Schrif­te­lijke vragen Koffeman over ontwik­ke­lingsbank Invest-NL


De fractie van de Partij voor de Dieren heeft met belangstelling kennis genomen van de machtigingswet tot oprichting van Invest-NL, een nieuwe openbare ontwikkelingsbank, die vernieuwende en veelbelovende bedrijven die moeilijk aan financiering komen, zal ondersteunen. Het gaat om bedrijven met een maatschappelijke impact, o.a. op het gebied van klimaat- en energietransitie, landbouw, gezondheid en veiligheid. Daarnaast richt Invest-NL zich op het midden- en kleinbedrijf, en startups en scale-ups die kunnen doorgroeien naar grotere ondernemingen. Het ministerie van Financiën stort 1,7 miljard euro in deze bank.

Onze fractie ondersteunt de door de ontwikkelingsbank gestelde maatschappelijke transitie-opgaven, maar heeft daar een aantal vragen over. De investeringsmaatschappij mag zelf bepalen waarin ze investeert. De Staat bemoeit zich daar niet mee, mits de investering maar binnen de genoemde categorieën valt. Hiervoor wordt, aanvullend op de wet, een overeenkomst opgesteld tussen het Rijk en de Invest-NL. Invest-NL zal investeren in bedrijven die ook buiten Nederland actief zijn. Kan de minister garanderen dat er niet geïnvesteerd zal worden in bedrijven die mensen- of dierenrechten schenden (corruptie, dierproeven, kinderarbeid)? Worden investeringen in de fossiele industrie uitgesloten van het investeringsportfolio? Zo nee, waarom niet? En hoe wordt getoetst of de bedrijven voldoen aan de OESO-standaarden voor maatschappelijk verantwoord internationaal ondernemen? Is er een mogelijkheid tot onafhankelijke toetsing vooraf van de beoogde transitiemogelijkheden die van een investering verwacht (mogen) worden zoals bijvoorbeeld bij de toekenning van SBIR-projecten bestaat? Bestaan er plannen om zo'n toetsing in het leven te roepen wanneer die vooralsnog ontbreekt? Hoe kan voorkomen worden dat steun voor, vanuit het Nederlandse overheidsbeleid bezien, ongewenste ontwikkelingen worden bevorderd vanuit Invest-NL?

Kan het kabinet aan de hand van de casus MHP uiteen zetten hoe gegarandeerd kan worden dan investeringen vanuit Invest-NL nooit kunnen leiden tot aantastingen van volksgezondheid, milieu en duurzaamheid via de besteding van publiek geld, zoals eerder het geval was bij plofkipfabrieken als MHP in Oekraïne? Graag een gedetailleerde uitwerking van dit antwoord gebaseerd op de lessen die getrokken zijn uit wat mis gegaan is in onderhavige kwestie om herhaling met Invest-NL te voorkomen van wat mis gegaan is met investeringen van IFC , EBRD en EIB in het geval van het Oekraïnse bedrijf MHP zoals uiteen gezet in navolgende berichten in NRC https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/11/bio-industrie-aan-de-buitengrens-a3959881 https://www.nrc.nl/nieuws/2018/08/22/hoe-fris-is-de-oekraiense-plofkip-a1613893

Invest-NL staat bovendien op afstand van het parlement. Uit het rapport “Zicht op revolverende fondsen” van de Algemene Rekenkamer (16 april 2019) blijkt dat de overheid nauwelijks zicht heeft op revolverende fondsen, m.n. als het gaat om de besteding van de gelden en of de doelstellingen worden gehaald. Kan de minister garanderen dat de parlementaire controle op de financiering en doelstellingen van Invest-NL wel adequaat is? Zo ja, op welke manier wordt die controle ingevuld? Hoe zal het parlement worden geïnformeerd over de besteding van de gelden en de resultaten van de gefinancierde projecten? Welke middelen heeft het parlement om in te grijpen? De Partij voor de Dieren ziet de reactie van de minister graag tegemoet.