen over.

Slechts 13 procent van Nederland bestaat uit beschermd natuurgebied. Ons land is daarmee de hekkensluiter van Europa. Toch besloten de Provincie Gelderland en Staatsbosbeheer dit jaar om Gelderse natuurgebieden met een totale oppervlakte van 600 hectare te verkopen aan de hoogste bieder. Voorwaarde was dat de natuur ook natuur bleef en in de toekomst goed beheerd zou worden. Met de opbrengst van de verkoop wilde Staatsbosbeheer naar eigen zeggen “betere natuur” terugkopen.

Kan de minister aangeven hoeveel kavels er zijn verkocht? Hoe is de staat van de door Staatsbosbeheer verkochte natuurgebieden tegenwoordig? Houdt Staatsbosbeheer toezicht op het onderhoud van deze gebieden? Wordt er ingegrepen wanneer die gebieden ten onrechte niet voor natuurdoelen worden ingezet? Hoeveel heeft de verkoop opgebracht en welke “betere natuur” wordt of is daarmee teruggekocht? Is de minister voornemens deze verkoop te evalueren? En, tot slot, zijn er plannen om in de toekomst ook andere natuurgebieden te verkopen door Staatsbosbeheer en de provincies?

Graag vernemen we ook een exact overzicht van de resultaten van het gunningsbeleid van deze verkoop. Hoeveel percelen zijn bij de eigenaren van belendende percelen terecht gekomen, hoeveel percelen zijn gegund aan de hoogst biedende en in hoeveel gevallen is het perceel niet gegund aan de hoogstbiedende en niet aan een eigenaar van een belendend perceel?

Kan de regering een tijdpad aangeven waaruit duidelijk wordt wanneer Staatsbosbeheer percelen natuur in andere provincies wil verkopen en in welke omvang dat zal zijn?

Is de natuurbestemming op de verkochte percelen onomkeerbaar en welk toezicht valt te verwachten op de bestemming van aan derden verkochte snippernatuur?

Deelt het kabinet de mening dat waar toezicht op snippernatuur in handen van Staatsbosbeheer of de Provincie al moeilijk is, dat temeer zal gelden voor snippernatuur in handen van derden? Op welke wijze wilt u het toezicht zodanig organiseren dat natuurwaarden voldoende beschermd zullen zijn? Welke toezichtfrequentie staat u voor ogen, door wie en in welke vorm?