Koffeman inter­pel­leert minister van Landbouw over groot­schalige mest­fraude 


21 november 2017

​Senator Koffeman van de Partij voor de Dieren interpelleerde minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vandaag vanwege de recente berichtgeving in NRC over mestfraude. Daaruit bleek dat in Brabant en Limburg bijna tweederde van onderzochte transporteurs en verwerkers van mest uit de veeindustrie beboet, verdacht of veroordeeld is. Mest blijkt op grote schaal illegaal te worden uitgereden. Daardoor komen schadelijke stoffen in het oppervlaktewater, de bodem, het grondwater en de lucht.

De Eerste Kamer, die onder andere wetgeving toetst op handhaafbaarheid, heeft herhaaldelijk gedebatteerd over capaciteitsgebrek bij de verantwoordelijke toezichthouders: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ((NVWA) en het Openbaar Ministerie (OM). De onderbezetting bij deze instanties leidt tot een continu gebrek aan handhaving. Kabinetten hebben keer op keer ingezet op zelfregulering door de landbouwsector, wat heeft geleid tot een verergering in plaats van een effectieve aanpak van mestcriminaliteit.

Daarom deed Koffeman een beroep op het recht van interpellatie: de mogelijkheid om met een bewindspersoon te debatteren buiten de orde van de dag. Dit instrument wordt zelden ingezet in de Eerste Kamer; in de afgelopen tien jaar is vier keer geïnterpelleerd, waarvan twee keer door de Partij voor de Dieren.

Om de capaciteitsproblemen op te lossen, diende Koffeman s. een motie in die de regering verzoekt te komen met een zodanig plan van aanpak dat capaciteitsproblemen bij de toezichthouders in de veehouderij geen reden meer kunnen zijn om criminele activiteiten in de mestsector niet te vervolgen en de Kamer daarover binnen drie maanden te rapporteren.

Bekijk hier de interpellatie: