Bijdrage Niko Koffeman Inte­griteit


Trans­pa­rantie Eerste Kamer

11 februari 2019

Voorzitter. Dank u wel.

De integriteit van politici is niet boven twijfel verheven.

In de jaarlijkse integriteitsindex, blijkt de grootste partij qua landelijke vertegenwoordigers ook met de grootste integriteitsschendingen te maken te hebben. Nu al 6 jaar op rij.

Vaak worden integriteitsschendingen gebagatelliseerd, vanwege de nauwe banden die nu eenmaal bestaan tussen sommige politici en het bedrijfsleven.

In 2017 werd de affaire rond de toenmalige VVD voorzitter die een schimmige deal deed met een crematoriumvereniging nog goedgepraat door prominente partijgenoten, omdat Follow the Money, het medium dat het onderzoek deed ,geen goed onderzoek gedaan zou hebben en de man in de beklaagdenbank volgens hen volkomen integer was.

Inmiddels is de voorzitter afgetreden, heeft de FIOD een onderzoek ingesteld en heeft de fiscus alvast een naheffing van 12 miljoen opgelegd.

Het is maar een voorbeeld uit velen, het morele kompas waarop we varen is kennelijk niet altijd even betrouwbaar, en met name in het deel van de volksvertegenwoordiging dat parttime actief is, en waarvan velen andere activiteiten als hoofdfunctie hebben, moet de mogelijkheid van belangenverstrengeling extra secuur gemonitord worden, waarbij het maken van afspraken lastig blijkt omdat de leden zonder last gekozen worden en veel afspraken dus niet afdwingbaar zijn.

Bij debatten als deze is oud-minister Dales — ze is al diverse malen voorbijgekomen vandaag —spreekwoordelijk geworden met haar stelling dat een beetje integer niet bestaat. Zij was de eerste politica die geprobeerd heeft, het heersende taboe over intergriteitsdiscussies te doorbreken. In 1992 wees zij erop dat we ons niet moeten blindstaren op duidelijke gevallen van fraude en corruptie, die strafrechtelijk te vervolgen zijn. Dales vond dat ook moest worden gekeken naar een minder tastbaar probleem dat zij machtsbederf noemde. Machtsbederf, zei Dales, is breder. Het draagt het element van ontbinding, verval en vervaging van normen in zich.

Dat element van ontbinding kwam letterlijk aan de orde in 2005 in een rapport van het Korps landelijke politiediensten, waarin gesproken werd over de verwevenheid van de politiek en de veesector. De politiedienst sprak over "structurele lucratieve criminaliteit in de veesector, waardoor de bestuurlijke integriteit in het geding was". Inmiddels zijn we een groot aantal schandalen verder en moest nota bene de Onderzoeksraad voor Veiligheid de noodklok luiden over de veiligheid van ons voedsel in relatie tot de veehouderij. En waar het gaat om het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, wordt de grootste veroorzaker daarvan, de veehouderij zorgvuldig buiten schot gehouden door politici van de coalitiepartijen. Zoiets roept vragen op, ik mag het opinie-artikel dat Lammert van Raan daarover vandaag in de Volkskrant schreef van harte bij u aanbevelen.

Natuurlijk neemt de kans op machtsbederf toe naarmate de relatie tussen overheid en bedrijfsleven inniger en dieper wordt. De markt is lang gezien als oplossing voor alle maatschappelijk kwaad waarmee zelfregulering en privatisering een enorme vlucht genomen hebben. Steeds meer overheidsorganen gaan zich ook gedragen als waren zij bedrijven. Natuurlijk is het prachtig wanneer wij in de Eerste Kamer een geschenkenregister hebben, waarin cadeautjes aan senatoren van meer dan €50 gemeld worden, maar veel meer dan symboolpolitiek is dat niet. Ooit besteedde de Amsterdamse gemeenteraad twee vergaderingen aan een besluit om vrijkaartjes voor Artis voor het gemeentebestuur terug te sturen om de integriteit van het gemeentebestuur te waarborgen. Het zo prudent omgaan met giften en gunsten is binnen het openbaar bestuur niet meer gebruikelijk.

Maart vorig jaar publiceerde Greco, de corruptiewaakhond van de Raad van Europa, het zoveelste kritische rapport over het Nederlandse parlement. Greco concludeert dat er nog steeds geen plannen zijn om integriteitsregels op te leggen en te handhaven, en noemt dat ‘betreurenswaardig’. Grote giften aan politici hoeven, wanneer gedaan in de privésfeer, nog steeds niet gepubliceerd te worden, en dat roept vragen op.

Dat het lidmaatschap van de Eerste Kamer een deeltijdfunctie is, is een waarheid als een koe, maar nergens is vastgelegd met hoeveel andere deeltijdfuncties of voltijdfuncties het lidmaatschap van de Eerste Kamer te verenigen valt. De Tweede Kamer kent een meldingsplicht voor bijverdiensten, maar in de Eerste Kamer kan in andere hoofd- of nevenfuncties ongelimiteerd verdiend worden, zonder dat daar enige opgave van hoeft te worden gedaan. Ook het aantal commissariaten is vooralsnog niet aan enige limiet gevonden. Je kunt nog zo veel cadeautjes en reisregisters voor leden van de Eerste Kamer bijhouden, maar sluitend is dat systeem allerminst wanneer die cadeautjes samenhangen met een andere nevenfunctie dan het lidmaatschap van dit huis.

En als leden van dit huis door defensie worden uitgenodigd voor onderzeeboottochtjes op de Noordzee, met een vliegdekschip de zee opgaan of met een helikopter naar Duitsland gevlogen worden zou dat van invloed kunnen zijn op hun visie op de krijgsmacht. Zelfs als defensie dat niet zo bedoeld zou hebben.

Ook lobbygesprekken zijn bedoeld om het stemgedrag van leden van dit huis te beïnvloeden, maar er is geen lobbyregister. Ik wil voorstellen dat er voor de Eerste Kamer wel zo’n openbaar register wordt aangelegd , waarin alle lobbybezoeken worden geregistreerd.

De meest ervaren lobbyist Niek Jan van Kesteren, de man die er 25 jaar lang voor gezorgd heeft dat uiteenlopende premiers naar ondernemers luisterden, debiteerde twee jaar geleden bij z’n afscheid als VNO-NCW voorzitter de volgende twee wijsheden: 'Handelen is vaak inferieur aan afwachten.' En: 'Je staat als een reiger langs de kant van de sloot en wacht af tot de vis voorbij komt. Ze moeten je niet zien.’

Met name die laatste uitspraak roept bij mijn fractie de behoefte op aan zo’n openbaar lobbyregister. Namen en rugnummers van alle ‘reigers’ die dit huis frequenteren , niet alleen ter bescherming van de vissen.

Ten tijde van het debat over een verbod op onverdoofd ritueel slachten was het een drukte van belang van lobbyisten die deze wrede slachtmethode wilden behouden, maar in die drukte werd niet duidelijk welke lobbyist welke woordvoerder bezocht en met welk doel. En dat gebeurt bij talloze wetsvoorstellen, recent nog bij het wetsvoorstel rond de orgaandonatie.

Transparantie is het belangrijkste instrument om verdenkingen en verdachtmakingen te kunnen voorkomen of te pareren.

Er geldt een individuele verantwoordelijkheid voor de leden van dit huis, maar er bestaat tevens een gezamenlijk belang van deze leden bij de reputatie van de Kamer als geheel. Ook hier is sprake van een vaststelling op zeer vrijblijvende basis. Hoe moet je de individuele verantwoordelijkheid wegen wanneer er via koehandel en fractiedisciplines akkoorden gesloten worden tussen oppositie en kabinet in ruil voor niet openbare tegenprestaties van welke aard dan ook. Die zijn ongrijpbaar door hun aard.

Er zijn verschillende manieren om integriteit te waarborgen en dit kan op verschillende niveaus. Gelet op de Grondwet zijn de mogelijkheden voor dwang en sancties jegens senatoren beperkt, maar niettemin aanwezig, vooral op fractieniveau volgens de commissie. Juist die mogelijkheden van dwang en sancties op fractieniveau zouden wel eens kunnen wringen met de individuele verantwoordelijkheid van leden in dit huis. Daar zegt ook de commissie te weinig over. De focus zou niet alleen moeten liggen op de beïnvloeding van individuele parlementariërs; aangenomen moet worden dat ook politieke partijen als geheel zich laten beïnvloeden door financiële steun van ondernemers en pressiegroepen. De wijze waarop grote partijen hun verkiezingscampagnes financieren is bijzonder intransparant en zelfs riskant, zei een oud-partijvoorzitter in 2012. Daarin lijkt sindsdien weinig verbetering te zijn gekomen. De Partij voor de Dieren pleit voor een bredere discussie over integriteit van de politiek, een discussie die wat ons betreft langer mag duren dan dit debat. Niet alleen de mogelijkheden tot bevordering van de integriteit, maar ook de onmogelijkheden zouden beter in kaart gebracht moeten worden dan nu het geval is. Er wordt wel geopperd om leden met een bepaald belang of met een bepaalde achtergrond niet het woord te laten voeren over een bepaald onderwerp of niet mee te laten stemmen over zo’n onderwerp, maar onhelder is hoever dat zou moeten gaan. Mag een leraar niet spreken of stemmen over de onderwijsbegroting, het onderwerp waar hij met name kennis en ervaring over heeft?

Mag iemand met sterke idealen over een bepaald onderwerp niet spreken of stemmen over zo’n onderwerp, zelfs als die idealen de grondslag van z’n partij en kandidatuur vormen?

Of gaat het vooral om materiele belangen zoals betaalde consulten op het gebied van wetgeving en de implementatie daarvan?

Die discussie woedt al heel lang, woekert voort als een veenbrand en steekt telkens opnieuw de kop op in de media.

Zonder een helder integriteitsbeleid, schaadt dat het aanzien van de volksvertegenwoordiging. Als is het onderwerp nog zo ongemakkelijk, het moet niet alleen van tijd tot tijd besproken worden, maar er zullen ook heldere richtlijnen uit voort moeten vloeien. De belangrijkste sanctie op overtreding daarvan zou door de kiezer uitgedeeld moeten worden, maar zo’n verband lijkt onvoldoende garanties te bieden.

Om die reden stel ik voor dat we een commissie uit ons midden aanstellen die nader onderzoek doet naar de aanbevelingen en pijnpunten die tijdens dit debat aan de orde gekomen zijn en daarover op korte termijn rapporteert.

Dank u wel