Vragen Prast over CETA


Indiendatum: 31 mei 2022

Klachtenmechanisme

  1. Kan de minister bevestigen dat het klachtenmechanisme (oftewel het Single Entry Point, SEP) niets verandert aan de inhoud van het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada (CETA )?
  2. Kan de minister bevestigen dat alleen burgers en organisaties die gevestigd zijn in de EU een klacht kunnen indienen bij het klachtenmechanisme, en dus niet inwoners en milieu- en mensenrechtenorganisaties gevestigd in landen buiten de EU – terwijl zij wel te maken kunnen krijgen met de effecten van handelsverdragen, bijvoorbeeld landonteigening, of waterverontreiniging ?
  3. Kan de minister bevestigen dat in veel landen waar de EU handelsverdragen mee sluit, burgers en organisaties niet altijd de bescherming genieten van hun overheid? Tot wie kunnen deze mensen zich volgens u dan richten wanneer duurzaamheidsafspraken worden geschonden en zij niet terecht kunnen bij het SEP?
  4. Is de minister bekend met de grootste bezwaren tegen CETA, waaronder het tekort aan democratische zeggenschap, het risico op verlaging van standaarden om handelsbelemmeringen weg te nemen en de ongelijke rechtstoegang die wordt gecreëerd ten gunste van buitenlandse investeerders? Klopt het dat het klachtenmechanisme de genoemde bezwaren niet weg kan nemen?
  5. Klopt het dat uit de Sustainability Impact Assessment[1]die de Europese Commissie liet uitvoeren naar CETA, naar voren kwam dat het hogere handelsverkeer tussen Canada en de EU en de daarmee gepaard gaande intensivering van de landbouw, zal leiden tot hogere emissies van broeikasgassen en methaan en een toename in het gebruik van chemische producten, die op zijn beurt invloed zal hebben op de kwaliteit van het land, het grondwater, lucht(vervuiling), biodiversiteit en afvalproductie?
  6. Is de minister bekend met het rapport ‘Making Sense of CETA’[2] dat de duurzaamheidsafspraken in CETA ‘mooie gordijnen voor een verder leegstaand huis’ noemt? Wat vindt u van de kritiek dat de duurzaamheidsafspraken gemaakt in CETA boterzacht zijn?
  7. Kan de minister bevestigen dat het klachtenmechanisme de duurzaamheidsafspraken in CETA niet beter maakt, en er geen claims kunnen worden ingediend over milieu- en klimaatvervuiling en mensenrechtenschendingen waar geen afspraken over zijn gemaakt?

Vragen aan de Europese Commissie (via de minister) over het klachtenmechanisme

  1. Waarom heeft de Europese Commissie de volgende suggesties voor het SEP van Nederlandse stakeholders niet overgenomen?
  • Duidelijke tijdlijnen creëren voor het reageren op klachten en het beslissen over vervolgacties.
  • De mogelijkheid bieden om eventuele Trade and Sustainable Development (TSD)-overtredingen te signaleren zonder verplichte onderbouwing van de claim, om te voorkomen dat eventuele inbreuken onopgemerkt blijven doordat de drempel voor een volledige SEP-klacht te hoog lag.
  • De mogelijkheid bieden om klachten tegen de EU en EU-lidstaten in te mogen brengen, aangezien zij ook inbreuk zouden kunnen maken op TSD-bepalingen in handelsovereenkomsten en getroffenen in derde landen niet altijd op de bescherming van hun eigen overheid kunnen rekenen.
  • Duidelijke criteria creëren voor prioritering, om ervoor te zorgen dat TSD-klachten niet geprioriteerd worden boven klachten over markttoegang van bedrijven, en duidelijke feedback over welke vervolg- en handhavingsmaatregelen worden genomen en waarom.
  • Rol voor de EU Domestic Advisory Group (DAG) in de prioritering van klachten en het hebben van informatie- en adviesrecht over klachten over handelsovereenkomst waar zij bij betrokken zijn?

    2. Is de Europese Commissie het met het kabinet eens dat het niet nodig is om klachten in te dienen tegen de EU en haar lidstaten als zij hun TSD-verplichtingen niet nakomen, omdat de EU- en nationale wetgeving sterke waarborgen biedt om arbeidsrecht en milieu te beschermen en omdat onderdanen van derde landen bij hun eigen overheid terecht zouden kunnen als TSD-verplichtingen worden geschonden door de EU?

    3. Is de Europese Commissie van mening dat de EU- en nationale wetgeving geen sterke waarborgen bieden om de rechten van investeerders te beschermen?

    4. Waarom zouden non-EU investeerders de mogelijkheid moeten hebben om claims tegen de EU en haar lidstaten in te dienen door middel van investeringsarbitrage, maar non-EU maatschappelijke organisaties niet de mogelijkheid om klachten in te dienen?

    5. Erkent de Europese Commissie dat niet alle landen buiten de EU de rechten en belangen van hun onderdanen respecteren en dat de rechtsstaat in vele delen van de wereld te wensen overlaat? Waar moeten die mensen en organisaties volgens de Europese Commissie heen als de EU of haar lidstaten TSD-verplichtingen schendt en hun nationale overheid hun niet vertegenwoordigt?

    6. Waarom zouden we CETA in zijn huidige vorm accepteren, ondanks de grote disbalans tussen de sterke wettelijke rechten en mogelijkheden voor investeerders enerzijds, en anderzijds de zwakke duurzaamheidsnormen en het gebrek aan mogelijkheden voor maatschappelijke organisaties om ze af te dwingen?

[1] European Commission, Sustainable Impact Assessment https://policy.trade.ec.europa.eu/analysis-and-assessment/sustainability-impact-assessments_en

[2] https://power-shift.de/wp-content/uploads/2018/11/Making-sense-of-CETA-2018.pdf