Bijdrage Koffeman (PvdD) herin­voering basis­beurs


"Compen­satie pech­ge­ne­ratie is slechts een aalmoes"

31 mei 2023

Voorzitter. Je moet de kat niet op het spek binden. Dat is niet goed voor de kat en niet voor het spek. Toch is dat wat er gebeurd is bij de invoering van het zogenaamde sociaal leenstelsel. Nee, het zou geen consequenties hebben voor je BKR, je hoefde niet bang te zijn dat de bank je studielening zou meewegen en je aanvraag voor een hypotheek zou ook geen gevaar lopen. De rente was verwaarloosbaar, het geluk lachte je toe. Het werd ultramakkelijk gemaakt om geld te lenen. Sommige studenten begingen de stommiteit om met het geleende geld te gaan beleggen in aandelen of crypto of ervan op vakantie te gaan.

Waar financiële instellingen een zorgplicht hebben, waarschuwde de rijksoverheid studenten niet, maar moedigde zij het lenen alleen maar aan. Een overheid die op zo'n manier een hele tussengeneratie studenten op achterstand zet, zou zich schuldbewust moeten tonen in meer dan een opzicht. Het CBS berekende dat het afgelopen jaar 300.000 mensen minimaal €30.000 studieschuld hadden, meer dan het dubbele aantal van 2015. Hoewel de regering trots meldt dat 1 miljard is vrijgemaakt voor compensatie, is dat voor studenten een druppel op een gloeiende plaat. In dit huis is een motie aangenomen om de pechgeneratie op een meer deugdelijke manier te compenseren, maar de minister weigert die motie uit te voeren, omdat er nu eenmaal geen onderwijsgeld besteed zou mogen worden buiten het onderwijs en omdat er geen dekking zou zijn voor de motie.

Voorzitter. Als mensen gedupeerd zijn als gevolg van de gaswinning in Groningen en er geen dekking zou zijn, dan zou dat een slecht argument zijn om niet fatsoenlijk te compenseren. En als mensen gedupeerd zijn door hun eigen overheid in het toeslagenschandaal, zou een gebrek aan dekking een slecht argument zijn om de gedupeerden in de kou te laten staan. Zo is het bij studenten ook. Omdat er in het verleden verkeerde keuzes gemaakt zijn door de overheid, zijn zij tussen wal en schip gevallen. Graag een heldere reactie daarop van de minister. Ik overweeg een motie op dit punt.

Met de invoering van wat destijds het sociaal leenstelsel genoemd werd, heeft de overheid zich schuldig gemaakt aan het in problemen brengen van studenten. Nee, niet alle studenten. Als je rijke ouders had en die ouders alles voor je wilden betalen, dan had je geluk. Het is fijn dat we nu eindelijk toekomen aan een nieuw en beter stelsel, dat we vandaag bespreken. Maar er is een onomkeerbaar probleem dat het leenstelsel de ongelijkheid tussen groepen studenten vergrootte en dat die ongelijkheid de komende jaren blijft bestaan. Argument bij de invoering van het leenstelsel was dat het niet zo mocht zijn dat de bakker via de belasting de opleiding zou moeten betalen van de zoon van de advocaat. De werkelijkheid was anders. De advocaat betaalde lachend alle kosten voor de kinderen en kocht een studentenhuis voor ze, terwijl de kinderen van de bakker de studie zelf moesten betalen met geleend geld. Daardoor werd de drempel om met de studie te beginnen voor kinderen van rijke ouders lager dan voor kinderen met iets minder rijke ouders. De minister miskent dat nog steeds en zegt in reactie op het advies van de Raad van State dat de invoering van het leenstelsel geen negatief effect heeft gehad op de toegankelijkheid van het onderwijs. Dat is een verwijtbare romantisering van de werkelijkheid. Het CBS stelde zes jaar na de invoering van het leenstelsel al: "Hoe het studenten vergaat na de invoering van het leenstelsel, hangt af van de welvaart van hun ouders."

Pas na acht lange jaren neemt de regering dan eindelijk de enige juiste beslissing en voert ze de basisbeurs opnieuw in. Maar daarmee zijn niet alle problemen opgelost die zijn veroorzaakt door het leenstelsel, want na je studie is er nog steeds ongelijkheid vanwege die schuld. De gemiddelde studieschuld van studenten uit het eerste jaar van het leenstelsel is bijna €21.000. Als je de studenten met rijke ouders die niet hoefden te lenen niet meetelt — en waarom zou je, want die hebben dankzij hun bevoorrechte positie geen studieschuld — dan is de studieschuld gemiddeld €28.000. Er zijn ook uitschieters naar €50.000 en meer. En dan komt de regering met een aalmoes om de pechgeneratie te compenseren. Studenten die onder het juk van het leenstelsel hebben gestudeerd, krijgen ter compensatie van het geleden leed eenmalig €1.436 voor een maximale periode van vier jaar. Dat is €359 per jaar dat ze onder het leenstelsel moesten studeren, oftewel €0,98 per dag. Daar kan je een half brood voor kopen, maar niet lang meer, als de inflatie doorzet. Hoe kan je met droge ogen aanzien dat het leenstelsel een buitengewoon hoge schuldenberg heeft veroorzaakt van meer dan 26 miljard en dat willen afkopen met een bedrag ter waarde van 4% van de veroorzaakte schulden? Het gaat om meer dan één studentengeneratie. Het leenstelsel heeft acht jaar geduurd. In die tijd kon je twee keer volledig afstuderen.

Er zijn honderdduizenden studenten die geheel of voor een deel binnen het leenstelsel hebben gestudeerd. Die horen allemaal tot die pechgeneratie. Die studenten hebben twee zaken met elkaar gemeen. Ze hebben allemaal een schuld en ze hebben allemaal een flinke achterstand op hun collega's met rijke ouders. In veel gevallen hebben hun ouders ook niet de mogelijkheid gehad voor een jubelton, die andere kinderen wel een vliegende start kan geven. Is de regering bereid de rente op studieleningen te bevriezen? Kan de regering dat regelen bij de komende begroting, als er in deze begroting geen geld voor is? De rijksoverheid heeft immers verzuimd om de studenten bij het aangaan van een studielening duidelijk voor te lichten over alle gevolgen van de lening, of ze een duidelijke financiële prospectus te geven met voorlichting over renterisico's, risicoprofielen, precieze gevolgen voor het kunnen aangaan van een hypotheek, en de positie in de BKR. Is de minister het met ons eens dat veel studenten indertijd een studielening aan móésten gaan — velen hadden geen keus; anders konden ze niet studeren — zonder dat duidelijk werd gemaakt welke financiële consequenties daar precies uit voort zouden vloeien? Het is wél moeilijker om een hypotheek te krijgen als je een studieschuld van €30.000 of meer met je meedraagt, vandaar ons verzoek om die rente te matigen. Graag een reactie daarop van de minister. Ik overweeg een motie.

De basisbeurs komt terug, maar het bedrag is eigenlijk te laag. Het is lager dan in 2015, vlak voordat die werd afschaft, terwijl de kosten van het levensonderhoud alleen maar zijn gestegen, zeker in het laatste jaar. Dat ziet de regering ook. In het eerste jaar van de nieuwe invoering van de basisbeurs wordt die beurs voor uitwonende studenten daarom verhoogd met €164,30 per maand. Ik vraag de minister: maak die verhoging structureel. Iedereen weet namelijk dat de prijzen voor levensonderhoud de komende jaren zeker niet zullen dalen. Graag een reactie.

Voorzitter. Studenten komen niet in aanmerking voor de energietoeslag van €1.300, die wel geldt voor andere huishoudens met een laag inkomen. De redenering hierachter is dat studenten tot 21 jaar door hun ouders financieel gesteund zouden kunnen worden en daarnaast via het leenstelsel bij zouden kunnen lenen. In een aantal gemeenten heeft de rechter inmiddels studenten hierover in het gelijk gesteld. Arnhem en Nijmegen pasten dan ook het beleid al aan. Dat is mooi, maar het betekent ook dat je, als je het geluk hebt om in een gemeente te wonen die de energietoeslag toekent, bevoorrecht bent boven studenten in andere steden. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Erkent de minister dat het onderscheid tussen studenten met rijke en minderbedeelde ouders hiermee weer toeneemt? Ik overweeg een motie.

Voorzitter, ten slotte. Studenten met een beperking of chronische ziekte mogen een jaar langer studeren met behoud van studiefinanciering. Mijn fractie is van mening dat mensen met een chronische ziekte of handicap niet met rigide deadlines lastiggevallen mogen worden, maar recht hebben op maatwerk. Is de minister bereid zo'n maatwerkoplossing vorm te geven?

Ik zie de antwoorden van de minister met belangstelling tegemoet. Dank u wel.

Tweede termijn, incl. moties:

Voorzitter, dank u wel. Ik wil de minister bedanken voor de beantwoording van onze vragen. Naast het optimisme dat de minister uit, zit daar toch ook een zeker fatalisme in, in de zin van "gedane zaken nemen geen keer, dus laten we niet meer omkijken naar de schulden die veroorzaakt zijn". Nou ja, daar moeten we het maar mee doen. Dat is niet de conclusie die deze Kamer eerder getrokken heeft. Daarom wil ik graag de volgende motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Koffeman, Van Apeldoorn en Baay-Timmerman wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Eerste Kamer bij de motie met letter P (36200) heeft verzocht om de "pechgeneratie"-studenten die tussen 2015 en 2023 studeerde ruimhartig te compenseren voor de door hen betaalde of te betalen rentelasten die hen op achterstand zet ten opzichte van de generaties voor en na hen;

overwegende dat de rijksoverheid verzuimd heeft studenten bij het aangaan van hun studielening van een financiële prospectus te voorzien met voorlichting over renterisico’s, risicoprofielen, gevolgen voor het aangaan van hypothecaire verplichtingen et cetera;

overwegende dat de rijksoverheid daarmee een grote extra verantwoordelijkheid heeft voor de problemen waarin veel van deze studenten verkeren als gevolg van de stijgende rente, hoge energieprijzen en extra woonlasten die kunnen samenhangen met het niet kunnen verkrijgen van een hypotheek;

overwegende dat het kabinet in de brief van 6 december 2022 heeft aangegeven de motie niet te kunnen uitvoeren bij "gebrek aan dekking";

verzoekt de regering zodanige dekking te voorzien in de begroting voor 2024,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter F (36229).

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. We hebben het gehad over de invoering van de basisbeurs en de tijdelijke verhoging die daarmee samenhangt. Het is moeilijk verklaarbaar dat in een tijd van stijgende prijzen — denk aan de energieprijzen en de prijzen voor wonen — de tijdelijke verhoging van de basisbeurs maar tijdelijk is. Daarom wil ik de volgende motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Koffeman, Van Apeldoorn en Baay-Timmerman wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het eerste jaar van de invoering van de basisbeurs sprake is van een tijdelijke verhoging van €164,30 per maand;

constaterende dat na jaren van prijsstijgingen en inflatie de kosten voor levensonderhoud fors zijn gestegen en naar verwachting niet snel zullen dalen;

verzoekt de regering de tijdelijke verhoging van de basisbeurs structureel te maken, en de Kamer over de uitwerking daarvan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter G (36229).

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Dan wil ik graag de minister nog even wijzen op een belofte die hij niet ingelost heeft. Dat wil ik doen via de volgende motie.

De voorzitter:

Door de leden Koffeman en Van Apeldoorn wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de korting op het collegegeld in het eerste jaar wordt afgeschaft per september 2024;

overwegende dat de minister heeft toegezegd de daardoor vrijkomende middelen voor 100% aan studenten te besteden;

overwegende dat het kabinet die belofte schendt door een deel van de vrijkomende middelen in te zetten voor verkleining van het begrotingstekort;

verzoekt de regering de toezegging van de minister alsnog gestand te doen en de vrijkomende middelen zoals beloofd volledig ten goede te laten komen aan studenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter H (36229).

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. We hebben het nog even gehad over studenten met een functiebeperking of chronische ziekte, de studievertraging en de regeling daarvoor. Ze hebben een jaar langer recht op een beurs. De minister gaf aan dat er hier en daar, nu en dan, best maatwerkoplossingen zijn. Maar die lijken niet erg gecoördineerd. Die regeling van dat ene jaar ziet er nogal rigide uit. Daarom de volgende motie.

De voorzitter:

Door de leden Koffeman en Van Apeldoorn wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat studenten met een chronische ziekte of functiebeperking bij studievertraging een jaar langer recht hebben op een beurs;

constaterende dat studenten met een chronische ziekte of functiebeperking vaak niet de mogelijkheid hebben van een bijbaan en vaak hogere kosten van levensonderhoud hebben;

verzoekt de regering te komen met een maatwerkoplossing zodat studenten met een chronische ziekte of functiebeperking langer dan een jaar uitloop van hun studie kunnen hebben met behoud van studiefinanciering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter I (36229).

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Ik heb een aantal wensen in moties vastgelegd. Dat neemt niet weg dat we blij zijn met de nieuwe wet, in de zin dat we afstand kunnen nemen van wat ooit het "sociaal leenstel" werd genoemd, maar wat toch niet zo heel erg sociaal bleek. We zijn dus blij met de wet. Ik zal mijn fractie adviseren om voor te stemmen. Ik hoop heel erg dat de minister de wensen die in de Kamer leven, over zal nemen.

Dank u wel.

Interessant voor jou

Stemverklaring Partij voor de Dieren over pandemiewet

Lees verder

Maidenspeech van Ingrid Visseren-Hamakers (PvdD) over de Implementatie Europese Klimaatwet

Lees verder

    Learn More Doneer