Vragen van Koffeman (PvdD) over spoedwet stikstof en natuur­ver­be­tering


Nieuwe wet lijkt te veel op PAS

Indiendatum: 12 jan. 2021

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met verbijstering en teleurstelling kennisgenomen van de Spoedwet aanpak stikstof. De leden zien grote overeenkomsten tussen de PAS en het voorliggende wetsvoorstel. Alles is erop gericht om zo snel mogelijk weer meer asfalt te kunnen aanleggen, de veehouderij in de benen te houden en de luchtvaart te laten groeien. Om schade aan de economie te voorkomen, wordt schade aan de natuur op de koop toe genomen, ervan uitgaande dat de stikstofuitstoot ‘in de toekomst’ wel gecompenseerd zal worden. Met het huidige wetsvoorstel zal Nederland, zo voorzien de leden, zich wederom niet houden aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Net als de Raad van State constateren de leden van de fractie dat een duidelijke strategie om het verminderen van de stikstofdepositie in de Natura2000-gebieden in dit wetsvoorstel ontbreekt. De leden hebben de volgende vragen:

  1. De Nederlandse natuur gaat gebukt onder een dichte stikstofdeken. De leden herinneren de minister eraan dat in 75% van de Nederlandse Natura-2000-gebieden de stikstofgrens (ver) overschreden wordt. Aangezien stikstof zich ophoopt, zal de kwaliteit van een natuurgebied achteruit gaan, zolang de neerslag boven een gezonde grens ligt. Dat vereist een serieuze aanpak. Toch kiest de minister weer voor een vrijwillige uitkoopregeling van zogenaamde ‘piekbelasters’, boerenbedrijven nabij beschermde natuurgebieden die te veel stikstof uitstoten. Zij worden financieel gecompenseerd wanneer zij hun bedrijf willen beëindigen. Hoe garandeert de minister dat dit voldoende effectief zal zijn? Zeker omdat een boer ervoor kan kiezen om zijn bedrijf te verplaatsen naar een locatie waar de natuur minder wordt belast. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vrezen een waterbedeffect, waarbij de problemen zich alleen maar zullen verplaatsen en de natuur geen kans krijgt om zich te herstellen.

  2. De stikstofuitstoot van ca. 3000 boeren wordt door de minister alsnog gelegaliseerd. De Raad van State sprak in mei 2019 echter uit dat voor elke toename van stikstof een vergunning vereist is. Het legaliseren van de stikstofuitstoot van deze groep boeren is dus alleen mogelijk als op een andere plek evenveel stikstof wordt bespaard. Hoe ziet de minister dat voor zich?

  3. Wederom kiest de minister niet voor het beperken van het aantal gehouden dieren, maar voor technische innovaties, zoals luchtwassers, uitstoot-arme stallen, aangepast veevoer en het verdunnen van mest. Symptoombestrijding, die - zo voorspellen de leden van de PvdD-fractie - schaalvergroting verder in de hand zal werken, met minder boerenbedrijven en nog meer dieren tot gevolg. Welke concrete, meetbare effecten (in mollen per jaar) verwacht de minister van deze maatregelen? En is er onderzoek gedaan naar de effecten van deze maatregelen op het welzijn van verschillende diersoorten? Zo ja, wanneer blijkt/zou blijken dat het welzijn van dieren geschaad wordt, is de minister dan bereid deze maatregelen te staken en te zoeken naar alternatieven?

  4. De leden zijn verbaasd over de opzet van een stikstofregistratiesysteem. Kennelijk gaat de minister ervan uit dat er stikstofruimte is, die uitgedeeld kan worden aan nieuwe plannen en projecten. Om te voldoen aan de Habitatrichtlijn zou 100% van de stikstofreductie van de door de minister voorgestelde maatregelen ten goede moeten komen aan de natuur. Daar is geen sprake van. Die ruimte wordt door het kabinet besteed aan wegen, woningbouw, boeren en vliegvelden. Een stikstofregistratiesysteem is in strijd daarmee en doet denken aan salderingsbanken uit de tijd van de PAS. Kan de minister aangeven of het registratiesysteem tijdelijk van aard zal zijn en zal vervallen zodra een stelsel van drempelwaarden wordt toegepast?