Bijdrage Begroting Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit


12 februari 2008

Voorzitter,

145 jaar geleden werd in dit huis gedebatteerd over de afschaffing van de slavernij. Minister van koloniën Pahud in het eerste kabinet van Thorbecke en in dat van Van Hall kreeg in 1854 nogal wat kritiek op het uitgangspunt zijner memorie van toelichting: ‘Nederlandsch-Indië is een wingewest, dat behoudens de welvaart der inheemsche bevolking aan Nederland moet blijven verschaffen de stoffelijke voordeelen, die het doel waren der verovering.’

In het nieuwe regeringsreglement zullen ook bepalingen worden opgenomen ter bescherming van de bevolking tegen willekeur. Maar het bestuur zal onder het oude zoowel als onder het nieuwe reglement een zuiver ambtelijk bestuur blijven. Van enige zeggenschap der bevolking zal geen sprake zijn.

Daaraan denkt in deze dagen nog niemand. Van Hoëvell, gewezen predikant in Indië, daarna liberaal koloniaal specialist, maakt bezwaar. Niet, omdat hij tegenstander is van de politiek der batige sloten: ‘Ook ik verlang dat de koloniën bijdragen leveren voor het moederland maar het is mij niet onverschillig langs welken weg.’ Er is een belangrijke parallel tussen de afschaffing van de slavernij in ons land, en het beleid met betrekking tot de bio-industrie.

Het was lastig om minister van Koloniën te zijn in 1863, het is lastig om minister van LNV te zijn in 2008. Om belangen te verdedigen die niet te verdedigen zijn. Om te wijzen naar andere landen, terwijl je er niet aan ontkomt ook je eigen verantwoordelijkheid te nemen. Om misstanden goed te praten op grond van vermeende economische overwegingen, terwijl de geschiedenis leert dat zulke economische overwegingen helemaal niet bestaan.

Sterker nog, het waren naast ethische overwegingen onder druk van de publieke opinie vooral economische motieven om de slavernij af te schaffen. Kort voor de afschaffing van de slavernij komt er nog een stevig debat tussen voor- en tegenstanders van afschaffing, op economische gronden.

Bij de behandeling der begrooting van het departement van koloniën - de indische begrooting wordt in dezen tijd nog niet bij de wet vastgesteld - richt de conservatief Wintgens een hevigen aanval op den minister. Een koloniaal systeem, dat in de jaren 1840 tot 1859 een zuivere som van meer dan achthonderd miljoen in Nederland heeft gebracht en den inlander, zonder hem aan de slavernij te onderwerpen, tot arbeid en daardoor tot welvaart heeft gebracht, kan niet zoo verkeerd zijn. Integendeel, het is het enige koloniale stelsel ter wereld, dat volkomen is geslaagd.

Wij moeten dat stelsel gradueel verbeteren. Wij moeten niet gaan ‘draven’. Dat is gevaarlijk voor het behoud der kolonie. Ware vooruitgang wordt alleen langzaam, niet met draven en sprongen verkregen, aldus Wintgens.

Ik zie veel parallellen met het huidige landbouwbeleid. Nee, niet omdat wij denken dat dieren gelijk zijn aan mensen, met dezelfde mensenwensen. Wij zijn het op één punt zeer met de minister eens: dieren en mensen hebben niet alleen overeenkomsten. En ik zou ook graag van de gelegenheid gebruik willen maken, voorzitter om af te rekenen met het flauwe verwijt dat wij dieren boven de mens zouden stellen. We zijn weliswaar de enige politieke partij ter wereld en in de geschiedenis die niet primair opkomt voor de belangen van de eigen soort, maar dat betekent allerminst dat we omgekeerde fout zouden willen maken van mensen die zich zover boven de dieren verheven voelen, dat ze menen met dieren te kunnen doen wat ze maar willen.

Pierre Troubetzkoy heeft zich afgevraagd waarom de mens denkt genade te mogen verwachten van wat boven hem is, wanneer diezelfde mens geen genade kent voor wat onder hem is. In ons landbouwbeleid wint de economie het voortdurend van de ethiek. We denken het ons niet te kunnen veroorloven om fatsoenlijk met onze dieren om te gaan, terwijl ons ethisch besef ons zou moeten ingeven dat we het ons niet kunnen veroorloven om niet fatsoenlijk met onze dieren om te gaan.

Toen onze fractievoorzitter in de Tweede Kamer in Buitenhof vertelde hoe een pasgeboren biggetje afscheid moet nemen van zijn tussen stangen opgesloten moeder, waarna de staart van de big onverdoofd wordt afgesneden, de ballen onverdoofd worden verwijderd en de tanden gevijld of geknipt, informeerde een minister uit dit kabinet geschokt of het hier niet ging om uitwassen.

Nee, dat ging niet om uitwassen, het is de standaard praktijk in de Nederlandse varkenshouderij die 7 miljoen biggen elk jaar ondergaan. En gaat het om grote financiële belangen dan? Nee, niet echt, het stoppen met onverdoofd castreren hoeft per kilo varkensvlees niet meer dan 1 cent extra te kosten.

Maar wil de consument dat dan niet betalen? Jazeker wel, het CBL heeft aangegeven geen vlees van onverdoofd gecastreerde biggen meer te willen verkopen, dus als het aan de supermarkten ligt zal de consument wel moeten. Maar waar zit dan het probleem? Bij de minister die niet bereid is het onverdoofd castreren per direct te verbieden en bij de varkenshouders die hebben gezegd niet te willen leveren aan de supermarkten als die volharden in de eis om geen vlees van onverdoofd geslachte dieren meer geleverd te krijgen.

Voorzitter, de minister laat geen gelegenheid onbenut om te pleiten voor marktwerking en zelfregulering. Haar enorme vertrouwen in de markt als het gaat om naleving van wettelijke regels ten aanzien van dierenwelzijn en het ontwikkelen van diervriendelijker houderijsystemen kent nauwelijks grenzen. Maar als de prijzen van varkensvlees onder druk komen te staan, gelooft de minister opeens niet meer in marktwerking en die ze haar best om Europa ervan te overtuigen te interveniëren in dat prachtige marktmechanisme met een opslagsubsidie van veertig cent per kilo.

Dus een cent om af te komen van onverdoofde castratie kan niet, veertig cent om uit Europees belastinggeld de handel kunstmatig te versterken, kan wel. Economie wint het van ethiek, alle mooie woorden van het kabinet over het welzijn van dieren ten spijt. Kan de minister aangeven waarom ze marktwerking aan de ene kant koestert en grote waarde toekent, maar anderzijds alles doet om de markt te manipuleren met particuliere opslagregelingen?

De minister pleit in Europa voor een verruiming van de melkquota, terwijl de Animal Science Group in opdracht van het ministerie heeft vastgesteld dat de rundveesector één van de grootste veroorzakers is van de uitstoot van broeikasgassen. In een beleid dat gekenmerkt wordt door “de vervuiler betaalt” brengt de minister de veroorzakers van klimaatproblemen in de intensieve veehouderij geen cent in rekening, sterker ze zet zich ervoor in om de sector en daarmee de vervuiling verder te laten groeien zonder concreet uitzicht op een oplossing voor de gesignaleerde milieuproblemen.

Jazeker, de minister laat narekenen of de cijfers uit de film Meat the Truth wel kloppen, terwijl er geen enkele reden is om te twijfelen aan de uitkomsten van de onderzoeken van de FAO, het World Watch Institute, De Vrije Universiteit en andere kenniscentra. Toen die alarmerende rapporten uitkwamen in 2006 en 2007 toonde de minister nog geen enkele belangstelling voor of twijfel over de uitkomsten. Pas nadat de resultaten verfilmd werden, werden ze interessant voor de minister en stelde ze vragen over de berekeningen.

Natuurlijk, dierenwelzijn maakt wel degelijk voor het eerst onderdeel uit van de kabinetsplannen, en dat is winst. En voor het eerst in de geschiedenis werd er twintig uur gesproken in de Tweede Kamer over een heuse Nota Dierenwelzijn. Maar schieten de dieren ook iets op met lippendienst aan hun belangen?

Toen Samuel van Houten voor elkaar kreeg dat er eindelijk aandacht ontstond voor de belangen van kinderen in de industrie, merkte hij dat er op grote schaal misbruik gemaakt werd van zijn goede bedoelingen. Over zijn kinderwet schrijft Van Houten zelf: "Van 't geen ik ten behoeve der kinderen heb kunnen doen, blijft daarom voor mij een grote schaduwzijde, dat anderen op den gezonden stam zulke giftige loten hebben geënt. Moge een herleefde wezenlijk liberale politiek binnen niet al te langen tijd dezen weder afsnijden."

Een Nota Dierenwelzijn die wordt gebruikt om het door de Kamer gewenste verbod op de verrijkte legbatterij te negeren en daarvoor in de plaats een voorstel aan te nemen voor de zogenoemde Kleingruppenhaltung, de legbatterij op z’n Duits, kan niet volhouden op te komen voor het welzijn van dieren. Een Nota Dierenwelzijn die wordt gebruikt om de rubbermatten onder de hoeven van pasgeboren kalfjes weg te praten, vormt een contrast met z’n titel. Onder de vlag dierenwelzijn wordt een zeer dieronvriendelijke lading vervoerd.

De Volkskrant van 20 januari 2007 doet verslag over de laatste dagen van het ministerschap van Cees Veerman. Ik citeer: 27 november 2006. Het is de dag van het jachtverbod, en vooral van het opheffen daarvan. Per gebied wordt gekeken of er gejaagd kan worden. Veerman zit in zijn kamer op het departement. Hij heeft Rabobankdag, zoals hij het noemt. 's Morgens naar Terneuzen, en 's avonds naar Etten-Leur, allemaal door de bank georganiseerde evenementen waar hij moet opdraven. Er wordt gesproken over 'de nieuwe politieke situatie', die na de verkiezingen is ontstaan.

Hoe moet worden omgegaan met de Partij voor de Dieren? Bijvoorbeeld als het gaat om het jachtverbod, het castreren van biggen, het couperen van schapenstaarten en het snavelkappen.

Het antwoord is simpel, zo vinden de aanwezige topambtenaren. We moeten als hazewindhonden aan de slag. We moeten voor de troepen uitlopen en met maatregelen komen die de Partij van de Dieren, maar ook andere dierenactivisten in het parlement, de wind uit de zeilen neemt. Als dat goed en adequaat gebeurt, zo concludeert de vergadering, blijft er voor de partijen weinig over’.

Voorzitter, de opzet van de LNV top kon niet duidelijker geschetst worden dan in dit artikel. Of misschien toch, in Vrij Nederland van afgelopen week. Daarin wordt aan een LNV ambtenaar toegeschreven dat dierenwelzijn dan wel is uitgegroeid tot een politieke realiteit, maar dat het niet de bedoeling is dat de boeren daar ook iets van gaan merken. In het afgelopen jaar bleek dat het varkensbesluit door meer dan 50% van de varkenshouders niet wordt nageleefd.

Schokkend, zou je denken, als je bezig bent met handhaving van de wetten in dit land, maar de minister komt met een opmerkelijke oplossing: voortaan gaan we controleren “op verzoek”. Alsof een Ferraririjder met de KLPD belt om de afspraak te maken dat hij morgenmiddag om kwart over drie langs hectometerpaaltje 19.3 zal sukkelen op de A28 en dan graag op snelheid gecontroleerd wil worden. Op voorwaarde dat er dan verder niet meer op snelheid gecontroleerd zal worden. Wat moeten we met dit soort handhaving, voorzitter.

Of moeten we dit verstaan als het verschil tussen dierenwelzijn als politieke realiteit en het vrijhouden van de agrarische sector van de gevolgen daarvan? De voedsel en warenautoriteit deed in 2007 verslag van het eigen disfunctioneren in de vee- en vleeskeuring. Men verzuimde de minister op de hoogte te stellen van het vernietigende rapport en toen het toch uitlekte stuurde de minister niet de Rijksrecherche naar de VWA en de slachthuizen om daar op zoek te gaan naar bewijsmateriaal voor de geconstateerde misstanden, maar gaf de minister de Rijksrecherche opdracht om op zoek te gaan naar het lek.

In plaats van blijdschap over het feit dat de minister in kennis gesteld wordt van een rapport dat door haar eigen medewerkers verborgen is gehouden voor de minister, geeft ze opdracht de klokkenluider op te sporen. Onbegrijpelijk. De post mortemkeuringen in de veesector worden geprivatiseerd in 2006 zonder dat het parlement daar op enige wijze in gekend wordt. De slagerssector mag voortaan z’n eigen vlees keuren en tegelijk de volksgezondheid bewaken als dat zo uitkomt.

Een evaluatierapport van Ernst & Young over deze ontkoppeling wordt maar in zeer kleine kring verspreid en na lezing goeddeels vernietigd. Dat maakt nieuwsgierig voorzitter! Kan de minister deze Ernst&Young evaluatie ter inzage geven aan de kamer zodat er democratische controle kan worden uitgeoefend op een operatie die zich tot dusver aan het oog van de volksvertegenwoordiging onttrok? En kan de minister ook zeggen of het klopt dat het gelekte VWA rapport uit 2007 ook nog een voorganger kent uit 2006, en is de minister bereid ook dit rapport aan de kamer ter inzage te verstrekken?

Er moet veel veranderen in de veehouderij, voorzitter en als door een Hubertusbekering heeft de minister dat inmiddels ook beaamd. Over vijftien jaar zal de hele veehouderij duurzaam moeten zijn, zegt de minister. Maar in hoeverre kunnen we deze minister daar op afrekenen. Wanneer wordt ze concreet in haar eigen ambtsperiode?

Op 30 oktober vorig jaar konden we in het financiële dagblad lezen dat de minister pas in het zelfde jaar dat ze begon met paardrijden het besef ontwikkelde dat een paard heel wat anders is dan een koe. Ze vindt het niet zielig als kalfjes direct na hun geboorte weg worden gehaald bij hun moeder. Dat huisdieren en vee nu eenmaal verschillen heeft de minister met de paplepel ingegoten gekregen. Paarden zijn sociale dieren, maar koeien, kippen en varkens, tsja, daar kun je mee doen wat je wilt, zo wordt duidelijk uit het interview.

Als de minister zich niet voor kan stellen dat veulentjes onverdoofd gecastreerd of gecoupeerd zouden worden, of dat hun tanden geknipt of gevijld worden, of dat ze direct na de geboorte bij de merrie weggehaald zouden worden, waarom kan ze dat dan wel bij biggen?

Hoe kan de minister met droge ogen spreken over een duurzame veehouderij wanneer nog steeds elk jaar dertig miljoen haantjes levend versnipperd of vergast worden, alleen omdat ze de verkeerde sekse hebben?

Nergens blijkt dat de minister inzet op het gebruik van dubbeldoelkippen dat deze seksediscriminatie uit de wereld zou kunnen helpen. Nergens blijkt dat de minister haast maakt met het prenataal seksen van eieren. Levende wezens worden behandeld als dingen en het besef zou eindelijk moeten doorbreken dat daar een einde aan moet komen. Veel mensen hebben gedacht dat afschaffing van de slavernij een onbetaalbaar en daardoor onhaalbaar plan zou zijn. Ze kregen ongelijk, handhaving van de slavernij bleek onhaalbaar.

Veel mensen hebben gedacht dat het afschaffen van kinderarbeid een onbetaalbaar en daardoor onhaalbaar plan zou zijn. Ze kregen ongelijk, juist handhaving van de kinderarbeid bleek onhoudbaar. Veel mensen hebben gedacht dat geven van gelijke rechten voor vrouwen op de arbeidsmarkt de economie zou ontwrichten en daardoor een onhaalbaar plan zou zijn.

Ze kregen ongelijk, juist handhaving van het verplicht thuisblijven van vrouwen bleek onhoudbaar. Veel mensen hebben recent nog gedacht dat een verbod op de drijfjacht niet houdbaar zou zijn, omdat de zwijnenpopulatie op de Veluwe niet meer binnen de perken te houden zou zijn. De minister koos voor een confrontatie met een kamermeerderheid om een beperkte vorm van drijfjacht toch toe te staan, maar de rechter verbood dat. En wat blijkt? Ook zonder de onontkoombaar geachte drukjacht, blijkt de zwijnenpopulatie te slinken tot de gewenste omvang.

Daarover zou ik de minister graag nog wat vragen stellen tot slot. Heeft de minister een verklaring voor het feit dat er voor elk mannelijk zwijn op de Veluwe meer dan vier vrouwelijke zwijnen rondlopen? Althans volgens het wildbeheerplan van de Vereniging Wildbeheer Veluwe uit 2002. Is er sprake van een natuurwonder? En als dat zo is, wilt u daar dan eens wetenschappelijk onderzoek naar laten verrichten? En als u denkt dat er geen sprake is van een natuurwonder, zou het dan kunnen dat de oorzaak gevonden zou moeten worden in deze advertentie in de Nederlandse Jager. Aangeboden, drukjacht op wilde zwijnen vanaf aanzitschietkansels. In een gebied van Heinrich Graf zu Ortenburg, waar de zwijnenstand veertig maal zo hoog is als wat in Nederland de verantwoorde stand wordt geacht. In de voorwaarden wordt aangegeven dat er geen zeugen geschoten mogen worden. Wie een zeug schiet van boven de 55 kg krijgt een boete van € 600, het waarom laat zich raden.

Een minister die niet op de hoogte is van het disfunctioneren van haar eigen VWA, een minister die niet op de hoogte is van volkomen scheefgeschoten geslachtsverhoudingen onder zwijnen op de Veluwe , een minister die ernstig dierenleed laat bestaan, de vijf vrijheden van Brambell negeert voor dieren in de bio-industrie en die pijnlijke ingrepen tolereert vanwege marginale economische motieven, zo’n minister heeft veel uit te leggen als ze begrippen als duurzaamheid en dierenwelzijn in de mond neemt.

Ik begon mijn betoog met wat zich in dit huis afspeelde rond de afschaffing van de slavernij. De begroting van Uhlenbeck de nieuwe minister van Koloniën kwam nog wel met een ruime meerderheid door de Tweede Kamer, maar in de eerste kamer liep het spaak, zijn beleid vond vrijwel algemene afkeuring. Dat kon nog in 1864 toen de Eerste Kamer geheel eigen afwegingen maakte, los van coalitiebelangen.

De begroting van minister Verburg kreeg in de tweede kamer een ruime meerderheid waardoor de uitbuiting van dieren vrijwel ongehinderd door kon gaan, zoals de topambtenaren van LNV op 27 november 2006 aan minister Veerman voorspelden.

De steun in de Tweede Kamer voor de begroting van minister van Koloniën Uhlenbeck, weerhield de Eerste Kamer er in 1864 niet van de begroting af te keuren en de minister naar huis te sturen. Minister Verburg is dan wel geen minister van Koloniën, maar de overeenkomst is wel dat haar beleid staat voor grote onvrijheid van levende wezens, zeer inefficiënte productie van dierlijke eiwitten. Varkensvoer bestaat volgens de minister voor 70% uit granen. Meer dan 50% van alle graan wordt verwerkt tot veevoer terwijl mensen honger lijden. We gebruiken enorme landoppervlakten in ontwikkelingslanden voor onze veehouderij. Echt, de minister van Koloniën en de minister van LNV, ze hebben meer gemeen dan menigeen denkt.

Dank u wel.