Maiden Speech Algemene Beschou­wingen


19 juni 2007

Voorzitter.

Ik feliciteer u namens de ganse Partij voor de Dieren met het voorzitterschap.

De Europese Unie telt 500 miljoen inwoners. Tenminste, dat geldt voor wie vindt dat alleen mensen tellen. In werkelijkheid is het aantal levende wezens in de EU vele malen groter. Dieren worden bij de totstandkoming van het Europese beleid ten onrechte vaak over het hoofd gezien. Dat is spijtig en onjuist. In de begroting van de EU neemt landbouw en visserij een zeer prominente plaats in. De rechten van de daarbij betrokken dieren zouden dus een net zo prominente plaats verdienen wanneer sprake is van het maken van nieuwe wetten en verdragen.

De Europese Grondwet was en is ook om deze reden voor veel Nederlanders onacceptabel. Mensen vinden het bijvoorbeeld niet juist dat vormen van dierenmishandeling een grondwettelijke verankering zouden krijgen in de Europese Grondwet. Het stierenvechten, het rapen van kievietseieren, het houden van kistkalveren, het dwangvoederen van eenden en ganzen, het castreren van varkens, het harpoeneren van walvissen, het onverdoofd ritueel slachten zou allemaal gelegitimeerd worden in een grondwet die de rechten van dieren ondergeschikt maakt aan de tradities en aan religieuze gewoonten en gebruiken van mensen.

Voor het landbouwbeleid - het belangrijkste agendapunt van de EU - is het productieverhoging expliciet als enig uitgangspunt geformuleerd. Daarmee worden andere uitgangspunten zoals dierenwelzijn en milieu uitgesloten. Dat gebeurt nota bene in een Europa waarin jaarlijks miljarden dieren lijden en sterven in de bio-industrie en dat symbool staat voor het eindeloze gesleep met levende dieren in langeafstandsveetransporten.

De uitkomsten van een enquête naar de mening van burgers over het welzijn van dieren in Europa die in 2005 werd gehouden in opdracht van de Europese Commissie, waren glashelder. De Europese bevolking eist in meerderheid drastische verbeteringen in de leefomstandigheden van dieren. Een grondwet die dieren tot productiemiddelen degradeert en religieuze gebruiken, tradities en gewoonten van mensen verankert ten oste van het welzijn en de integriteit van dieren is voor al deze mensen letterlijk onverteerbaar.

Alleen al om deze reden voerde de Partij voor de Dieren campagne tegen de dieronvriendelijke Europese Grondwet, en waren wij verheugd over de massale afwijzing daarvan. Terugkijkend op de situatie in 2005 mogen wij vaststellen dat het kabinet er destijds alles aan heeft gedaan om de bevolking te doen geloven dat er geen andere mogelijkheid was dan instemmen met het grondwettelijk verdrag. Het licht zou uitgaan bij een neestem, er zou oorlog kunnen dreigen en Nederland zou zich in elk geval isoleren binnen Europa.

Niets bleek minder waar. Sterker nog, het kabinet lijkt de overwegingen van de bevolking tot de zijne gemaakt te hebben. Minister Verhagen liet in de afgelopen dagen weten dat er "absoluut geen grondwet zou mogen komen, dat symbolen die verwijzen naar een Europese superstaat zoals een vlag en een volkslied van tafel moeten." Je kunt je afvragen of Europa dan dus ook van onze kentekens af moet. Wat gaat het kabinet doen met de verwijzing naar religieuze elementen in een nieuw verdrag?

Het is goed te zien hoeveel voortschrijdend inzicht er in twee jaar tijd kan groeien. Toch is niet iedereen gerust op de afloop en dat geldt ook voor mijn partij. We moeten vaststellen dat 85% van de Nederlandse politici er in 2005 anders over dacht dan 63% van de bevolking en dat de afwijzing van de Europese Grondwet door de kiezers niet mag worden uitgelegd als een ruim mandaat voor iets anders dan wat toen afgewezen werd.

Na een bezinningsperiode van bijna twee jaar heeft het kabinet nu aan de Kamer laten weten welke positie zij in zal nemen bij de onderhandelingen. Nederland zal zich inzetten voor een nieuw verdrag dat substantieel moet verschillen van de oorspronkelijke grondwet. Op het verjaardagsfeest van de Europese Unie in Berlijn heeft EU-voorzitter Merkel echter onomwonden te kennen gegeven dat voor nieuwe onderhandelingen geen ruimte en geen tijd zal zijn.

Er wordt veel kritiek geleverd op het democratisch gehalte van de Europese besluitvorming, op de weinig transparante besluitvorming van de Raad van Ministers, op de positie van de Europese agentschappen en op de besteding van Europese gelden. Het is zeer de vraag of het vertrouwen van de burger gediend is met een nieuw verdrag waarmee vooruit wordt gelopen op de zo dringend gewenste democratisering van Europa.

Europese samenwerking is een geweldig uitgangspunt, maar niet wanneer het wordt opgelegd zonder deugedelijke inspraak. Dat gevoel hebben heel veel kiezers, zoals blijkt het massieve nee uit 2005, maar zoals ook blijkt uit opiniepeilingen van dit moment. Die geven aan dat de burger opnieuw geraadpleegd wil worden en dat hij wantrouwig is bij het snelle tempo waain een nieuw verdrag met een andere naam er toch lijkt te moeten komen. Wij zouden graag van het kabinet vernemen waarom hetgeen in 2005 al geen Europese superstaat mocht heten, nu toch van tafel moet inclusief alles wat er maar op zou kunnen lijken. Zijn de inzet en de visie van het kabinet substantieel veranderd of is de strategie gewijzigd ten opzichte van de wijze waarop Europa het best aan de burger gepresenteerd of verkocht kan worden? Hebben wij te maken met decorbouw voor het nieuwe verdrag of is er daadwerkelijk sprake van een wezenlijk andere koers die voorgestaan wordt door het kabinet?

Wat moeten de burgers denken van een grondwettelijk verdrag dat ze in 2005 met overtuiging voorgelegd kregen met een wel zeer positief stemadvies, terwijl datzelfde grondwettelijk verdrag nu door het kabinet met terugwerkende kracht als ondeugdelijk bestempeld lijkt te worden? Geldt die ondeugdelijkheid c.q. onwenselijkhed dan vooral voor de Nederlandse en Franse en mogelijk Britse positie of geldt die onwenselijkheid ook voor de achttien lidstaten die het grondwettelijk verdrag wel omarmd hebben? Als een verdrag dat in 2005 nog luid werd aangeprezen binnen twee jaar zijn houdbaarheid verliest, ligt het dan voor de hand met spoed iets anders te maken zonder raadpleging van de bevolking of zou voor het nieuwe verdrag eenzelfde beperkte houdbaarheid kunnen gelden? Past dan niet meer terughoudendheid bij de invoering ervan? Graag krijg ik hierop een reactie.

Het feit dat er binnen twee jaar allerlei perspectiefwendingen gepresenteerd worden ten aanzien van de grondwet, het grondwettelijk verdrag of de inhoud van en onderhandelingsruimte bij een niet-grondwettelijk verdrag, maakt de wens om kiezers te betrekken bij een nieuw verdrag eerder groter dan kleiner. Hoe democratisch komen de uitgangspunten voor een nieuw verdrag tot stand wanneer er wekelijks andere berichten komen over de uitgangspunten van zo'n nieuw verdrag die kennelijk en petit comité gewijzigd kunnen worden? Zou het uit democratisch oogpunt niet wenselijk zijn om de burger niet alleen breed te consulteren over een nieuw verdrag, maar om hem ook het finale oordeel erover te geven? De Europese verkiezingen van 2009 zouden zich bij uitstek lenen voor een nieuw EU-breed referendum waarmee de burger kan aangeven of het verdrag kan rekenen op voldoende instemming. Moet zo'n consultatie niet veel verder gaan dan kleinschalige bijeenkomsten in het land waar gediscussieerd wordt over zeer onduidelijke stellingen?

"Het nieuwe verdrag zal zowel qua vorm, inhoud en benaming anders zijn dan de oude Europese Grondwet", zei staatssecretaris Timmermans, en minister Verhagen bevestigt dat deze week. De praktijk is echter dat volgens kanselier Merkel de tekst van het te ratificeren "grond-wettelijk verdrag" nog dit jaar gereed moet zijn en vrijwel niet zal afwijken van het oude voorstel. Hoe groot is de ruimte om een grotere rol voor nationale parlementen te claimen en om een rem op de toetreding van nieuwe lidstaten te hebben? Als kanselier Merkel spreekt over een handelingsbekwaam Europa dat er voor de kerst moet zijn en dat niet verlamd wordt door veto's en ingewikkelde procedures, waarin verschilt dat dan van de superstaat Europa waar zoveel kiezers niet voor leken te voelen en die inmiddels ook door het kabinet wordt afgewezen? Kan het kabinet wat meer inzicht geven in de sterkte van die afwijzing? Wat zijn de consequenties als een handelingsbekwaam Europa wil kunnen werken zonder meer invloed van nationale parlementen, zonder een rem op toetreding, zonder een gele, oranje of rodekaartprocedure en zonder vetorecht? Zegt de regering nee tegen zo'n verdrag? Hoe zal zij veiligstellen dat verworvenheden in ons land, zoals een liberaal abortus- en euthanasiebeleid, het homohuwelijk en onze niet eens erg overdreven standaarden op het gebied van dierenwelzijn, door een handelingsbekwaam Europa niet overruled worden?

De Nederlandse kiezer wil meer helderheid van een kabinet dat opnieuw op pad gaat om Europese verdragen te sluiten. Graag wil de Partij voor de Dieren weten hoe het die helderheid gaat geven voordat onomkeerbare stappen worden gezet. Het kabinet is kennelijk blij dat het op 1 juni 2005 door de kiezers werd behoed voor het doen van de onomkeerare stap van het aannemen van een Europese Grondwet. Graag willen wij weten hoe het daarmee in de komende onderhandelingen rekening wil houden.