Bijdrage Wets­voorstel Verbod Pels­dier­hou­derij


5 oktober 2010

Voorzitter,

Een historisch debat vandaag, voor iedereen die opkomt voor de belangen van weerloze dieren. Die gedachte wint aan terrein, zelfs het VVD/CDA kabinet dat in de steigers staat besteedt meer woorden aan dieren dan ooit eerder het geval was in een regeringsverklaring en wil zelfs een Dierenpolitie van 500 man sterk invoeren die – volgens Dion Graus van de partij die dit kabinet moet gaan mogelijk maken- niet alleen voor huisdieren ingezet zal gaan worden, maar ook voor in het wild levende dieren, circusdieren en dieren in de bio-industrie. CDA en VVD in beweging voor dieren dus, waar de Christenunie eerder al had aangegeven het welzijn van dieren hoog in het vaandel te hebben en bijvoorbeeld het fokken van nertsen als onethisch te beschouwen. Dat zeggen niet alleen vertegenwoordigers van de Christenunie anno 2010, maar was al te horen in de tijd van de Reformatorisch Politieke Federatie. Leen van Dijke, Dick Stellingwerf, ze waren er in de vorige eeuw al van overtuigd dat de nertsenfokkerij zou moeten worden afgebouwd, en beloofden dat hun partij zich daarvoor in zou zetten. En hoewel de kansen dus gunstig lijken om eindelijk een einde te maken aan het fokken en vergassen van levende wezens louter voor hun vacht, heeft het lang geduurd voorzitter. Zo lang dat nertsenfokkers vanuit hun ondernemersverantwoordelijkheid de bui lang tevoren aan hebben zien komen en al vele jaren alle kansen hebben hun bedrijfsvoering om te vormen, wat velen van hen ook hebben gedaan. Het intrekken van het eerdere wetsvoorstel -afkomstig van toenmalig minister Brinkhorst- door het eerste kabinet Balkenende, was destijds één van de redenen was voor de oprichting van de Partij voor de Dieren. De wens van een duidelijke Kamermeerderheid en maar liefst driekwart van de Nederlandse bevolking werd door de partijen VVD, CDA en de LPF toen nog klakkeloos opzij geschoven. Maar vandaag is er een nieuwe mogelijkheid.

Nederlanders zijn tegen bontproductie uit ethische overwegingen en desalniettemin is ons land één van de grootste bontproducenten. Een kleine 200 bontfokkers wisten tot nu toe te winnen van miljoenen Nederlanders die al meer dan twintig jaar willen dat die bedrijven stoppen met hun onethische handel.

Vandaag kunnen we ervoor zorgen dat de geschiedenis zich op dit punt niet gaat herhalen. De politiek kan en mag niet langer achter de feiten aanlopen en de weerstand en zorgen van de Nederlandse bevolking negeren. Hierbij wil ik de indieners van dit wetsvoorstel dan ook bedanken voor het feit dat wij vandaag de kans krijgen om deze grote fout te herstellen. En voor hun bereidwilligheid om vergaand tegemoet te komen aan de wensen van de Christenunie in de vorm van een novelle die de overgangstermijn en schadevergoeding voor nertsenhouders bijzonder ruimhartig regelt.

Meer dan 50 miljoen nertsen geleden, drong de weerstand tegen de bontsector zodanig door tot de zittende politici dat de motie Swildens cs. door een Kamermeerderheid werd aangenomen. Dat was in 1999. Een jaar nadat Dick Stellingwerf van de Reformatorisch Politieke Federatie (Nu onderdeel van de ChristenUnie) dierenbeschermer van het jaar werd, juist ook vanwege het feit dat hij en zijn partij zich sterk hebben gemaakt voor een verbod op de bontfokkerijen. Ik noem het hier maar even omdat ik weet dat de ChristenUnie erom bekend staat woord te houden als er eenmaal beloften gedaan zijn.

De toenmalige minister van Landbouw reageerde hierop met het ontwikkelen van een wettelijk verbod. Brinkhorst gaf hierbij aan dat “het verbod past binnen de voortschrijdende ontwikkeling van de maatschappelijke grondhouding van de mens ten opzicht van het dier.” Dat Nederland hierin bepaald geen koploperspositie inneemt, blijkt wel uit het feit dat vele Europese landen al een verbod hebben ingesteld. Andere landen hebben regelgeving die zo streng is dat dit neerkomt op een verbod.

En dat is volkomen terecht. Tijdens hun leven zitten de nertsen in veel te kleine kooien. Niets van hun natuurlijke gedrag kunnen nertsen in zo'n kooi uitleven. Niet rennen, jagen of vluchten. Er is geen water om in te zwemmen en te vissen. In de kooi is slechts een drinknippel om water uit te zuigen en een PVC-buisje om doorheen te lopen.
Nertsen zijn roofdieren. Ook na honderd jaar gevangenschap zijn ze nog niet gedomesticeerd en dat zullen ze volgens deskundigen ook niet worden. Ze hebben nog steeds dezelfde eigenschappen die nertsen in het wild hebben. Geen wonder dat ze gek worden van verveling en frustratie als ze in een klein kooitje moeten leven. Dat is ook te zien. Nertsen vertonen in gevangenschap heel vaak abnormaal gedrag. Bijvoorbeeld door het eindeloos herhalen van zinloze bewegingen. Vaak bijten nertsen hun eigen staart en vacht kapot. Of ze lopen steeds rondjes of draaien voortdurend met hun kop rond de drinknippel.
De nertsenfokkers proberen door te fokken de nerts aan te passen aan het houderijsysteem in plaats van de omgeving aan de nerts aan te passen.

Zodra nertsen hun wintervacht hebben, komt er een abrupt einde aan hun treurige bestaan. Zij worden met koolmonoxide vergast. Voorzitter, bont is een door en door fout en overbodig luxeproduct waar tal van diervriendelijke en milieuvriendelijke alternatieven voor bestaan. Het is onethisch, onnodig, veroorzaakt enorm veel leed en is milieuvervuilend. Er is niets goeds aan bont. Bont is een uitwas van decadentie. Dezelfde decadentie die op dit moment onze aarde uitput. Er is geen enkele, geen ENKELE rechtvaardiging voor de bontproductie. Dát vindt de overgrote meerderheid van de Nederlanders. Weerloze, kwetsbare dieren worden uitgebuit, en er is bij mijn weten geen levensbeschouwing die dergelijk gedrag jegens weerloze dieren rechtvaardigt. Deze levende wezens die de pech hebben een prachtige vacht te hebben, worden in Nederland niet beschermd tegen het onethische handelen van de mens. De nertsenfokkerij, is een typisch Nederlands exportproduct waar we niet trots op mogen zijn.

Voorzitter, er moet een einde komen aan deze kleine, onethische bedrijfstak waar niemand op zit te wachten, alleen de nieuwe rijken in Rusland en China. Wij zouden niet aan hun vraag moeten willen voldoen. We moeten ethische keuzes maken, dat zijn we verplicht aan onszelf. We hebben eigen ethische normen en mogen daarom onze verantwoordelijkheid niet delegeren. We zijn het ook verplicht als we kijken naar de Nederlandse traditie voor het beschermen van de meest kwetsbaren. We hebben destijds ook de kinderarbeid afgeschaft, ondanks het feit dat we wisten dat het elders in de wereld voorkwam, of zelfs zou kunnen toenemen. We hebben toen niet geredeneerd laten we er dan maar beter hier een zogenaamd iets betere vorm van kinderarbeid zouden kunnen rechtvaardigen.
De vossen- en chinchillafokkerijen zijn inmiddels ook verboden. De volgende logische stap is de nertsenfokkerij. Een verbod is al vele jaren in aantocht, het komt zeker niet als een donderslag bij heldere hemel.

Er zijn meer dan voldoende alternatieven voor bont. Bont is in deze tijd niets meer dan een luxeproduct, een statussymbool. Eerder al besloten we een verbod in te stellen op het testen van ingrediënten van cosmetica op dieren. Cosmetica is immers ook een luxeproduct. Een verbod op de productie van bontproducten zou een meer dan logische stap zijn.
Voorzitter, en dan kom ik op het punt van de praktische uitwerking van dit verbod.

De Partij voor de Dieren wil ook de nertsenfokkers op een nette manier een einde kunnen maken aan hun fokkerijactiviteiten. Ook al moet mij van het hart dat ik het ronduit kwalijk vind hoe de nertsenfokkers de afgelopen jaren het aantal dieren hebben verdubbeld van ruim 2 miljoen naar maar liefst 5 miljoen nu. Ik las in de Pelsdierhouderij dat ze dat deden zodat een verbod in de toekomst nog moeilijker zou kunnen worden. Immers, het Plan van aanpak, later de productschapsverordening, sprak duidelijk van een nog altijd dreigend verbod en wees ook op de groeiende maatschappelijke weerstand. Het zou jammer zijn als partijen in dit huis hier in zouden trappen.

Ook moet hier gezegd zijn dat het toch wat ongeloofwaardig is als de bontfokkers claimen miljoenen euro’s te hebben geïnvesteerd. Het LEI heeft bij de berekening van de investeringen een kapitale fout gemaakt door abusievelijk 2003 als investeringsjaar als uitgangspunt te nemen, terwijl in de Productschapsverordening nota bene wordt aangegeven dat de nertsenfokkers sinds 1995 bezig zijn met de door het LEI genoemde welzijnsinvesteringen. 25% van de nertsenfokkers had tussen 1995 en 1998 die investeringen reeds gedaan, voorzitter.

Niemand kan zich wijs laten maken dat de investering in stro, PVC buisjes en platformpjes uit 1998 niet in 20 jaar kunnen zijn afgeschreven. In ieder geval hebben we het voor de komende tien jaar niet over investeringen gedaan door 50% van de nertsenfokkers, maar over investeringen van slechts 30% van de nertsenfokkers die er sinds 1998 zijn bijgekomen.

Voorzitter, we moeten af van de nertsenfokkerij en wel zo snel mogelijk. De dieren wachten al meer dan 25 jaar, nadat duidelijk werd dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse burgers tot de slotsom was gekomen bont niet meer te willen dragen en niet meer te willen fokken.

Een warme sanering is veel meer op zijn plaats als we willen voorkomen dat er nog eens 50 miljoen nertsen na een kort en ellendig leven vergast worden.
Want de onzekerheid voor het lot van de nertsen eén voor de nertsenfokkers duurt al veel te lang.

Daarom is het onbegrijpelijk dat er berichten zijn dat de ChristenUnie nog zou twijfelen over steun aan het verbod en de speciaal voor hen gemaakte novelle die tegemoetkomt aan de eerder geuite bezwaren van die partij. Hoe lang moeten de nertsen nog wachten op oprecht mededogen van de christenunie? Hoe lang wil de ChristenUnie de nertsenfokkers nog in onzekerheid laten? Wat is voor de ChristenUnie dan een acceptabele afbouwtermijn? Want door zo dubbelzinnig in het debat te blijven staan, veroorzaken zij valse hoop, voorzitter. En dat siert deze partij niet. Zo ken ik de Christenunie ook niet.

Zeker niet omdat de ChristenUnie net voor de verkiezingen van 2006 nog een duidelijke belofte deed aan de kiezer over een nertsenfokverbod. Milieudefensie vroeg een maand voor die verkiezingen aan Andre Rouvoet waarom er in het verkiezingsprogramma niets meer stond over de groei van de biologische landbouw. Rouvoet antwoordde:“Het verkiezingsprogramma is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. Het is geen bewuste keus geweest om dat te schrappen en het is de vraag of dat niet hersteld moet worden in het definitieve programma. Er zijn nog wel meer dingen waarvan ik vind dat ze terug moeten. Afschaffing van de nertsenhouderij stond er altijd in en ik vind ook dat dat er nu alsnog weer in moet.” In 1995 spraken de twee gefuseerde christelijke partijen al over een nertsenfokverbod, dat is meer dan 70 miljoen nertsen geleden, voorzitter. En nu blijkt opeens dat ze 2018 (23 jaar later, nog eens tientallen miljoenen nertsenlevens verder) nog een te korte termijn zouden vinden voor de beëindiging van de nertsenfokkerij….

Het kan toch niet waar zijn dat een partij als de PVV over meer ethisch besef zou beschikken als het gaat om het waar maken van beloften over een einde van de nertsenfokkerij, dan bij de Christenunie het geval is? Het zou toch onvoorstelbaar zijn dat de indieners van het wetsvoorstel en de novelle hun voorstellen beter aan zouden kunnen houden tot juni volgend jaar, omdat met de PVV in de eerste kamer er wel een meerderheid zou zijn voor het afschaffen van de nertsenfokkerij, waar de Christenunie zo’n meerderheid vandaag zou kunnen blokkeren?

Voorzitter, de Christenunie heeft in dat geval heel wat uit te leggen, en het zou niet minder dan woordbreuk zijn naar haar kiezers wanneer ze het verbod op de nertsenfokkerij zou blokkeren. Goed om met elkaar nog even de hoofdlijnen door te nemen.

Ethiek
De primaire reden voor het wetsvoorstel is een ethische. Het fokken en doden van deze dieren voor een overbodig modeproduct als bont is ethisch niet te rechtvaardigen.

Die opstelling is in lijn met de de huidige Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en het wetsvoorstel voor de nieuwe Wet dieren.

Het besluit te stoppen met bontproductie ligt geheel in lijn met het verbod op het fokken van vossen en chinchilla’s voor bont en de Europese importverboden op honden-, katten- en zeehondenbont. En is ook consistent met de Nederlandse inspanning om in de EU een verbod te bewerkstelligen op het produceren van vossen, chinchilla’s en nertsen voor bont. Het is verder in lijn met de in voorbereiding zijnde AMvB om de handel en verkoop van vossen- en chinchillabont in Nederland te stoppen.

Welzijn
Met het welzijn van nertsen is het slecht gesteld. In oktober 2007 heeft de minister van LNV door de Animal Science Group (ASG) van de Universiteit Wageningen een inventarisatie laten uitvoeren naar welzijnsknelpunten bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden, ter voorbereiding op de Nota Dierenwelzijn (F.R. Leenstra, E.K. Visser, M.A.W. Ruis et al. Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden, Animal Science Group, Wageningen 2007. Rapport 71). De conclusie van dat onderzoek is onder andere dat er ongerief voortkomt uit de huisvesting (prikkelarm) en de voeding (beperkt voeren van de overwinterende teefjes). Ook is de uitval onder pups hoog. De onderzoekers stellen verder vast dat de nerts het enige productiedier is dat als volwassen dier van nature solitair leeft en ook niet gedomesticeerd is. Dit probleem is volgens de ASG niet oplosbaar.

Het fokken en houden van nertsen staat haaks op het principe van de zogeheten ‘vijf vrijheden van Brambell’

Welzijnsverbetering?
In 1995 spraken de nertsenfokkers een Plan van Aanpak af waarin zij onder meer vastlegden in dierenwelzijn te gaan investeringen in de periode 1995 – 2005.

De ‘welzijnsverbeteringen’ waren marginaal: de kooibreedte werd vergroot van 25 naar 30 centimeter, de kooihoogte van 40 naar 45 centimeter.Verder werd er kooiverrijking toegepast in de vorm van een plateau en/of stukje pvc-buis.

Ondanks het Plan van Aanpak van veertien jaar geleden en de Productschapsverordening van zes jaar geleden, blijft het aantal nertsen in de oude kooien nagenoeg constant.

Op basis van de gegevens van het Productschap valt te concluderen dat de nertsenfokkers niet of nauwelijks de oude huisvesting hebben vervangen door nieuwe. Voorzover nertsen tegenwoordig zijn gehuisvest in systemen die voldoen aan de productschapsverordening betreft het geheel of grotendeels uitbreidingen.

Milieu
Recent is door de nertsenfokkers aangevoerd dat hun productie ‘milieuvriendelijk’ zou zijn – dit onder meer omdat de dieren hoofdzakelijk slachtafval te eten krijgen. In het Industrial Pollution Projection System van de World Bank komt de bontverwerkende industrie uit de bus als de vijfde meest vervuilende industrie als het gaat om grondverontreiniging met zware metalen. Voor de verwerking van de pelzen worden toxische, carcinogene stoffen als formaldehyde, chroom, naftaleen en lood gebruikt. Daarbij is bontproductie sterk afhankelijk van het gebruik van fossiele brandstoffen; het kost zelfs aanmerkelijk méér aardolie echt bont te produceren dan kunstbont.

Opinieonderzoeken
Opinieonderzoeken tonen een consistent beeld: sinds de jaren 1980 is de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking tegen bont is en maakt zich ernstig zorgen maakt over de dieren in de bontindustrie.

Betrouwbare overheid
Het verwijt dat wel wordt geuit door nertsenfokkers dat instelling van een verbod per 2018 blijk zou zijn van een onbetrouwbare overheid gaat niet op. Integendeel!

In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat het voorgestelde verbod op de nertsenfokkerij al enkele tientallen jaren in de Nederlandse samenleving een belangrijk politiek thema is. Dit leidde herhaaldelijk tot voorstellen in de Tweede Kamer om deze nertsenfokkerij te verbieden.

Als next best oplossing werd in 1995 gekozen voor een Plan van Aanpak dat een duidelijke, fundamentele verbetering van het welzijn zou moeten opleveren als voorwaarde voor de continuering van de nertsenfokkerij. Het Plan van Aanpak zou in verschillende fasen worden uitgevoerd en uiteindelijk in 2005 moeten zijn afgerond. Daarbij zou alsnog geconcludeerd kunnen worden dat de verkregen welzijnsverbeteringen onvoldoende zouden zijn en tot een verbod zou moeten worden overgegaan.

Dat laatste bleek spoedig het geval. In 1999 werd de motie-Swildens aangenomen die voorzag in een verbod. In 2001 besloot het Kabinet de nertsenfokkerij te verbieden, hetgeen door de val van het toenmalige Kabinet geen doorgang vond.

Vanaf de aanvaarding van de motie-Swildens in 1999 hebben de nertsenfokkers voor zichzelf, eenzijdig, besloten de uitvoering van het Plan van Aanpak op te schorten. Zij hebben de uitvoering ervan weer hervat, nadat de maatregelen van het Plan van Aanpak waren opgenomen in de Verordening welzijnsnormen nertsen van het PVE (2003), die in 2004 van kracht werd. Door deze eenzijdige actie is in feite een vertraging in de implementatie van de welzijnsmaatregelen van 8 jaar ontstaan, waardoor die in plaats van in 2005 in 2014 afgerond zal zijn.

De productschapsverordening (2003) laat duidelijk zien dat de sector zich toen goed ervan bewust was dat een verbod op de nertsenfokkerij nog steeds een reële mogelijkheid bleef. In de Toelichting op de Verordening staat geschreven ‘dat bij een eventueel beleid om toch de pelsdierenhouderij te verbieden ruimhartige financiële schadeloosstellingen worden gegeven dan wel dat een voldoende lange overgangstermijn, die aanzienlijk langer is dan 10 jaren, wordt ingebouwd.’ (p. 10-11, cursivering Bont voor Dieren).

Er worden hier dus twee mogelijkheden voor compensatie gegeven: financiële compensatie ‘dan wel’ een voldoende lange afbouwtermijn die langer is dan tien jaar. In het huidige voorstel wordt, gerekend vanaf 2008, een termijn van zestien jaar gegeven. Dat is dus inderdaad aanmerkelijk langer.

Concluderend, de overheid heeft op geen enkel moment de sector de garantie gegeven dat zij niet zou worden verboden. Hoogstens zou het intrekken van het vorige wetsvoorstel door minister Veerman en de daarop ingestelde Productschapsverordening uit 2003 gelezen kunnen worden als signaal dat de sector tenminste tot 2014 de tijd zou krijgen. Welnu, het huidige wetsvoorstel laat dat signaal ongemoeid: het voorgestelde verbod gaat immers pas in 2024 in.

Tot slot doet een verbod recht aan de langgekoesterde en duidelijke wens vanuit de maatschappij om een einde te maken aan deze dieronvriendelijke sector. Na tientallen jaren politiek debat siert het de overheid juist als zij zich verantwoordelijk en betrouwbaar toont en eindelijk een verbod instelt.

Afbouwtermijn
Op basis van het rapport Van Noord is gekozen voor een afbouwtermijn van tien jaar, ingaand nadat de allerlaatste welzijnsinvesteringen zijn gedaan (2013). Voor nadere discussie hiervan verwijzen wij u naar de tekst van de indieners en de rapporten van CE Delft.

De vrees dat de sector voortijdig onprofijtelijk wordt, is ongegrond. De sector heeft bewezen in korte tijd grote schaalveranderingen aan te kunnen – en er is geen reden om aan te nemen dat dat nu niet zou kunnen. Nertsenfokkers kunnen heel goed omschakelen naar andere agrarische activiteiten, zoals elke ondernemer zich voor uitdagingen gesteld ziet. Zelden hebben ondernemers die uitdagingen zo ver van tevoren zien aankomen als de nertsenfokkers nu.

Alleen om die reden is er alle aanleiding de nertsenfokkerij nu definitief te verbieden. Het heeft lang genoeg geduurd, dat zou ook de Christenunie moeten inzien na al die jaren van beloftes om de nertsenfokkerij af te bouwen.

Dank u wel.