Vragen van Prast (PvdD) inzake Groenboek over de vergrijzing (COM2021 (50))


Bevor­deren van inter­ge­ne­ra­ti­onele soli­da­riteit en verant­woor­de­lijkheid

Indiendatum: 6 apr. 2021

Gezonde levensstijl

Het kabinet stelt in de appreciatie dat het Nederlandse beleid zich onder meer richt op het vergemakkelijken van gezonde keuzes zodat een gezonder en actiever leven wordt bevorderd. Het RIVM[1] concludeert dat openbaar vervoer reizigers meer lopen (+2000 stappen per dag) en een lagere BMI hebben dan autoforenzen. Volgens Eurostat is binnen de EU het openbaar vervoer het duurste in Nederland, en is het ov bij ons 35% duurder dan het EU-gemiddelde. Tegelijkertijd hebben in Nederland volgens het CBS[2] OV-reizigers een veel langere reistijd dan automobilisten.

Volgens de Gezondheidsraad is het van belang om bewegen te integreren in het dagelijks leven.[3] De overheid heeft invloed op de infrastructuur (en daarmee de reistijd) en op de kosten van het reizen met het OV en de auto. Deze leden vragen het kabinet hoe het beleid op dat punt zich verhoudt tot wat het kabinet schrijft over het Nederlandse beleid gericht op het vergemakkelijken van gezonde keuzes. In sommige EU landen is het OV al gratis of zijn er plannen om het gratis te maken. Hoe kijkt het kabinet daar tegen aan vanuit het perspectief van het vergemakkelijken van gezonde keuzes? Klopt het dat dit jaar in Nederland tien procent van de bestaande dienstregeling in het openbaar vervoer verdwijnt vanuit kostenoverwegingen en hoe past dat in het bevorderen van een gezonde levensstijl? De kabinetsappreciatie spreekt in het kader van levensstijl ook over het stimuleren en beschikbaar stellen van de gezonde voedselkeus vanaf jonge leeftijd. Deze leden vragen om een toelichting op “beschikbaar stellen”. Klopt het dat voorlichting van leerlingen en hun ouders een belangrijk instrument is? Welk signaal geven volgens het kabinet de btw tarieven en het aanbod in de horeca aan deze leerlingen en ouders, en in hoeverre denkt het kabinet bij “beschikbaar stellen” ook aan regelgeving op het gebied van de samenstelling van het aanbod in de horeca?

Arbeidsmarktparticipatie

Het kabinet stelt in de appreciatie dat Nederland zeer veel deeltijdarbeid kent. Deelt het kabinet de mening van deze leden dat de definitie van een voltijdse werkweek een maatschappelijke keus is? In 1971 ging de voltijdse werkweek in Nederland van zes naar vijf dagen en sindsdien is het bbp per hoofd van de bevolking ongeveer verdubbeld. Tegelijkertijd is de gemiddelde levensverwachting sterk gestegen, wat betekent dat mensen tijdens hun werkzame leven meer opzij moeten/kunnen leggen voor later, en/of langer moeten kunnen doorwerken, en is het kostwinnermodel in veel huishoudens vervangen door het model van de “voltijds” werkende man en de “deeltijds” werkende vrouw. Dat betekent dat het aantal betaalde werkuren per gezin aanzienlijk is gestegen. Hoe past in de ogen van het kabinet de standaard vijfdaagse werkweek hierbij, vanuit het economische oogpunt van de afweging tussen tijd en geld en het belang van de werk-privé balans voor de gezondheid, ook die op latere leeftijd? Is vanuit dit oogpunt een pensioenverplichte leeftijd nog optimaal, of zou het mensen vrij gelaten moeten worden om minder uren per week te werken en langer door te werken? Het kabinet zegt in de appreciatie dat een bredere inzet van (met name) vrouwen op de arbeidsmarkt (ook) vanuit vergrijzingsoogpunt gewenst is. Tegelijkertijd is het in Nederland heel slecht toeven voor vrouwen die (willen) werken, want ons land stond ook dit jaar weer in de onderste regionen van de glazen plafond index van The Economist[4]: plaats 25 van de dertig, ver onder het OECD gemiddelde. Daarbij spelen onder andere de lengte en voorwaarden van het zwangerschaps/bevallingsverlof en van het ouderschapsverlof, en de kosten van kinderopvang een rol. Kan het kabinet hierop reflecteren, en aangeven welk effect de in de appreciatie genoemde maatregelen om de arbeidsmarktparticipatie van werkende ouders te bevorderen zullen hebben op de plek van Nederland in deze index? In de Global Gender Gap van het World Economic Forum[5] is Nederland het afgelopen jaar gestegen van de 38e naar de 31e plaats. Dat is een verbetering maar geen reden tot tevredenheid. Een belangrijke reden voor de relatief ongunstige score is dat de subindex Health and Survival een grote kloof laat zien. Heeft het kabinet een verklaring voor deze kloof?


[1] https://www.rivm.nl/nieuws/gez...

[2] https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2013/28/automobilist-het-snelst-op-plaats-bestemming. Op korte afstanden is de reistijd met ov ruim 2,5 keer zo lang.

[3] https://www.gezondheidsraad.nl...

[4] https://www.statista.com/stati...

[5] http://www3.weforum.org/docs/W...