Schrif­te­lijke vragen over bestuurs­rech­te­lijke hand­having van Wet op verbod pels­dier­hou­derij


Voorbereidend onderzoek Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met het toevoegen van de bevoegdheid tot het opleggen van bestuursrechtelijke herstelsancties ter handhaving van die wet.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennisgenomen van de wetswijziging, maar hebben een aantal punten van zorg.

Het verbod op pelsdierhouderij is op 15 januari 2013 in werking getreden. Sindsdien is het bij wet verboden om pelsdieren te houden of te doden voor de productie van bont. Nieuwe pelsdierhouderijen mogen niet meer worden opgericht en bestaande pelsdierhouderijen niet uitgebreid. Handhaving van de wet gebeurde tot nu toe via het strafrecht, maar kan door deze wetswijziging ook bestuursrechtelijk plaatsvinden. Dat betekent dat na de wetswijziging de pelsdierhouder door middel van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom kan worden gedwongen het aantal pelsdieren terug te brengen naar het maximale toegestane aantal.

Ten eerste vinden zij ieder dier dat wordt vergast er een te veel en kijken zij reikhalzend uit naar 2024 wanneer het totaalverbod op het fokken van nertsen van kracht zal zijn. Zij achten het fokken en doden van nertsen voor hun vacht onethisch en wreed.

Ten tweede maken de leden zich zorgen over de handhaving van de wet. Zij wijzen er op dat uit controles door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in 2016 bleek dat er in dat jaar bij 20 nertsenfokkerijen meer nertsen werden gehouden dan toegestaan[1]. Het OM ging toen niet tot vervolging over. Klaarblijkelijk kunnen pelsdierhouders die de wet overtreden ongestraft hun gang gaan. Dat er nu niet slechts strafrechtelijk, maar ook bestuursrechtelijk ingegrepen kan worden achten de leden positief, maar zij vragen zich af of de NVWA wel voldoende capaciteit heeft voor de handhaving van de wet. Kan de minister aangeven hoeveel capaciteit er jaarlijks bij de NVWA beschikbaar is voor de controle van pelsdierhouderijen? Waarop baseert de minister dat deze capaciteit voldoende is om de wet te handhaven? Kan de minister aangeven dat de 20 nertsenfokkerijen die de fout in gingen inmiddels hun zaken op orde hebben?

Ten derde zijn de leden van de PvdD van mening dat de pelsdierhouderij tijd genoeg heeft gehad om zich voor te bereiden op 2024. Zij steunen de door de leden Geurts/Lodders (CDA/VVD)[2] voorgestelde wijziging van de subsidie voor sloop- en opbouwkosten voor pelsdierhouderijen derhalve niet.

Ten vierde: Ondanks het verbod op de pelsdierhouderij geldt er in Nederland geen import- en handelsverbod voor bont. Is de minister met deze leden van mening dat een import- en handelsverbod eveneens wenselijk is? Is zij bereid zich hiervoor in te zetten? Tot slot vragen de leden de minister wanneer zij zich in gaat zetten voor een algeheel Europees verbod op pelsdierhouderij.

[1] beantwoording-kamervragen-nertsenhouderij-putten.pdf

[2] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2019Z02856&did=2019D06157