Schriftelijke vragen elektronische gegevensverwerking patiënten

Schriftelijke vragen elektronische gegevensverwerking patiënten

Naar aanleiding van antwoorden op eerdere vragen van de minister van 24 april 2017, hebben

de leden van de fracties heeft de PvdD nog enkele aanvullende vragen inzake het Ontwerpbesluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders. Deze vragen staan ook in relatie tot de aangenomen moties Tan c.s. (na verwerping 31.466), Bredenoord c.s. en Teunissen c.s. bij de behandeling van wet 33.509.  

1. Op de vraag in de brief van de Kamer van 29 maart 2017 of eerdergenoemd besluit niet in strijd is met de motie-Tan c.s. (EK 31466 X, 2010/2011) en of de subsidie geen verkapte vorm van staatsteun inhoudt, omdat er expliciet als eis is opgenomen dat een AORTA (LSP) standaard gebruikt moet worden als voorwaarde voor de subsidie, stelt de minister van niet. Zij refereert daarbij aan de MedMIJ-standaarden waarbij de patiënt op een gestandaardiseerde manier zelf gegevens kan gaan uitwisselen met andere zorgverleners, zonder dat hier een landelijk of regionaal schakelpunt voor nodig is. In het Programma patiënt en medicatie[1] van het besluit wordt expliciet een  standaard genoemd waaraan voldaan moet worden: de standaard medicatieproces v6.12.2. De standaard v6.12.2 is een AORTA standaard, dat wil zeggen, een LSP standaard. Ook onder Subsidievoorwaarden[2], worden deze standaarden genoemd, met betrekking tot het opvragen van het actuele medicatieoverzicht, in het kader van modules A3, B1 een B2.

De minister stelt in haar antwoord dat de standaard v6.12.2 een “standaard [is] die zorgbreed wordt ingevoerd om een eenduidige uitwisseling van medicatiegegevens mogelijk te maken”. Kan de regering bevestigen dat het hier gaat om de zorgbrede invoering van het LSP, zoals benoemd in het “Convenant gebruik landelijke zorginfrastructuur 2016-2020” van VZVZ?

2. De minister stelt in haar antwoord op de nadere vragen dat ook van een nieuwere standaard dan v6.12.2 gebruik mag worden gemaakt. Ook stelt zij dat andere systemen aan de eisen van deze standaard kunnen voldoen, om verderop aan te geven dat het informatieberaad werkt aan een nieuwe versie van de standaard die infrastructuuronafhankelijk is.  In de praktijk is er maar één systeem dat aan de standaard voldoet, het LSP, waar de standaard voor is ontwikkeld. In de wereld van standaarden betekent gebruik van een nummer of hoger dat gebruik mag worden gemaakt van een standaard met een hoger (opvolgend) versienummer van het zelfde soort, dus niet van een andere standaard. Gegeven dat het LSP nu de enige infrastructuur is die aan deze standaard voldoet, wordt dan toch niet de facto via de VIPP voorwaarden een verplichting voor gebruik van het LSP gecreëerd voor het mogen ontvangen van de subsidie?

3. Als het klopt dat de regering hier de LSP-standaard per bovengenoemd besluit verplicht, en daarmee ook het gebruik van het LSP verplicht voor partijen die aanspraak willen maken op de subsidie, kan de regering dan uitleggen hoe deze verplichting zich verhoudt tot de aangenomen motie Tan c.s., 31466 X, waarin de regering wordt verzocht alles te doen wat in haar vermogen ligt om verdere beleidsinhoudelijke, financiële en organisatorische medewerking aan de ontwikkeling van het Landelijk Schakelpunt te beëindigen?[3]

4. Kan de regering aangeven wat de relatie is tussen het opvragen van medicatiegegevens, en het beschikbaar stellen van (ziekenhuis)gegevens aan patiënten, het beoogde doel van de subsidie?

5.  In hoeverre lost deze subsidie de problemen op met traag verlopende koppeling van het LSP met de tweedelijns gezondheidszorg? Kan de regering aangeven wat obstakels zijn voor het koppelen van het LSP met de tweedelijn (ziekenhuizen)?

6. Kan de regering uitsluiten dat de koppeling van LSP met de tweedelijn, zoals bedoeld onder 3, door deze subsidie beleidsmatig en financieel wordt gesteund?

7. Kan de regering aangeven hoe de steun voor het LSP zich verhoudt tot het gebruik van andere systemen voor gegevensuitwisseling, om met name medicatiegegevens, vanuit de eerste lijn met de tweede lijn mogelijk te maken? Bijvoorbeeld, via IHE-XDS of het Whitebox systeem, dat naar verluidt werkt aan een mogelijkheid om een (geautoriseerd) medicatieoverzicht ter beschikking te stellen van specialisten[4]? Kan voor gebruik van deze standaarden ook subsidie worden aangevraagd in het kader van VIPP, als zij het mogeljik maken om een medicatieoverzicht op te vragen? Is de minister bereid het subsidiebesluit op dit punt te verduidelijken richting potentiële deelnemers?

8. De subsidie betreft exclusief de tweedelijn (ziekenhuizen). De eerstelijn krijgt geen subsidie voor e-health, terwijl daar veel winst te verwachten valt met het uitwisselen van gegevens van patiënten. Een investering in e-health voor koppelingen met/tussen patiënt en eerstelijnszorgverleners, zoals apotheker en huisarts, leidt tot meer keuzevrijheid voor de patiënt om gegevens decentraal uit te kunnen wisselen. Waarom strekt VIPP zich niet (ook) uit tot dergelijke e-health?

Is een verklaring dat de communicatie van gegevens in de eerstelijn met de patiënt reeds afdoende afgedekt wordt door deze via het Landelijk Schakelpunt (LSP) te laten lopen, waar inmiddels veel huisartsen en apothekers op zijn aangesloten en waar in Nijmegen een pilot mee loopt[5]? Graag een reactie.

9. Vorig jaar is een set afspraken en een website gelanceerd m.b.t. het MedMIJ programma.[6] Dit wordt ondersteund door het ministerie, en mede door VWS en de zorgverzekeraars gefinancierd.[7] In het eerdergenoemde Besluit wordt op pagina 6 aan MedMIJ gerefereerd.

In de documentatie van MedMIJ wordt duidelijk dat bij MedMij wordt gewerkt met een LSP standaard[8]: "The following medication standards are in scope for MedMij: Medicatieproces 6.12 – dispense query/response (LSP). (...) At the time of writing this document, healthcare providers (prescribers, pharmacists) typically make use of Medicatieproces 6.12 using the Landelijk Schakelpunt (LSP) as health network. [...] In the future healthcare providers may choose to make use of the new FHIR standard for exchanging medication information, however, this is not foreseen within the timescales of MedMij. FHIR is more likely to be used in the personal health domain."

Klopt het dat de minister bij de ontwikkeling van MedMIJ uitgaat van het LSP als de manier bij uitstek van opvragen van medicatiegegevens? Kan de minister aangeven hoe de uitwisseling van medicatiegegevens werkt voor patiënten die geen toestemming hebben gegeven, of willen geven, voor gebruik van het LSP? Kan de minister in algemene zin antwoord geven, ook in relatie tot de reportage van EénVandaag waaruit blijkt dat patiënten onder druk gezet worden om zich aan te melden voor het LSP, omdat zij anders geen medicatie meekrijgen?[9] Heeft de regering ideeën voor alternatieve manieren om medicatiegegevens beschikbaar te maken voor de (dienst)apotheker als patiënten géén toestemming geven voor het LSP?

10.  In het subsidiebesluit worden heden voor het kunnen opvragen van medicatiegegevens door ziekenhuizen geen alternatieven voor het LSP meegenomen via welke actuele medicatiegegevens van huisarts of apotheek beschikbaar  kunnen worden gesteld. Hoe verhoudt zich dit tot de aangenomen motie Teunissen, waarin de regering wordt verzocht ervoor zorg te dragen dat toegang tot het medisch dossier niet alleen gecentraliseerd, maar ook decentraal via bij de zorgaanbieder vastgelegde toestemmingen en autorisaties mogelijk zal blijven?

11. De aangenomen motie Bredenoord c.s. verzoekt de regering dataprotectie-by-design verder uit te werken als het uitgangspunt voor de elektronische verwerking van medische gegevens en de Kamer daarover te informeren.[10] In de bijlage van het Besluit vaststelling beleidskader subsidiering versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional wordt een aantal uitgangspunten vermeld, maar dataprotectie-by-design niet. Hoe verhoudt dit besluit zich tot de aangenomen motie Bredenoord c.s.? Op welke manier past de regering dit uitgangspunt wel toe?

De reactie van de minister geeft aan dat er bij grote ICT systemen en Privacy Impact Assessment moet worden toegepast en tevens dat privacy-by-design principes integraal onderdeel uitmaken van het beleidskader. Gegeven dat het LSP genoemd wordt in een subsidievoorwaarde van de overheid en dus van overheidsbeleid, kan de minister aangeven hoe privacy-by-design is toegepast in het LSP?

12. Volgens het besluit worden informatiestandaarden door het Informatieberaad vastgesteld: "Het streven is dat in maart 2017 in het Informatieberaad deze standaarden worden vastgesteld. Door ziekenhuizen […]  optie te bieden om, in plaats van de informatiestandaarden zoals uitgeschreven in dit beleidskader, te voldoen aan nieuwere versies van informatiestandaarden, mits deze standaarden zijn vastgesteld in het Informatieberaad en zijn gepubliceerd, wordt de implementatie van de landelijk gekozen standaarden gestimuleerd." Klopt het dat het Informatieberaad de standaarden mag vaststellen zoals, zo blijkt, de LSP standaard voor medicatieuitwisseling? Zijn deze standaarden inmiddels door het Informatieberaad vastgesteld? Zo ja, welke standaarden zijn dat?

Kan de regering aangeven waaruit de (democratische) legitimiteit van "het informatieberaad" bestaat om standaarden te kiezen en vast te leggen voor de sector? Waaraan ontleent het beraad het mandaat om verstrekkende besluiten te nemen over hoe de communicatie in de zorg wordt georganiseerd? Wie benoemt en controleert deze raad? In hoeverre is het besluitvormingsproces binnen het informatieberaad open en toegankelijk voor partijen van buiten de zorg – gegeven ook dat informatiestandaarden álle burgers raken, en niet alleen zorgaanbieders?

13. Met dit besluit en MedMij lijkt het LSP verder verankerd te worden en een centraal systeem actief te worden gestimuleerd. De minister heeft aangegeven tijdens het debat over wet 33.509 dat de overheid het beleid voert dat toestemmingen en autorisaties decentraal mogelijk blijven. Zij heeft aangegeven dat de overheid geen voorkeur uitspreekt voor een of ander systeem en dat dit aan de sector wordt overgelaten en dat de overheid een neutrale positie inneemt.[11] Op welke manier draagt de regering er zorg voor dat andere systemen dan het LSP zich kunnen ontwikkelen, naast het stimuleren van het LSP? En dan met name ook decentrale communicatiestandaarden rechtstreeks tussen artsen onderling of tussen arts en patiënt, zonder centrale vastlegging van toestemmingen en autorisaties conform de motie Teunissen (zie ook punt 8)?

[1]             Besluit, pg 5.

[2]             P. 7

[3]             https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_tan_pvda_c_s_over_het/document/f=/viobb7spoajr.pdf

[4]             https://whiteboxsystems.nl/nieuws/

[5]             http://www.medmij.nl/patienten-in-regio-nijmegen-krijgen-door-medmij-inzage-in-hun-huisartsendossier/

[6]             www.medmij.nl.

[7]             http://www.medmij.nl/faqs/ "Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport en de brancheorganisatie van Zorgverzekeraars Nederland, betalen het programma."

[8]             https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/MedMij:V1.0_Standards

[9]             12 mei 2017 EenVandaag, http://binnenland.eenvandaag.nl/tv-tems/74023/_zonder_pati_ntendossier_moeizaam_of_geen_medicatie_   

[10]            https://www.eerstekamer.nl/motie/gewijzigde_motie_bredenoord_d66_c_2

[11]            https://www.eerstekamer.nl/verslagdeel/20161004/clientenrechten_bij_elektronische