Vervolg­vragen Nicolai (PvdD) over aanpak verspreiding desin­for­matie


Indiendatum: 18 apr. 2023

De leden van de fractie van de PvdD danken de minister voor de antwoorden, die zij met belangstelling hebben gelezen. Zij hebben nog vervolgvragen, met name ook omdat de antwoorden de indruk geven dat het tegengaan van misinformatie en desinformatie nog in de kinderschoenen staat en dat er nog onvoldoende in de steigers staat om bij ontwrichtende desinformatie een tegenoffensief te ontplooien.

Ook vragen zij zich af of de minister zich wel bewust is van de ernst van de situatie.

Vraag 1

In het jaarverslag 2022 van de AIVD wordt het volgende opgemerkt (pagina 8).

“Rechts-extremisten, links-extremisten en anti-institutionele extremisten hebben dan wel verschillende lezingen over de rol van de overheid – ze zien die respectievelijk als marionet van een ‘joods complot’, onderdeel van het ‘kapitalistisch, autoritair systeem’, of ‘een elite die van Nederland een totalitaire staat wil maken’. Maar op hun eigen manier en in hun eigen mate verspreiden ze elk de ondermijnende boodschap dat je de overheid en andere democratische instituties niet kunt vertrouwen. Sommige landen, zoals Rusland, buiten soms het wantrouwen tegen democratische instituties uit en dragen bij aan maatschappelijke onrust in het Westen.”

De leden hadden u de volgende vragen voorgelegd:

a. Wordt van overheidswege gemonitord of via sociale media een complottheorie verspreid wordt?

b. Wie beoordeelt of een complottheorie een bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat en/of een maatschappelijk ontwrichtende werking heeft?

c. Als wordt geoordeeld dat dat het geval is, welke overheidsinstanties hebben dan bevoegdheden en taken om de als desinformatie aangemerkte complottheorie tegen te spreken en op welke wijze zal dat volgens de bewindslieden dienen te geschieden?

Op deze drie afzonderlijke vragen bent u summier ingegaan zonder een duidelijk antwoord te geven. Zoals u uit het jaarverslag van de AIVD kan opmaken, is de AIVD zeer ongerust. Daarom hechten de leden aan een uitvoerige reactie.

Vraag 1a

Kunt u nogmaals op elk van deze drie vragen afzonderlijk ingaan?

Vraag 1b

U wijst op ‘kleine communicatie-acties’. Past dat bij het gevaar dat de AIVD heeft geschetst?

Vraag 1c

Waarom is een terughoudende opstelling gewenst als er complottheorieën worden verspreid die leiden tot een maatschappelijke ontwrichting?

Vraag 1d

Welke acties worden ondernomen als andere landen – zoals de AIVD schrijft – “het wantrouwen tegen democratische instituties uitbuiten en bijdragen aan maatschappelijke onrust in het Westen.”?

Vraag 1 e

Waarom wordt er niet de oprichting van een – van de overheid onafhankelijke – autoriteit of instelling overwogen die wettelijk tot taak krijgt om desinformatie te monitoren en daartegen actie te ondernemen indien het parlement heeft geoordeeld dat deze aantoonbaar een bedreiging vormt voor de maatschappelijke en economische stabiliteit of de nationale veiligheid?

Vraag 2

Op de vragen over de inhoud en het taalgebruik op de site www.isdatechtzo.nl antwoordt u dat Netwerk Mediawijsheid verantwoordelijk is voor alle inhoud.

De vragen waren erop gericht om van u te vernemen of u zelf van oordeel bent dat deze site – die zoals u zelf schrijft “is ontwikkeld in opdracht van” BZK - effectief zal zijn.

Vraag 2a

Deelt u de vrees van de leden van de fractie dat voor grote groepen in de samenleving deze site wat betreft inhoud van de informatie en taalgebruik niet voldoende toegankelijk is?

Vraag 2b

Kent u de wijze waarop in Finland leerlingen in het onderwijs worden getraind in het herkennen van fake news en desinformatie? Finland wordt al vijf jaar op rij genoemd als het meest weerbare land op het vlak van misinformatie en fake news. Kunt u aangeven hoe dat systeem werkt en of het van belang is dit in Nederland ook in te voeren?

Vraag 2c

Hoe gaan andere landen in Europa om met het bestrijden van mis- en desinformatie? Kunt u daarvan een overzicht geven? Kunt u daarbij ingaan op de functie van Miviludes in Frankrijk en op de vraag of het wenselijk is een vergelijkbaar instituut in Nederland op te richten?

Vraag 3

De laatste vraag waar u antwoord op gaf had betrekking op het gebruik van het programma ‘Aims’ door het Israelische ‘Team Joirge’. U geeft toe dat zulke programma’s ook kunnen worden toegepast in Nederland

Wat doet de Nederlandse overheid als dat het geval is en als blijkt dat de grote onlineplatformen de verplichtingen waarnaar u verwijst, niet (kunnen) nakomen? Welke middelen staan ter beschikking? Welke overheidsorganen gaan tot actie over?

Vraag 4

In een essay van Caroline de Gruyter in de NRC van 15 april jl. wordt ingegaan op de ondergang van Credit Suisse. Een citaat: “Het lot van Credit Suisse werd bezegeld door een tweet die viraal ging. Silicon Valley Bank (SVB) bezweek binnen twee dagen – een recordtijd. Fondsmanagers adviseerden hun klanten in paniek om hun geld van de bank te halen.”.

Stel de volgende situatie doet zich voor.

Op social media gaat een bericht rond dat de ABNAmro op omvallen staat omdat grote klanten hun geld hebben weggehaald aangezien ze op de hoogte zijn van een groot schandaal dat binnenkort in het nieuws komt. Mensen raden elkaar aan hun rekening van die bank leeg te maken. Een half uur later gaat een (deep)fakebericht van Klaas Knot viraal waarin hij zegt dat klanten zich geen zorgen moeten maken. Fakefilmpjes van lange rijen voor bankfilialen van ABNAmro gaan vervolgens rond op de social media.

Grote groepen rekeninghouders nemen geld op of schrijven hun rekeningtegoed over naar andere banken. De ontwikkeling gaat razendsnel.

We laten even in het midden wie dit in gang gezet heeft (een vijandige mogendheid, criminelen, iemand die de ABNAmro een poets wil bakken of een onnadenkende grapjas), maar het gebeurt. En dat allemaal in een paar uur.

Vraag 4a

Is er een overheidsorgaan dat zo’n ontwikkeling monitort?

Vraag 4b

Deelt u het oordeel van de leden van de fractie dat de kans dat zo’n ontwikkeling leidt tot een economische en financiële ontwrichting, reëel is en dat dit tot grote financiële ingrepen zal moeten leiden die voor rekening van de Nederlandse belastingbetaler zullen komen?

Vraag 4c

Is de overheid op zo’n ontwikkeling voorbereid? Hoe, en waar blijkt dat uit? Welke organen zijn bevoegd tegenactie te ondernemen en op welke wijze?

Vraag 4d

Denkt u dat zenuwachtige bankrekeninghouders eerst de site www.isdatechtzo.nl gaan raadplegen in dat geval?

Vraag 4 e

Deelt u het oordeel van de leden van de fractie dat als in Nederland op dit moment tegen zo’n ontwikkeling geen effectieve tegenmaatregel kan worden genomen, ons land bijzonder kwetsbaar is omdat iedere kwaadwillende mogendheid of criminele organisatie met weinig middelen zo’n ontwrichtende actie kan ontketenen?