Vragen van Koffeman (PvdD) over jaar­ver­slagen onaf­han­ke­lijke risi­co­be­oor­deling NVWA


Indiendatum: 1 dec. 2020

De Raad van Advies voor de onafhankelijke risicobeoordeling NVWA heeft onderzocht of de risicobeoordeling en onderzoeken, en de daarmee verbonden adviezen, van het Bureau Risicobeoordeling en onderzoek (BuRO) van de NVWA over de jaren 2014 en 2015-2019 voldoen aan de wettelijke criteria van onafhankelijkheid en wetenschappelijke kwaliteit. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennis genomen van de onderzoeksresultaten, maar hebben daar nog enkele vragen over.

Het doet de leden deugd te lezen dat de Raad vaststelt dat in alle onderzochte adviezen de professionaliteit en zorgvuldigheid ten minste aan de maat tot ronduit goed is. “Er is bij de Raad géén twijfel over de onafhankelijkheid van het BuRO, noch over de professionaliteit van het BuRO.”[1]

Wel is de Raad kritisch “over het gebrek aan urgentie in de totstandbrenging van dierenwelzijn en diergezondheid in de WOR en de Raad. (…) er is een juridische verankering nodig. De positie van de vaste adviseur is in dat opzicht exemplarisch voor een achterblijvend wetgevingsproces. De Raad constateert ook dat het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied nog relatief onderontwikkeld is, waardoor adviezen hierover noodgedwongen op minder informatie gebaseerd zijn.” [2]

Vraag 1:

Is de minister voornemens om de Wet op de Onafhankelijke Risicobeoordeling (WOR) dusdanig aan te passen dat de vaste adviseur Dierenwelzijn bij het BuRO tot volwaardig lid benoemd kan worden? Zo ja, op welke termijn is de minister voornemens om die wetswijziging aan de Tweede Kamer te sturen? Welke stappen gaat de Minister zetten om meer wetenschappelijk onderzoek naar dierenwelzijn en diergezondheid te laten doen en de kwaliteit ervan te verbeteren?

Vraag 2:

De Raad heeft 2 van de onderzochte 26 adviezen de score ‘onvoldoende’ toegekend. Eén daarvan betrof het onderzoek naar waterverstrekking in de vleeskuikensector. Dit lag volgens de Raad niet aan het onderzoek zelf, maar aan de beperkte wetenschappelijke informatie die over dat onderwerp beschikbaar was. Dit onderzoek had betrekking op de vraag bij hoeveel of hoe weinig water het lijden van dieren in de vleeskuikensector begint. BuRO adviseerde de Minister om toe te zien op permanente waterverstrekking bij vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren. De Inspecteur-Generaal van de NVWA vroeg de Minister hier een beleidsregel voor op te stellen en deze beleidsregel vanuit het voorzorgsprincipe direct voor alle diersoorten van toepassing te laten zijn. De Minister gaf in haar Kamerbrief van 1 april 2020 aan dit in overweging te nemen.[3] Wat is de stand van zaken met betrekking tot het opstellen van die beleidsregel? En acht de Minister het met de leden van de PvdD-fractie voor mogelijk dat het welzijn van vleeskuikens door ondermaats onderzoek onnodig leed wordt toegebracht?

Vraag 3:


De NVWA kampt volgens het op 21 september 2020 verschenen onderzoeksrapport van Deloitte met capaciteitstekort, en kan daardoor 2/3e van haar taken niet of onvoldoende uitoefenen. Daardoor is er o.a. te weinig toezicht op mestfraude en de wijze waarop dieren in slachthuizen worden bedwelmd en gedood. Ook meldt het rapport dat de NVWA te weinig controleert op de uitbraak van dierziekten, waardoor het risico op uitbraken groter wordt[4] . De leden van de PvdD-fractie vinden deze onderzoeksresultaten uiterst zorgwekkend. Welke maatregelen gaat de Minister nemen om de capaciteitsproblemen aan te pakken? En op welke termijn worden die in gang gezet? Is de Minister het met de leden eens dat de druk op het slachtproces verminderd moet worden en dat de slachtsnelheid dus per direct omlaag moet worden gebracht? Erkent de Minister ook dat het aantal dieren in de Nederlandse veehouderij te groot is en dus moet worden teruggebracht? Tot slot: belangen van dieren worden in dit systeem, gericht op hoge productie en lage kosten, nog altijd ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de vee- en vleessector. Uit alle rapporten blijkt dat de NVWA niet bij machte is om de problemen in kaart te brengen, laat staan op te lossen. Wat de leden van de Partij voor de Dierenfractie betreft wordt de NVWA weggehaald bij het Ministerie van Landbouw. Graag de reactie van de Minister hierop.


[1] Rapportage van de Raad van advies voor de onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit over 2015-2019, p. 3.

[2] Idem, p. 4/5.

[3] Kamerstuk 33 835, nr. 157.

[4] https://www.volkskrant.nl/nieu...