Vragen van Prast over het Rapport van de Commissie Draag­kracht


Indiendatum: 1 jun. 2021

De leden van de PvdD hebben met belangstelling kennis genomen van het Rapport van de Commissie Draagkracht. Ze hebben naar aanleiding van het rapport de volgende vragen.

De commissie onderscheidt een aantal elementen die van invloed zijn op de draagkracht van een huishouden, waaronder de belasting-en premiedruk, en vergelijkt huishoudens met hetzelfde inkomen maar een verschillende samenstelling of arbeidsverdeling: alleenstaanden, eenverdieners en tweeverdieners.

De commissie besteedt geen aandacht aan de omvang en waarde van de huishoudelijke productie binnen het gezin. Het feit dat huishoudelijke arbeid, indien verricht door een (inwonend) gezins- of familielid, niet wordt gerekend tot het bruto binnenlands product (bbp) heeft een praktische reden. VN, OECD, Europese Commissie en Wereldbank schrijven in hun gezamenlijke publicatie over het systeem van nationale rekeningen[1] (blz. 6 en 7) dat huishoudelijke arbeid geleverd voor consumptie binnen hetzelfde gezin productie is in de economische zin, maar dat er bij het kiezen wat er behoort tot de nationale rekeningen “a balance needs to be struck between the desire for these accounts to be as comprehensive as possible and the need to prevent flows used for the analysis of market behaviour and disequilibria to be swamped by non-monetary values”. De reden om huishoudelijke diensten binnen het gezin uit te sluiten is dat “the decision to consume them is made even before the service is provided.” De keus om huishoudelijke arbeid niet tot het bbp te rekenen “a compromise, but a deliberate one that takes account of the needs of most users.”

Dat het bbp geen perfecte maatstaf is van de economische bedrijvigheid in een land en van de levensstandaard van huishoudens illustreert de commissie-Teulings als volgt in haar advies over de toekomst van het economie-onderwijs (blz ): “In de situatie dat een vrijgezel de huishoudster voor haar diensten betaalt is het BBP groter dan in de situatie waarin de huishoudster als echtgenote onbetaald het huis aan kant maakt.”[i] [2]

Omdat deze productie -om pragmatische redenen- niet tot het bbp wordt gerekend worden er geen belastingen (btw, loonbelasting) en premies over geheven, terwijl dat wel het geval is als dezelfde productie op de markt wordt ingehuurd.

Deze leden stellen de staatssecretaris naar aanleiding van het bovenstaande de volgende vragen.

Deelt hij de opvatting dat huishoudproductie een economische waarde heeft?

Deelt hij de opvatting dat (mede) hierdoor het bbp geen perfecte maatstaf is van de economische bedrijvigheid?

Is in zijn visie het gegeven dat huishoudelijke arbeid binnen het gezin om pragmatische redenen niet tot het bbp wordt gerekend automatisch een reden om huishoudproductie buiten beschouwing te laten bij het bepalen van de verschillen in draagkracht tussen alleenstaanden, eenverdieners en tweeverdieners met hetzelfde inkomen?

Deelt hij de opvatting dat het buiten beschouwing laten van de economische waarde van huishoudelijke arbeid betekent dat de gemeten belastingdruk een verschillend effect heeft op de levensstandaard van huishoudens met een gelijk inkomen, maar met een verschillende omvang van de huishoudelijke productie?

Volgens meerdere vergelijkende landenstudies is de economische waarde van huishoudelijke arbeid hoog.[3] Voor Nederland zou deze volgens een OESO-studie overeenkomen met 20-40 procent van het bbp, afhankelijk van of gerekend wordt met vervangings- of opportuniteitskosten.[4] De waarde van de consumptie van binnen het huishouden geproduceerde goederen en diensten is in ons land volgens deze studie even hoog als een derde van de op de markt betrokken consumptie.

Wat betekent volgens de staatssecretaris de waarde van huishoudproductie voor de interpretatie van de conclusie van de Commissie Draagkracht met betrekking tot alleen- en tweeverdienerhuishoudens met een gelijk inkomen?

Er is bekend hoeveel uren gezinnen in Nederland aan het huishouden besteden, ook onderscheiden naar samenstelling en arbeidsverdeling. Heeft de staatssecretaris ook informatie over de waarde van huishoudproductie in alleen- en tweeverdienerhuishoudens met een gelijk inkomen? Zo ja, hoe groot is die, en wat zijn de eventuele verschillen naar arbeidsverdeling? Zo nee, is de staatssecretaris bereid in kaart te laten brengen wat de economische waarde is van huishoudelijke arbeid verricht binnen huishoudens met gelijk inkomen maar verschillende arbeidsverdeling?

De leden van de PvdD zien uit naar de antwoorden van de minister.

[1] https://unstats.un.org/unsd/na...

[2] Commissie Teulings (2005), The wealth of education, http://www.econnet.nl/vecon/on...

[3] VN: https://unece.org/fileadmin/DAM/stats/publications/2018/ECECESSTAT20173.pdf; OESO: https://www.oecd.org/sdd/na/2674378.pdf; Centre for the Study of Living Standards: http://www.csls.ca/reports/csls2015-09.pdf;

[4] https://www.oecd-ilibrary.org/...


[i] http://www.econnet.nl/vecon/on...