Vragen van Nicolaï (PvdD) over quaran­tai­ne­plicht uit hoogri­si­co­ge­bieden (en opheffen vlieg­ver­boden)


Indiendatum: 8 jun. 2021

De fractie van de PvdD heeft naar aanleiding van de inwerkingtreding van wetsvoorstel 35 808 (quarantaineplicht inreizigers) de volgende vragen:

Vraag 1

Voor welke landen gold op 31 mei 2021 een vliegverbod?

Vraag 2

Zijn er sinds de inwerkingtreding vliegverboden opgeheven, in stand gelaten of bijgekomen? Zo ja voor welke landen?

Vraag 3

Is de minister voornemens om vliegverboden die op 1 juni 2021 nog golden, op te heffen? Zo ja, welke en op welke grond?

Vraag 4

Welke gebieden zijn op de voet van de artikelen 58ea en 58nb, eerste lid, aangewezen direct na inwerkingtreding. Welke gebieden zijn op het moment van beantwoording van deze vragen aangewezen?

Vraag 5

Hoeveel personen die verbleven hebben in de in artikel 58nb, eerste lid bedoelde gebieden zijn sinds de inwerkingtreding Nederland ingereisd? Op hoeveel van die personen was het bepaalde in artikel 58nc van toepassing?

Vraag 6

Hoeveel personen (personen die samen zijn ingereisd en op hetzelfde quarantaineverblijfadres verbleven tellen als 1 persoon) zijn sinds de inwerkingtreding door het belteam benaderd? Hoeveel zijn op het verblijfadres bezocht door een toezichthouder?

Vraag 7

Hoeveel boetes zijn sinds de inwerkingtreding gegeven wegens overtreding van 58nb?

Vraag 8

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is aan de orde gekomen dat de VNG had aangegeven niet te kunnen instaan voor een adequate handhaving van de quarantaineplicht. Wat heeft de regering ondernomen om te garanderen dat de handhaving adequaat ter hand kan worden genomen?

Vraag 9

In het OMT-advies 102 is aangegeven: dat “zolang de naleving van het quarantainebeleid in Nederland te wensen overlaat” vlieg- en aanmeerverboden “dienen te worden gehandhaafd”. Het belteam en de toezichthouders die personen op hun quarantaineverblijfsadres checken zullen niet met 100% van de ingereisde personen contact kunnen leggen. Als het percentage 60% blijkt te bedragen, acht de minister dan een situatie aan de orde waarin – overeenkomstig het 102eOMT-advies – de vliegverboden weer dienen te worden afgekondigd? En bij 50%? En bij 40%?

Vraag 10

Is de minister bij het aanwijzen van gebieden met toepassing van artikel 58ea rechtens gebonden aan voorschriften van bovennationale aard? Zo ja, welke en op welke grond? Is hij gebonden aan afspraken met vliegmaatschappijen?

Vraag 11

Welke gebieden zijn met toepassing van artikel 58ea aangewezen als hoogrisicogebieden, als zeer hoogrisicogebieden en als uitzonderlijk hoogrisicogebieden, en op welke data? Is daaromtrent advies ingewonnen bij het OMT?

Vraag 12

Welke variants of concern bestonden er ten tijde van de inwerkingtreding? Welke zijn nadien aangewezen? In welke gebieden kwamen/komen die VOC’s voor? Is de minister voornemens om met het oog daarop vliegverboden te doen herleven? Zo nee, op grond waarvan oordeelt de minister dat voldoende is gegarandeerd dat die VOC’s niet door inreizigers in Nederland worden gebracht?