Vragen Visseren-Hamakers (PvdD) over verhouding landelijke beeindigingsregelingen en de Wet dieren
Indiendatum: 1 apr. 2025
De minister zegt in haar brief van 14 januari dat de de Lbv en Lbv-plus regelingen het mogelijk maken dat een veehouder die met subsidie op een bepaalde locatie stopt met het houden van een soort bepaalde soort dieren, op een andere locatie een veehouderij bedrijf kan starten met andere soorten dieren.
- Kan de minister een overzicht geven van het aantal bedrijven dat tot nu toe gebruik heeft gemaakt van de regelingen die inderdaad op een andere locatie een ander soort veehouderij bedrijf zijn gestart?
- Om hoeveel bedrijven gaat dit en welk percentage van het aantal bedrijven dat deelneemt aan de regelingen start op een andere locatie een ander veehouderij bedrijf?
- Welke soorten dieren houden deze bedrijven op deze nieuwe locatie (graag een overzicht van de verschillende bedrijven) en hoeveel dieren per bedrijf?
- Hoeveel van deze bedrijven hebben veehouderij bedrijven op meer dan 1 locatie? Kan de minister een overzicht geven van de bedrijven die hebben deelgenomen aan een beeindigingsregeling die toen ze gebruik maakten van de regeling al op meerdere locaties een veehouderij bedrijf hadden, en bedrijven die na deelname aan de regeling meerdere locaties hebben?
- Hoeveel subsidie is in totaal verleend aan deze bedrijven, die elders een ‘doorstart’ hebben gemaakt, voor hun beëindiging?
- Indien er inderdaad dit soort nieuwe veehouderij bedrijven bestaan, hoeveel stikstof en fosfaat stoten deze ‘herstarters’ uit?
- Zijn de nieuwe bedrijven megastallen, andere gangbare bedrijven of bedrijven die een duurzaamheidskeurmerk en/of een dierenwelzijnskeurmerk hebben en/of op een andere wijze aan duurzaamheid en/of dierenwelzijn werken? Graag een overzicht.
- Verwacht de minister de komende maanden nieuwe informatie over de bedrijven die deelnemen aan de beeindigingsregelingen? Zo ja, is de minister bereid voor de zomer nogmaals bovenstaande vragen te beantwoorden als er dan nieuwe cijfers bekend zijn?
- De minister stelt in haar brief d.d. 6 maart (agendapunt 2 op de EK LNV commissie vergadering van 1 april) dat zij ervan uitgaat dat de Lbv en Lbv-plus regelingen zullen bijdragen aan het doel om onder het mestproductieplafond te komen. Als bedrijven die aan de beeindigingsregelingen deelnemen elders een veehouderijbedrijf starten, is dit toch onrealistisch? Graag een reactie van de minister.
- De minister noemt in haar brief d.d. 6 maart een nieuwe beeindigingsregeling. Zijn dit de reeds gepubliceerde regelingen of komt er nog een additionele regeling?
- Is/wordt in deze nieuwere regelingen de eis opgenomen dat het bedrijf niet op een nieuwe locatie een veehouderij bedrijf mag starten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe denkt de minister dat deze regeling bijdraagt aan de mestproductiedoelstellingen?
Interessant voor jou
Vragen Nicolaï over de reactie van de minister (I&W) van op het Rli-advies
Lees verderVragen Visseren-Hamakers (PvdD) over landbouwsector en klimaatdoelen
Lees verder