Schrif­te­lijke vragen Niko Koffeman (PvdD) over verbod op kolen voor elec­tri­ci­teits­cen­trales


Bezwaren PvdD tegen gebruik van hout(pallets) als alter­na­tieve brandstof

Betreft: Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie

De fractie van de Partij voor de Dieren (PvdD) heeft met belangstelling kennisgenomen van het voorstel voor de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. De fractie steunt het voorstel om het gebruik van steenkool voor het opwekken van elektriciteit uit te faseren, aangezien het stoken van kolen één van de meest vervuilende manieren is om elektriciteit op te wekken, maar heeft nog enkele vragen.

Het wetsvoorstel introduceert een verbod op het gebruik van kolen voor elektriciteitsproductie. Het staat de exploitanten van kolencentrales vrij om na afloop van de overgangsperiode elektriciteit te blijven produceren met de centrale, mits hiervoor andere brandstoffen worden gebruikt. De exploitanten maken zelf de afweging welke alternatieve brandstoffen het meest geschikt zijn voor hun centrale.

De leden van de PvdD-fractie hebben grote bezwaren tegen het gebruik van hout(pellets) als alternatieve brandstof voor het opwekken van elektriciteit.

Het stoken van hout(pellets) levert de meest vervuilende energie per geproduceerde kWh op en is daarmee nog vervuilender dan het stoken van kolen. De Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) concludeert dat het (bij)stoken van hout niet bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelstellingen. Levende bomen vangen CO2 op en zetten deze om in zuurstof. Door deze bomen te versnipperen en op te stoken komt deze vastgelegde CO2 weer in de atmosfeer terecht. Daarnaast kan een gekapte boom geen nieuwe CO2 opvangen en vastleggen in hout, waardoor de negatieve impact van bomenkap/houtstook wordt vergroot. Aanplant van jonge bomen compenseert dit niet of nauwelijks, omdat jonge (en kleine) bomen veel minder CO2 opvangen en vastleggen dan oudere bomen. Om de mondiale temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad of maximaal 2 graden, moeten maatregelen getroffen worden die nú effect hebben en niet pas over jaren of zelfs decennia. De aanplant van jonge bomen ter vervanging van oudere bomen is daarom een maatregel die op de korte en middellange termijn geen wezenlijke bijdrage levert aan het beperken van klimaatverandering. De maatschappelijke weerstand tegen het kappen van bomen als brandstof voor elektriciteitscentrales, is bovendien groot.

Kan de minister aangeven of hij voornemens is het gebruik van hout(pellets) door elektriciteitscentrales tot een minimum te beperken? Is de minister van plan om het subsidiëren van deze vorm van biomassa te stoppen ten gunste van echt duurzame biomassa? Erkent hij het probleem dat er van de biomassavraag een zuigende kracht voor kaalslag uitgaat? Welke maatregelen neemt hij om de handel in kaphout van Nederlandse bossen aan banden te leggen?

De leden van de PvdD-fractie zien de reactie van de minister graag tegemoet.