Vragen van Prast (PvdD) over onderzoek naar garan­tie­re­geling polis­houders en besmet­tings­risico's tussen verze­ke­raars en banken


Indiendatum: 26 okt. 2021

Inbreng naar aanleiding van de brief van de Minister van Financiën in vervolg op zijn toezegging over onderzoek naar garantieregeling polishouders en besmettingsrisico’s tussen verzekeraars en banken:

De leden van de PvdD danken de minister dat hij in zijn brief informatie naar aanleiding van zijn eerder gedane toezegging om na een EIOPA onderzoek additioneel onderzoek uit te zetten naar onder andere mogelijke besmettingsrisico’s tussen verzekeraars en banken in Nederland via de consument met een claim in het levenbedrijf van de verzekeraar (pensioen, arbeidsongeschiktheid, levensverzekering,…). Een dergelijk onderzoek is relevant onder meer omdat de wet verzekerden geen volledige dekking biedt in geval van faillissement. De wet voorziet er immers in dat polishouders in geval van faillissement gedurende drie maanden hun uitkering behouden, waarna de curator/trix bepaalt met hoeveel die zal worden verlaagd. Wat polishouders gedurende de drie eerste maanden teveel hebben ontvangen wordt bovendien ingehouden op hun (toch al lagere) uitkering. Dit betekent dat verzekerden (levenbedrijf) met een grote blijvende inkomensdaling geconfronteerd kunnen worden. Los van de schade voor polishouders zelf zal dit kunnen betekenen dat ze verplichtingen aan de bank, met name het aflossen van (hypothecair) krediet niet kunnen nakomen. Onvolledige dekking van verzekerden zorgt er bovendien voor dat toezichthouders een prikkel hebben om een oog dicht te knijpen als de in problemen geraakte verzekeraar, in plaats van failliet te gaan, kan worden overgenomen door een bedrijf van niet-onbesmettelijke reputatie. De brief van de minister over het bij KPMG uitgezette onderzoek maakt geen melding van onderzoek naar besmettingsrisico. Deze leden vragen de minister of een dergelijk onderzoek deel uitmaakt van de opdracht. Ten slotte vragen deze leden een toelichting op het onderzoeken van “financierbaarheid”, hetgeen onderdeel uitmaakt van de opdracht.