Schrif­te­lijke vragen Natuurpact en Voort­gangs­rap­portage Natuur


De leden van de Partij voor de dieren hebben met belangstelling kennis genomen van het Natuurpact en de voortgangsrapportage Natuur. Aantasting van beschermde natuurgebieden door ruimtelijke ingrepen (zoals de verbreding van wegen) is in principe niet toegestaan. Enkel ruimtelijke ontwikkelingen die een groot openbaar belang dienen en waarvoor geen alternatieven zijn, kunnen onder strikte voorwaarden worden toegestaan. De negatieve effecten op de natuur dienen daarbij zoveel mogelijk beperkt te worden en de overblijvende effecten moeten worden gecompenseerd. Uit de Derde Voortgangsrapportage Natuur blijkt dat Provincies in veel gevallen op een positieve manier bijdragen aan natuurbeleid en behoud. Echter wordt er niet of nauwelijks in beeld gebracht of er niet tegelijkertijd bij andere gedeelten in diezelfde provincies natuur wordt volgebouwd of beschadigd. Hoe kan gecontroleerd worden of provincies, naast het stimuleren van projecten om de natuur te verbeteren, ook natuur compenseren op het moment dat zij bijvoorbeeld wel wegen uitbreiden? En welke natuureffecten van deze compensaties daadwerkelijk compenserend werken om het verlies aan natuur goed te maken.

Het voorgestelde nieuwe stelsel voor de wet natuurbescherming neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. De leden van de Partij voor de Dieren vragen het kabinet of de Europese regelgeving toereikend is voor de specifieke situatie van Nederland. Volgens bijvoorbeeld de Vogelbescherming heeft Nederland een bijzonder grote internationale verantwoordelijkheid, omdat een groot deel van de wereldpopulatie van een groot aantal Europese broed- en weidevogels in ons land broedt. Van de 197 Nederlandse broedvogels staan er nu 87 op de Rode Lijst, verdeeld over verschillende categorieën, van (vrijwel) uitgestorven tot kwetsbaar. Ook weidevogels zoals de grutto, de tureluur en de wulp staan op de Rode Lijst (Nederlands Dagblad, 1 december). Is de Europese regelgeving specifiek genoeg afgestemd op onze eigen (kwetsbare) flora en fauna?

Hoe kan het dat fraude met vervoersbewijzen en mestbemonstering, maar ook tekortschietende controle door overheidsinstanties als een reeds lang bestaand probleem worden benoemd in het adviesrapport ‘Mest nader onder de loep genomen’ van oud-politicus Piet Blauw en accountant Marco Korff, maar dat tezelfdertijd de berekeningen en beleidsmaatregelen met betrekking tot derogatie gebaseerd blijven op berekeningen die aantoonbaar afwijken van de werkelijkheid? Aantallen gehouden dieren blijken structureel af te wijken van vergunde aantallen, en desalniettemin blijft de regering zich baseren op vergunde aantallen. Datzelfde geldt voor de volgens het CBS geproduceerde mest in Nederland, ook hier is de productie gebaseerd op een fictief aantal – vergunde- gehouden dieren.

Kan het kabinet aangeven hoe een nieuwe derogatie verantwoord kan worden op basis van papieren gegevens die bewezen afwijken van de praktijk en grotere schade veroorzaken aan natuur en landschap dan berekend?


De verantwoordelijkheid van de Provincies om goed voor hun natuur te zorgen zou volgens de Derde Voortgangsrapportage Natuur goed uitpakken. Voor bijvoorbeeld Noord-Holland geldt dat nog ruim 1.800 hectare agrarisch natuurbeheer gecontracteerd wordt binnen het Natuurnetwerk. De helft daarvan ligt op gronden die lang geleden door een terreinbeherende organisatie in verpachte staat zijn verworven (‘oude pacht’) en daarom de status van landbouwgrond hebben. De andere helft ligt op land dat nog niet is verworven of via particulier beheer van functie is veranderd. De provincie wil hieraan een eind maken en vindt dat de bedrijven voor particulier natuurbeheer moeten kiezen of de grond moeten verkopen. Maar particulier natuurbeheer is financieel onaantrekkelijk geworden en vatbaar voor verstorende elementen zoals plezierjacht en mestdumping. Voor bedrijven op verworven grond betekent de wijziging dat zij geen beheervergoeding meer krijgen en ook andere voordelen van de status van landbouwgrond verliezen, waarmee het beheer bemoeilijkt zou kunnen worden of tenminste minder aantrekkelijk. Voor deze gronden is het Natuurnetwerk al gerealiseerd: ze zijn in handen van een terreinbeherende organisatie. Die gaat – als de beleidswijziging wordt doorgevoerd – de beheervergoeding ontvangen, maar blijft de grond gewoon (met natuurbepalingen) aan boeren verpachten. Hoe wenselijk is dat in het licht van de conclusies van de commissie die in 2013 onder leiding van ex-minister Agnes van Ardenne concludeerde in het rapport 'Onbeperkt Houdbaar' dat het agrarisch natuurbeheer 'op een groot fiasco is uitgelopen'? Welke garanties zijn er dat een dergelijk fiasco met de nu voorgestelde werkwijze kan worden voorkomen?

De provincie Noord-Holland geeft aan dat er geen goed alternatief bestaat, maar in feite komt dit argument neer op verbloemde onwil om het beleidsvoornemen in te trekken of anders in te vullen. (Boerderij Vandaag, 21 juli). Dit voorbeeld laat zien dat de eigen verantwoordelijkheid van de provincies ook tot een gemakzuchtige houding kan leiden ten opzichte van bijvoorbeeld landbouwgronden. Hoe wordt gecontroleerd of provincies alles doen wat zij kunnen doen om natuur te optimaliseren en toezicht te houden op wetsovertredingen die indruisen tegen de belangen van de natuur?

In de Derde Voortgangsreportage Natuur wordt veel aandacht besteed aan de positieve projecten waar de provincies zich momenteel voor inzetten. Provincie Flevoland heeft echter het plan om Lelystad Airport te gaan uitbreiden. Voor de kwetsbare natuur en dieren rondom Lelystad Airport (de Oostvaarders Plassen, het IJsselmeer) zal de uitbreiding dramatische gevolgen hebben. De grote groepen ganzen vormen bovendien een gevaar voor het vliegverkeer, het vliegverkeer vormt een groot gevaar voor beschermde vogels. Hoe worden plannen als de uitbreiding van Lelystad Airport gecombineerd met de voornemens voor natuurverbetering? Kunt u concreet aangeven wat de betekenis zal zijn van een voorgenomen uitbreiding op kwestbare natuurwaarden?