Bijdrage Crisis en Herstelwet


16 maart 2010

Voorzitter,

Denkend aan Holland zie ik leegstaande nieuwbouw en te huur staande bedrijventerreinen en kantoorgebouwen. Brede files en overvolle treinen, traag door eindig laagland gaan. Dit toekomstperspectief wordt u aangeboden door het Kabinet Balkenende 4.

Vandaag bespreken we het afscheidscadeau van twee bewindslieden van wie er één heeft aangegeven zeker niet terug te zullen komen, en één alleen onder een voorwaarde waarvan we allemaal weten dat die makkelijk te vervullen zal zijn.

Beide bewindslieden hebben aangegeven haast te hebben en zich eraan te storen dat de eerste kamer zoveel tijd nam. Dat is uitzonderlijk, voorzitter, bewindslieden die zich met zoveel nadruk bemoeien met de agenda van het parlement.

Juist wanneer de eerste kamer er alles aan doet een onzorgvuldige en maatschappelijk omstreden wet op een zo zorgvuldig mogelijke manier te wegen, is het opmerkelijk dat bewindslieden daar zo openlijk en opdringerig in opiniërende zin bij betrokken wensen te zijn.

En natuurlijk mist zoiets haar uitwerking niet, zelfs niet nadat het kabinet gevallen is. Zelden zijn de hoffelijkheidsregels rond het respecteren van de wens van een substantiële minderheid in dit huis zozeer geschaad, als nu het geval is.

Er is sprake van een controversiële wet, en niet alleen vanwege het feit dat meer dan 20 leden in dit huis dat vinden. En het blijkt ook niet afhankelijk te zijn van aantallen, voorzitter, want ook de 33 leden die de winkeltijdenwet controversieel wilden verklaren werden niet gerespecteerd in die wens door de meerderheid. Er staat kennelijk meer op het spel dan hoffelijkheid kan rechtvaardigen. Ik hoop, voorzitter dat dat een zinvol debat en een eerlijke en open weging niet in de weg hoeft te staan.

We hebben de afgelopen dagen gezien wat voortschrijdend inzicht met mensen kan doen. De minister van verkeer en waterstaat heeft ontdekt dat er belangrijker zaken zijn dan haagse politiek en het zetten van een eerste schop in de grond , en koos met nadruk voor iets anders. Ik wil hem daarmee feliciteren en complimenteren, voorzitter, maar wil vandaag met nadruk ook aandacht vragen voor de erfenis die hij achterlaat voor toekomstige generaties.

Laat de minister blijvende littekens achter in de polders van bijvoorbeeld Midden Delfland, of is hij bereid voor hetzelfde geld en binnen dezelfde tijd te kiezen voor een cosmetische operatie, die de doorstroming van het autoverkeer op gelijke wijze bevordert, maar tegelijk de natuur en het landschap ontziet?

Ik weet dat niet iedereen zit te wachten op casuïstiek in een debat als dit, maar toch kan het van belang zijn om de gedachte duidelijk te bepalen. Neem de aanleg van de A4 door Midden Delfland, voorzitter, waarvoor de minister graag nog zelf de eerste spa in de grond had willen steken. Opgenomen in de crisis- en herstelwet, om elke vertraging in de aanleg te voorkomen. De minister heeft het tracébesluit voor de A4 door de tweede kamer geloodst . Maar de onderbouwing bleek gebaseerd te zijn op verkeerde uitgangspunten van Rijkswaterstaat.

Haskoning heeft in z’n vergelijking aangeven dat de second opinion is gemaakt op basis van de ontwerpuitgangspunten voor de A4 met Vaart, die Rijkswaterstaat heeft aangereikt. De tunnel bestaat echter niet uit 4 buizen maar uit twee buizen; De tunnel is niet 60 meter breed maar slechts 36 meter en is niet onder het maaiveld gelegen maar op boezemniveau.

Bovendien is gebleken dat Rijkswaterstaat de aanleg van de weg heeft gecalculeerd op basis van een vliesconstructie. Zo’n constructie is technisch moeilijk te realiseren en een groot risico in de uitvoering omdat de fundering van het aquaduct en ecoduct er doorheen gevoerd moet worden. De technische haalbaarheid is door Haskoning niet getoetst omdat die wijziging vlak voor het definitieve rapport op last van Rijkswaterstaat is doorgevoerd.

Onlangs heeft Rijkswaterstaat op een informatieavond in Schipluiden aangegeven dat ze ervan uitgaat dat de vliesconstructie er niet komt en daarbij de volgende redering gehanteerd:” Wij denken dat het realistischer is van een betonnen bak uit te gaan. Maar als er een aannemer is die toch een vlies wil maken dan mag hij dat. Dat is dan voor zijn risico. Met andere woorden; we gaan uit ervan uit dat er een betonnen bak komt, maar we rekenen voorlopig met een vliesconstructie! Je hebt geld gereserveerd voor een Mini en je vraagt om een Ferrari, in de hoop dat iemand daar in trapt?

In de kostenraming van Rijkswaterstaat is de vliesconstructie ten onrechte als bezuiniging doorgevoerd. Er zou minimaal een bandbreedte moeten worden aangebracht waarin beide varianten, met en zonder vlies, in beeld worden gebracht.

Het is schrijnend, voorzitter dat het van de inzet van verontruste burgers afhankelijk is of de foute of tenminste dubieuze aannames van Rijkwaterstaat al dan niet bestreden worden. En als dat al het geval is, is het interessant of we ons de tijd gunnen om correcties aan te brengen op verkeerde besluitvorming. Het zijn juist die correcties waar het kabinet niet meer op wil wachten. Indien de Crisis- en Herstelwet nu doorgang zou vinden worden belangrijke partijen ten onrechte buitenspel gezet! Dreigen nieuwe debacles van de omvang van de Betuwelijn, de HSL en de N-Z lijn, juist omdat er niet de tijd meer is voor bezinning.

Er staat dan geen beroep meer open op het Definitieve Tracée Besluit over de A4 door Midden Delfland, hoewel de besluitvorming ten aanzien van het alternatief op verkeerde gronden, dat wil zeggen met de verkeerde informatie aan de tweede kamer, heeft plaatsgevonden.

Dat, voorzitter is onacceptabel en de kans op dergelijke fouten neemt alleen maar toe met de ‘eerst doen, dan denken’ besluitvorming waarop de crisis- en herstelwet gebaseerd lijkt te zijn.

Als concrete eerste vraag aan de minister van V&W zou ik willen stellen: ‘bent u bereid om de aanleg van de A4 door Midden Delfland en de ondertunnelde variant met een vaart erboven te laten onderzoeken door een onafhankelijke partij, nu zowel Haskoning als BAM als de gemeente Delft als de gemeente Schiedam en de gemeente Vlaardingen hebben aangeven daar dringende aanleiding toe te zien. Bent u bereid die toezegging te doen, als lakmoesproef voor het feit dat ook binnen de crisis- en herstelwet ruimte blijft voor de toepassing van resultaten van voortschrijdend inzicht en de bijbehorende aanpassing van ingrijpende plannen in natuurgebieden.

En als dat onverhoopt niet het geval mocht zijn, op welke wijze beschermt de crisis- en herstelwet ons dan tegen overhaaste besluiten en onomkeerbare fouten? Graag een reactie van de minister.

Artikel 21 van onze Grondwet luidt: de zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

Natuur is het meest waardevolle dat wij bezitten. Wij zijn er volledig van afhankelijk: schone lucht, schone aarde en schoon water. Diversiteit aan planten, dieren en ecosystemen heeft niet alleen een grote intrinsieke waarde, het is ook de basis van ons dagelijks leven: kritisch, natuurlijk kapitaal. Kritisch omdat het onvervangbaar is. Waar haal je schone lucht vandaan om in te ademen als alle lucht in je omgeving vervuild is? Waar zijn de grondstoffen voor onze samenleving van nu en in de toekomst als de bossen verdwenen zijn? Wat gaan wij drinken als het water vervuild is? In Nederland is nog maar 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit over en voor meer dan 90% van de beschermde soorten en habitattypen -- let op: beschermde soorten! -- ziet het er niet goed uit. Nederland teert in op zijn eigen natuurlijk kapitaal en put daarbij in groeiende mate de natuurlijke reserves in andere, vooral armere delen van de wereld uit.

Lukt het ons niet om de opwarming van de aarde tot maximaal 2 graden Celsius te beperken, dan is de schade niet te overzien en niet te betalen. Al in 2006 waarschuwde de Britse topeconoom Stern dat niets doen leidt tot aanzienlijk hogere kosten dan nu investeren in effectief klimaatbeleid. Hij becijferde dat de kosten van klimaatverandering 1000 tot 5500 mld. zouden bedragen, maar dat je dat kunt voorkomen door te werken aan effectieve klimaatoplossingen. De kap van het regenwoud, vooral ten behoeve van onze veehouderij, kost volgens Deutsche Bank topeconoom Pavan Sukhdev jaarlijks tussen de 2000 en 5000 miljard USD[1]. De kosten van de financiële crisis die politici uitsluitend bezig lijkt te houden vallen daarbij volkomen in het niet.

Met de klimaatdoelen in Nederland gaat het slecht, ronduit slecht. Op korte termijn zullen juist door de economische crisis de doelen wel worden gehaald, maar op langere termijn, in 2020, zeker niet. De Milieubalans was hier helder over. Alleen een fundamentele herziening van beleid kan de neergang keren, aldus de balans. Ook de zorgen om de biodiversiteit zijn enorm. De ambitie was ging niet eens verder dan om het verlies aan biodiversiteit in 2010 te stoppen. Zelfs die magere ambitie wordt niet gehaald. Om over herstel van natuur nog maar te zwijgen. De crisis- en herstelwet biedt er geen antwoord op, omdat niet is uitgegaan van de bestrijding van crises in samenhang.

De Verenigde Naties riepen dit jaar uit tot het jaar van biodiversiteit. Milieuministers en -commissarissen luiden wereldwijd de noodklok over de toestand van onze natuur. En wat doet ons kabinet? Haast zetten achter een wet die onze natuur en ons milieu vakkundig verder om zeep zal helpen. Voorzitter. de wet die voor ons ligt, de crisiswet, zal snel en doeltreffend leiden tot regelrechte ecologische kapitaalvernietiging ten gunste van meer asfalt, vliegreizen en karbonades, allemaal aspecten van een samenleving die zich nog niet realiseert dat het opofferen van natuur onze samenleving in grote problemen brengt. Dit wetsvoorstel draagt de handtekening van een kabinet dat weigert zich neer te leggen bij de conclusie dat niet de economische crisis, maar de klimaat- en biodiversiteitscrisis de grote crises van onze tijd zijn. Bij het uitbreken van de financiële crisis die overging in een economische recessie doken overal pleidooien op om te breken met de oude werkelijkheid en niet van de minsten: van prominente economen, opinieleiders en politici. Herman Wijffels, partijgenoot van de ministers die de crisis- en herstelwet met stoom en kokend water door de kamer willen loodsen, stelt het volgende.

Ik citeer: ”De huidige crisis bestaat eigenlijk uit drie afzonderlijke crises, die nauw met elkaar verbonden zijn: de financieel-economische crisis die in 2008 uitbrak, de ecologische crisis die zich al enkele decennia meer en meer manifesteert en een cultureel-morele crisis. Alle drie de perspectieven, financieel-economisch, ecologisch en moreel zijn relevant. Samen vormen zij de basis voor echte aanpak van de crisis. Vanuit het perspectief van de ecologische crisis is een herstel van het oude economische model onwenselijk. De kapitalistische economie is de laatste jaren duidelijk op de grenzen van het draagvermogen van onze planeet gestuit. De financieel-economische crisis is niet alléén ontstaan door misdragingen van bankiers maar ook door ecologische problemen. De conclusie is onvermijdelijk dat onze levensstijl niet vol te houden is in verband met het beperkte draagvermogen van de aarde. Er moet een einde komen aan onze huidige manier van leven, organiseren en werken. Het Westerse model, samen met de waarden die eraan ten grondslag liggen, moet op de helling. Vanuit ecologisch oogpunt moet het streven zijn naar een duurzame economie. Dat vergt een ingrijpende transformatie. De economie moet dienstbaar worden aan de mensen en aan de aarde. De huidige crisis is niet zomaar de zoveelste crisis in een rij. Het is een wake-up call voor een grondige heroriëntatie in de richting van harmonie met de aarde. De mogelijkheden zijn er. Maar we moeten het ook gaan doen.” Einde citaat.

Voor mij komt die beschouwing van een CDA ideoloog veel dichter bij het begrip rentmeesterschap, dan de inhoud van de crisis- en herstelwet die juist elke vorm van rentmeesterschap buitenspel probeert te zetten.

Op 11 november 2008 is in dit huis de motie Schuurman aangenomen die de regering verzocht om initiatieven te ontplooien zowel nationaal als internationaal om te komen tot de ontwikkeling van scenario’s waarin de crises waar de wereldbevolking mee kampt, in samenhang worden aangepakt.

Voorzitter, de motie was breed ondertekend door alle partijen behalve de VVD en je zou daar verwachtingen aan moeten mogen koppelen ten aanzien van elke crisisbestrijdingsmaatregel die hieraan geijkt zou kunnen worden.

Dat is in geen enkel opzicht het geval! Voorzitter, hoe serieus kunnen we onszelf als kamer nemen wanneer we geweldige voornemens in prachtige moties vervatten, maar het kabinet vervolgens vrijlaten daar wel of geen invulling aan te geven. De tijd van vrijblijvende opvattingen over duurzaamheid is voorbij, die kunnen we ons niet langer veroorloven , voorzitter, wanneer we het begrip veroorloven tenminste niet louter in financiële termen beschouwen.

Hooggespannen verwachtingen dus voorzitter, van alle partijen die de motie Schuurman ondertekend hebben, maar vooral ook hooggespannen verwachtingen van de indiener zelf. Ons kabinet stelt vandaag voor om in een tijd waarin de crisis rond biodiversiteit en klimaat definitief onoplosbaar dreigt te worden, de regels voor natuur en milieu over boord te zetten omwille van het herstel van de economie. O ja, en voor duurzaamheid. Dat is nogal wat. Zeker als je daarbij optelt dat een dikke streep wordt gehaald door fundamentele beginselen van onze rechtsstaat, want ook de rechtsbescherming van burgers, maatschappelijke organisaties en zelfs die van decentrale overheden dreigt in ernstige mate schipbreuk te lijden.

Daar zouden dan wel hele goede redenen voor moeten zijn. Het kabinet verdedigt haar voorstel met een verwijzing naar de economische crisis. Er is inderdaad sprake van krimp van de economie. Wij kampen met stijgende werkloosheid en daar passen maatregelen bij, soms ingrijpende. Maar als herstel van de economie het doel is, levert deze Crisis- en herstelwet dan de bijdrage die nodig is? Levert het opzij schuiven of wijzigen van maar liefst 27 wetten tegelijk voor de economie wat op, en voor de duurzame economie die het kabinet zegt na te streven?

Het kabinet stelt dat bij het bestrijden van de economische crisis een specifiek probleem wordt gevormd door de complexiteit en de stroperigheid van de besluitvorming. Die zorgen ervoor dat urgente projecten vertragen. Het kabinet stelt ook dat het wetsvoorstel is gericht op versnelling van infrastructurele projecten, op versnelling van andere grote bouwprojecten en op versnelling van projecten op het gebied van duurzaamheid, economie en innovatie. Het kabinet stelt dat het op de middellange termijn moet bijdragen aan de duurzaamheid en aan de versterking van de economische structuur. En: in de kern wordt aan zorgvuldige procedures gewerkt. Kort gezegd doet het kabinet dat met het aanwijzen van projecten en met het formuleren van categorieën die vanaf 2010 zonder toetsing aan vigerende wetgeving, inspraak van burgers en parlement en beroep bij de rechter - zouden moeten worden uitgevoerd.

De vraag rijst: hoe is het kabinet aan de lijst met projecten en de formulering voor nieuwe projecten gekomen? Welke criteria zijn gehanteerd om te kunnen bepalen of potentiële projecten zullen opleveren wat ervan wordt verwacht: werk, verbeterde economische structuur, duurzaamheid? Wat bedoelt het kabinet in deze context eigenlijk met duurzaamheid? Hoe is de regering, in het licht van haar doelstellingen, gekomen tot de keuze voor bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe wegen, het creëren van nieuwe burgerluchthavens en het bouwen van woningen op nieuwe locaties? Op welke wijze is getoetst of die projecten bijdragen aan de doelstelling van duurzaamheid, werkgelegenheid en versterking van de economische structuur?

De voorstellen van het kabinet zijn wel besproken door de Raad van State en in uitgebreide rondetafelgesprekken met een keur aan deskundigen. Een van de belangrijkste vragen was: leveren de plannen van het kabinet de economische impulsen en structuurversterking op die ervan verwacht worden? Kortom: is er een kans dat het kabinet de doelen die in het wetsvoorstel worden gesteld, ook daadwerkelijk zal realiseren? De Raad van State zegt in haar beoordeling van het wetsvoorstel: ''eigen aan conjuncturele maatregelen is, dat zij erop gericht zijn om de economie op korte termijn een impuls te geven en niet langer duren dan nodig is''. Het wetsvoorstel geeft daarvan een aantal voorbeelden. Dat ligt anders wat betreft maatregelen die gericht zijn op de bevordering van infrastructurele werken en andere grote bouwprojecten. Deze maatregelen komen te laat om op korte termijn een bijdrage te kunnen leveren aan de bestrijding van de economische crisis, omdat er jaren gemoeid zijn met de voorbereiding en uitvoering daarvan. Dat beeld werd ook tijdens rondetafelgesprekken bevestigd. Straks, als de aannemersbedrijven het ondanks deze wet niet bol blijken te kunnen werken, zullen we een Nederland zien met onafgebouwde projecten en een regering die niet weet hoe daar mee om te gaan.

Professor Priemus noemde in de Tweede kamer 10 averechtse effecten van de crisis- en herstelwet, en voelde zich als deskundige bij uitstek, uitermate niet serieus genomen. Hij gaf na afloop aan nooit meer naar een hoorzitting van de Tweede kamer te zullen gaan, omdat hij de overtuiging had dat er sprake was van een rituele dans en dat er op geen enkele manier geluisterd werd omdat de uitkomst al vast stond. Veel mensen voelen dat hij gelijk had en heeft, ook in dit huis.

De Tweede Kamer heeft gevraagd naar een nadere onderbouwing van de effecten van de geselecteerde projecten op de werkgelegenheid en de structuurversterking. Ook is gevraagd of het kabinet bereid was om door het Centraal Planbureau een quickscan te laten uitvoeren naar de welvaarts- en werkgelegenheidseffecten. Dat zijn zinnige vragen van de fractie van de ChristenUnie zodat de Kamer als medewetgever zou kunnen oordelen over het wetsvoorstel van het kabinet. Maar dit kabinet kan of wil niks onderbouwen. De enige reactie die doorklinkt is: de besluitvorming over projecten verloopt te traag en dat moet veranderen. We weten niet waard e trein naartoe gaat, alleen dat we ‘m niet mogen missen! Moeten we echt 27 wetten wijzigen omdat de minister van Verkeer en Waterstaat zo graag een schop in de grond wil steken. En zijn z’n ambities op dit terrein mogelijk veranderd nu hij voor zichzelf andere ambities heeft geformuleerd? Het kabinet verkoopt dit ingrijpende wetsvoorstel als absoluut noodzakelijk om de economische crisis te kunnen bezweren, maar als je vragen stelt over de onderbouwing van de keuzes of de effectiviteit van de maatregelen, krijg je geen antwoord. Je hoort alleen de haperende grammofoonplaat dat die verdraaide projecten maar niet kunnen worden opgestart. Die VOC mentaliteit moet terugkomen, toch….? Het is op zichzelf al onverantwoord om in korte tijd te proberen om een zeer ingrijpend wetsvoorstel door te drukken, waarin fundamentele beginselen van onze rechtsstaat worden verlaten.
Het is duidelijk dat de fundamentele keuzes die gemaakt hadden moeten worden, om een omslag naar een duurzame economie te bewerkstelligen, niet zijn gemaakt in de crisiswet. De strekking van de motie Schuurman wordt met voeten getreden in het wetsvoorstel. De economische effecten van de keuzes die wel zijn gemaakt, overtuigen niet. Slachtoffers zijn de natuur, het milieu, de duurzaamheid, en de rechtsbescherming. Alles van waarde is weerloos, wanneer er geld verdient moet worden door bouwend Nederland. Dat is de samenvatting van deze wet.

De belangrijkste motivatie voor het kabinet om deze crisiswet door te drukken is de ergernis over de stagnatie in de besluitvorming over projecten, zoals de uitbreiding van het vliegveld in Lelystad, het doortrekken van de A4 en het ammoniakdossier. De vraag rijst hoe het eigenlijk komt dat projecten maar niet van de grond komen of vertraging oplopen vanwege procedures? Is dat de schuld van procederende milieuorganisaties, of oorzaak nummer één bestuurlijk en politiek onvermogen om tijdig tot kwalitatief goede besluiten te komen.

Een kwalitatief goed besluit, is in elk geval niet strijdig met bestaande regels.
Omdat de overheid keer op keer faalt om de eigen wetten te respecteren, moet in veel gevallen de rechter eraan te pas komen om ervoor te zorgen dat de overheid zich aan haar eigen regels houdt. De overheid als radicale wetsovertreder , vraagt hier om meer bevoegdheden. In plaats van stevig in te grijpen in de bestuurscultuur om de kwaliteit van besluiten te verbeteren, stelt het kabinet voor om de gang naar de rechter te bemoeilijken.

Het inperken van inspraakmogelijkheden van bezorgde burgers is een traject dat al jaren geleden in gang is gezet. Milieuclubs de mond snoeren staat al langer hoog op de verlanglijstjes. Ik noem minister Eurlings, die sprak van een juridisch moeras waarin zijn goede daden verzanden. Ik noem Mark Rutte, die sprak over beroepsmatige probleemmakers. Hij wist zich hierbij gesteund door de SGP en de PVV in de tweede kamer. Een ander voorbeeld is CDA-gedeputeerde Onno Hoes, die vorig jaar trots stelde dat bezwaarmakers van steeds betere huize moeten komen om democratisch genomen besluiten bij de rechter te kunnen aanvechten. Met bezwaarmakers doelde hij natuurlijk op mensen die volgens hem van procedures hun hobby maken. Ger Koopmans,CDA kamerlid en landbouwlobbyist maakt zich zorgen over iemand die drie hoog achter in Amsterdam een Brabantse boer een vergunning voor uitbreiding van zijn veehouderij kan ontzeggen. En Bernard Wientjes, spreekt over misbruik van democratisch bepaalde procedures. Dat zijn de achtergronden van de vermeende noodzaak van deze crisis- en herstelwet. De overheid wil niet nagerekend worden, wil niet dat haar onwettig handelen door rechters getoetst wordt. Of wil haar onwettig handelen wit wassen door 27 wetten te wijzigen door de eerste kamer onder grote druk te plaatsen. Een kabinet dat zich gehinderd voelt bij het overtreden van wetten, besluit dan maar de wetten naar zichzelf toe te buigen, het is een wonder dat iemand zich daartoe laat verleiden!

Tot 2005 mocht iedereen een beroepschrift indienen als een milieuvergunning verleend werd. Het milieu is immers in het belang van iedereen. Die wetgeving werd op initiatief van het CDA teruggesnoeid. Nu is dat recht voorbehouden aan belanghebbenden en sindsdien is met man en macht gewerkt aan het verder inperken van de beroepsmogelijheden en de belanghebbendendefinitie .Het merkwaardige feit doet zich voor dat degenen die proberen de aarde te redden worden aangeduid als radicalen, terwijl de mensen die overduidelijk verder willen met het plegen van roofbouw op onze aarde nog steeds gezien worden als respectabele burgers die na 25 jaar intensieve afbraak van de leefbaarheid van onze planeet een lintje van Hare Majesteit ontvangen. Na het schrappen van de actio popularis in 2005, werd de rechtsbijstand voor milieuorganisaties geschrapt en werden vergoedingen voor gesubsidieerde rechtshulp beperkt. Zelfs organisaties die met succes bezwaar aantekenden tegen onwettig overheidsbeleid, kregen van de door hen gemaakte kosten maar een symbolisch deel vergoed. VVD en CDA vroegen vervolgens om voorstellen voor invoering van een relativiteitsvereiste waarvan wij vandaag het treurige resultaat kunnen zien.

De beroepsmogelijkheden bij de rechter worden met de Crisis- en herstelwet fors ingeperkt en de Partij voor de Dieren is daar verklaard tegenstander van. Het kabinet hoopt daarmee de ruimte voor zichzelf te creëren om zonder lastige procedures snel aan de slag te kunnen met haar verlanglijstje: asfalt, agroparken, een vliegveld en vooruit, om de fracties van de Partij van de Arbeid en Christenunie te paaien: ook een paar windmolens. De vraag is: gaat het helpen? Zullen die inperkingen van de rechtsgang nou echt gaan zorgen voor versnelling? Integendeel,voorzitter de deskundigen zijn vrijwel unaniem van mening dat het huidige wetsvoorstel een enorme juridische onzekerheid met zich brengt, dat het wetsvoorstel de grenzen van de Europese regelgeving opzoekt, en zelfs overschrijdt, en dat rechtszaken die hieruit voort zullen komen, juist een vertraging zullen opleveren. Een nieuw juridisch moeras. Helemaal zelf aangelegd als één van de laatste politieke daden van minister Eurlings!

De Raad voor de rechtspraak is niet geheel per ongeluk genegeerd bij de totstandkoming van dit voorstel. De Raad heeft in de hoorzitting aangegeven zeer ongelukkig te zijn met de wet en met het feit dat haar geen advies gevraagd is, en datzelfde geldt voor de natuur- en milieu-organisaties, onteigeningsadvocaten en lokale overheden. En voor de Raad van State die niet is ingeschakeld voor nader advies nadat ze in eersten aanleg vernietigend oordeelde over het wetsvoorstel.

Op basis van welke criteria heeft het kabinet de bijlagen samengesteld? Ogenschijnlijk vooral een verlanglijstje van de economische lobby en van de boerenlobby en een aantal zeer omstreden projecten die er nu onder het mom van crisisbestrijding doorheen worden geduwd. Geen economisch kader en geen duidelijke effecten op werkgelegenheid en duurzaamheid. Daar moet toch een heldere verklaring voor zijn? Dit wetsvoorstel bevat een aantal belangrijke wijzigingen van het bestuurs- en procesrecht. Het gaat grotendeels om de oude wens van het CDA om het voor belanghebbenden onmogelijk te maken om hun gelijk bij de rechter te halen.

Het is zeer onwenselijk dat het Rijk ontwikkelingsgebieden kan aanwijzen waar de wetgeving even niet hoeft te gelden. Hier staat geen beroep tegenover, ook niet van decentrale overheden, en ook het parlement wordt hier niet bij betrokken. Een ondermijning van de trias politica.

De gang naar de rechter wordt ernstig bemoeilijkt en desondanks geeft de Raad voor de rechtspraak aan dat de wet zo krakkemikkig in elkaar zit, dat er filevorming zal ontstaan bij de rechterlijke macht. Crisis of geen crisis, zegt ze. Juist om dat rechtmatig handelen te waarborgen, staan bij de bestuursrechter beroepsmogelijkheden open tegen besluiten van de overheid. Daarmee wordt de gewenste bescherming van natuur en milieu verzekerd.

Aan het grote aantal gewonnen rechtszaken door milieu-, natuur- en lokale belangenorganisaties is af te lezen dat het bevoegd gezag zo af en toe duidelijk moeite heeft om de natuur- en milieubelangen goed te borgen. Dat is niet zelden ook het gevolg van een veel te beperkte kennis van de regelgeving bij de ambtenaren en bestuurders die het besluit voorbereiden en nemen. Dat moet je niet rechtzetten door de gang naar de rechter te bemoeilijken, dat moet je rechtzetten door het nemen van correcte besluiten en te investeren in die kennis als er een lacune is. Blijkbaar is het nodig dat de Raad van State de milieu- en natuurregels regelmatig aan het kabinet of andere overheden voorlegt en blijkbaar vindt het kabinet die uitleg ook waardevol. Waarom worden in dit geval de opmerkingen van de raad over het voorliggende wetsvoorstel nauwelijks serieus genomen? De Raad van State heeft geadviseerd om een aantal van de wijzigingen van het bestuurs- en procesrecht uit het wetsvoorstel te halen. Dit om onduidelijkheden, problemen met strijdigheid met EU-regelgeving en onnodige vertraging in de rechtszaal te voorkomen. Waarom negeerde u dat advies en kunt u aangeven waarom de wijzigingsvoorstellen in de Tweede Kamer niet voor een nieuwe toets naar de Raad van State gestuurd? Waarom zette u de raad voor de rechtspraak op zo’n uitzonderlijke wijze buitenspel? Het kabinet heeft nog een ander trucje verzonnen om het mensen moeilijker te maken om besluiten vernietigd te laten krijgen door de rechter: het passeren van gebreken. Ook al zit een besluit niet goed in elkaar, dan nog hoeft de rechter het besluit niet te vernietigen indien aannemelijk is dat belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.

Het volgende trucje is dat indienen van het pro-forma beroepschrift en het aanvullen van de beroepsgronden na afloop van de beroepstermijn wordt afgeschaft. Normaal gaat het als volgt: na publicatie van een besluit is er een termijn van zes weken waarin belanghebbenden bezwaar of beroep kunnen aantekenen tegen dat besluit. Zeker voor kleine organisaties of voor individuen, zoals de omwonenden van een nieuw te plannen megastal, industrieterrein of vliegveld, is zes weken erg kort om hun bezwaar- of beroepschrift helemaal te motiveren en te onderbouwen met wetenschappelijke feiten, omdat het vaak over heel grote projecten gaat waaraan veel onderzoek ten grondslag ligt en omdat het recht tot nu toe de gelegenheid biedt om pro-forma beroep aan te tekenen om extra onderzoek te doen. Ook bestaat nu nog de mogelijkheid om tijdens de rechtszaak, bijvoorbeeld op grond van nieuwe onderzoeken, de al genoemde beroepsgronden aan te vullen. Daarmee is bijvoorbeeld nog beter aan te tonen dat de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit, niet zorgvuldig is uitgevoerd. Dat is heel vaak het geval.

Dat zou logischerwijs de A4 door midden delfland in z’n milieu-onvriendelijke vorm tegen kunnen houden en vervangen door een milieuvriendelijke oplossing zoals de A4 met vaart. Waarom gebeurt dat eigenlijk niet, voorzitter?

Dan tot slot de onteigeningswet voorzitter. Ik signaleer dat in de brief van de MP in het geheel niet wordt ingegaan op de bezwaren tegen de centralisering. De brief focust louter op de "ontkoppeling".

Het voorstel dat nu wordt gedaan betekent de facto een "terugkeer" naar de huidige praktijk, waar het gaat om de door de Kroon te hanteren clausules. Dat is prettig, maar dan zou ik ook zeggen: schrap dan snel de bepaling(en) die we kennelijk toch niet gaan gebruiken.

De opmerking over een "voorwaardelijk vonnis" vragen aan de civiele rechter is echt onzin. De wet kent niet de figuur van een "voorwaardelijk vonnis" dus het is nu al evident dat de rechter een dergelijk vonnis ook niet zal uitspreken. Hoe kan het dat de fracties van ChristenUnie en mogelijk ook de PvdA aan het twijfelen zijn gebracht over hun bezwaren met zo’n lange vinger?

Enkele weg naar het hier kennelijk beoogde doel is (opnieuw) in de wet opnemen dat een vonnis niet kan worden ingeschreven alvorens het onderliggende planologisch besluit onherroepelijk is. Maar kennelijk ontbreekt daarvoor nu nog even de tijd. De brief was het zoveelste voorbeeld van een inadequaat antwoord op onze vragen.

Voorzitter, als tal van adviesorganen tegen deze wet zijn, als de VNG zegt wel andere en betere middelen te zien voor versnelling van procedures dan deze wet, als de eerste kamer eigenlijk deze wet gewoon niet wil, maar zich het pistool op de borst gezet voelt door de MP,als leden van de eerste kamer van mening zijn dat we hier van doen hebben met een wet die intrinsiek niet goed is, zijn we aan onszelf en anderen verplicht deze wet te verwerpen. Ik roep nog maar even de belofte in herinnering die we allemaal gedaan hebben toen we in het parlement zitting namen.

"Ik zweer (verklaar en beloof), dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.”

De vraag van vandaag is of we ons vrij kunnen voelen (naar onze afgelegde gelofte of eed) zonder last of ruggespraak een oordeel te geven louter over de kwaliteit van de wet, of dat we andere overwegingen laten meewegen die los staan van de inhoudelijke kant van de wet en samenhangen met beloften die aan enkelen van ons gedaan zijn in het torentje door de MP.

Dat zou niet moeten mogen, voorzitter en sterker nog, dat mag ook inderdaad niet. We staan op het punt te gaan stemmen over een wet die mogelijk strijdig is aan Europese regelgeving, die de kern uit de MER regelgeving haalt en die leidt tot onzekerheid over een juridisch mijnenveld, terwijl de wet juist bedoeld was als mijnenveger. Het kabinet spreekt in de memorie van antwoord over dalende stikstofdeposities terwijl daar al sinds 2002 geen sprake meer van is. Kunt u dat verklaren? Hoe zeker weet u dat het wetsontwerp niet strijdig is aan de vogel- en habitatrichtlijn? Verwijzing naar een ambtenaar van de Europese commissie kan daarin niet het antwoord vormen. Klopt het dat de regering veel te positief oordeelt over “de handreiking voor de praktijk van de Kroon bij artikel 4 onteigeningen, die in de praktijk vrijwel onbruikbaar blijkt? Ik zie uit naar de antwoorden van beide ministers en overweeg in tweede termijn de indiening van moties.

Dank u wel.

[1] http://news.bbc.co.uk/2/hi/8357723.stm