Vragen van Koffeman (PvdD) over sluiten nert­sen­fok­ke­rijen


Indiendatum: 10 jul. 2020

Subsidieregeling sloop- en ombouwkosten (wijziging AMvB)

De fractie van de Partij voor de Dieren heeft met belangstelling kennis genomen van de subsidieregeling sloop- en ombouwkosten voor de nertsenfokkerij.

Naar aanleiding van de regeling leven bij deze leden een aantal vragen en zorgen die we graag aan de minister voor willen leggen.

Al ten tijde van het besluit over inwerkingtreding van het verbod op de nertsenhouderij werd er een subsidieregeling aangekondigd voor de sloop- en ombouwkosten van de nertsenfokkerijen.

Die regeling werd destijds niet goed ontvangen door de sector, omdat dit de enige financiële tegemoetkoming was die ze zouden krijgen. De overgangstermijn van tien jaar was echter met nadruk bedoeld om hen de gelegenheid te bieden hun investeringen terug te verdienen. Meer financiële compensatie was daardoor niet nodig. Dit is tot het hoogste niveau aangevochten en bekrachtigd. Dat de pelsprijzen sindsdien zijn gekelderd, hetgeen onder het ondernemersrisico valt, heeft de rechter bevestigd.

Voor het totale ‘flankerend beleid’, inclusief deze regeling is 36 miljoen euro uitgetrokken. 167nertsenhouderijen met 213 locaties hebben zich ingeschreven. Per locatie was de maximale vergoeding gelimiteerd op een vast bedrag van 95.000 euro per locatie. Met de wijziging van de regeling wordt dit bedrag veelal hoger. Kan de minister aangeven waarom een sector die al tegemoet was gekomen met een aanzienlijke overgangstermijn maar desalniettemin doorging met investeren in nieuwe stallen, nu extra compensatie zou moeten krijgen voor een activiteit waarvan het einde al in zicht was en die nu te maken krijgt met een calamiteit die moet worden gerekend tot het ondernemersrisico zoals ook in veel andere sectoren geldt?

Vorig jaar bleek dat nog maar weinig fokkers daadwerkelijk gebruik hadden gemaakt van de sloopregeling vanwege praktische voorwaarden. De wijziging van de regeling die nu voorligt, (wijziging van AMvB) is bedoeld om de drempel voor de fokkers te verlagen. Kan de minister aangeven wat de reden is voor het verlagen van deze drempel, gelet op het feit datde fokkers in het verleden al zeer royaal tegemoet gekomen zijn met een lange overgangstermijn en een voldoende aantrekkelijke sloopregeling?

De belangrijkste voorgenomen wijzigingen van de subsidieregeling lijken te zijn:

a. verhoging van het subsidiepercentage bij sloop van 50% naar 100%,

b. het aanmerken van meer soorten kosten als subsidiabel (ook omheining en inventaris),

c. een verhoging van het maximumsubsidiebedrag per plaats.

d. Locaties die, gelet op de opbrengstprijzen van de afgelopen jaren, om economische redenen tijdelijk leeg staan, of tijdelijk leegstaan vanwege reguliere bedrijfsprocessen zoals onderhoud, zullen nu ook voor de subsidieregeling in aanmerking kunnen komen

Kan de minister aangeven waarom ze zo vergaand tegemoet komt aan een sector die maatschappelijk zeer omstreden is en waarvan de voorzitter van de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, John Jorritsma met klem verzocht heeft alle nertsen preventief te laten ruimen uit oogpunt van volksgezondheid?

Hoe kijkt de minister naar het verzoek van Jorritsma die uit hoofde van zijn functie vraagt alles te doen om een herbevolking van de stallen of een herstart van de bedrijvente vooorkomen, ook vanwege het feit dat de regio al eerder zeer zwaar getroffen werd door de Q-koorts epidemie?

Deelt de minister onze opvatting dat het onwenselijk is dat de kooien van gesaneerde bedrijven mogen worden doorverkocht? Is het waar dat een fokker mag kiezen tussen subsidie om de kooien te slopen, of voor het verkopen ervan (zonder subsidie). Deelt de minister onze zorg dat het probleem van dierenleed, stank, besmettingsgevaar daarmee verplaatst zou worden naar andere landen en ziet de minister reden en/of mogelijkheden dat te voorkomen ? Klopt het dat de fokkers in deze nieuwe regeling meer vergoeding krijgen per locatie dan in de oorspronkelijke regeling het geval was en wat is de ratio daarachter?

Vrijwillige stoppersregeling

Is het juist dat de regeling die nu wordt gewijzigd geheel los staat van de vrijwillige stoppersregelingdie er voor zou moeten zorgen dat fokkers eerder stoppen (motie Geurts/Bromet ) welke regeling nog nader moet worden uitgewerkt? Ziet de minister redenen en mogelijkheden om beide regelingen meer op elkaar aan te laten sluiten zonder dat sprake is van onredelijk hoge vergoedingen voor een sector waarvan het einde al in zicht was en die geconfronteerd wordt met een risico wat in het algemeen gezien moet worden als een ondernemersrisico?

Is het waar dat de regeling die nu in voorbereiding is:

a) geen enkele garantie biedt dat alle fokkers stoppen. Het is een vrijwillige regeling om fokkers te verleiden om nu te stoppen. Zou de regeling zo uit kunnen pakken dat er enkele fokkers doorgaan om in de nadagen van de Nederlandse bontfokkerij extra geld te verdienen indien de concurrentie via de stoppersregeling wegvalt?

b) de regeling komt waarschijnlijk te laat voor het nieuwe fokseizoen. Er moet nu nog een concept worden ontwikkeld. Het is reces. Daarna moet de regeling nog uitonderhandeld worden met vertegenwoordigers van de sector. En dan nog een Europese staatssteuntoets ondergaan. Hoe ziet de minister dit in het licht van de acute risico’s van coronaverspreiding in relatie tot de pelsdierfokkerij?

Deelt de minister onze opvatting dat uitvoering geven aan de aangenomen motie Ouwehand om een definitief pelsdierfokverbod te regelen meer duidelijkheid en zekerheid biedt voor alle betrokken partijen? Is de minister bereid , ook naar aanleiding van de dringende oproep van de voorzitter van de zwaarst door besmetting getroffen veiligheidsregio, alsnog een onmiddellijk fokverbod in te stellen? Zo nee, waarom niet en wat kunnen daarvan de consequenties zijn voor de volksgezondheid en het welslagen van de uitkoopregeling? Is het waar dat een vijfde tot een kwart van het totale aantal nertsen in Nederland dit jaar al ‘ geruimd’ is? Om hoeveel dieren gaat het exact? Ziet de minister het als een morele plicht om te voorkomen dat de kooien opnieuw worden gevuld met het risico van voortgaande besmetting met het Covid 19 virus en alle daarmee samenhangende risico’s voor de volksgezondheid? Zonee, waarom niet?