"Hef staats­rech­te­lijke lockdown van Eerste Kamer op"


Verzoek om per 7 april weer plenair te verga­deren

31 maart 2020

Prof. mr. Nicolaï roept Eerste Kamer op staatsrechtelijke lockdown Eerste Kamer per 7 april op te heffen

De fractie van de Partij voor de Dieren heeft via een brief van haar fractielid prof. mr. Peter Nicolaï alle leden van de Eerste Kamer opgeroepen de staatsrechtelijke quarantaine per 7 april op te heffen en de werkzaamheden te hervatten. In de afgelopen weken was het Eerste Kamer-gebouw gesloten en vonden geen vergaderingen plaats. De Eerste Kamer vergadert normaal gesproken iedere dinsdag. Nicolaï schrijft in zijn brief onder meer: “Ik voel mij door de sluiting van ons gebouw en de dreiging dat we ons werk op een lager pitje lijken te moeten voortzetten, in een soort staatsrechtelijke quarantaine gemanoeuvreerd, die naar het oordeel van onze fractie in het geheel niet noodzakelijk en wenselijk is. We gaan daar dan ook niet mee akkoord.

Juist nu zouden wij het voortouw moeten nemen met het oog op de ordening van het maatschappelijk leven in het na-corona-tijdperk. Juist van ons mag verwacht worden dat wij onder deze voor 17 miljoen Nederlanders zo barre omstandigheden ons gewone werk gewoon blijven doen.”

De fractie van de Partij voor de Dieren realiseert zich dat er aanpassingen in de vergaderorde noodzakelijk zullen zijn om te kunnen voldoen van de aangescherpte regelgeving rond groepsbijeenkomsten en het houden van de voorgeschreven afstand van 1,5 meter.

De fractie is echter niet bereid de werkzaamheden terug te brengen tot voornamelijk digitaal contact buiten het gebouw van de Eerste Kamer. Ze vindt het belangrijk om in de strijd tegen het virus en bij het voorbereiden van het post-corona tijdperk de parlementaire democratie zoveel mogelijk doorgang te laten vinden, inclusief de publieke verantwoording daarvan via fysieke debatten.

De brief van Peter Nicolaï aan alle leden van de Eerste Kamer:

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer,

Aan mijn mede-senatoren

Ons land is in oorlog. Een oorlog tegen een virus. In oorlogstijd moeten volksvertegenwoordigers hun rug recht houden. Er is een lijst van cruciale beroepen en vitale processen opgesteld. Merkwaardig genoeg worden de leden van de regering, het parlement, de hoge colleges van Staat, en bestuurders en volksvertegenwoordigers van de niet-centrale overheid niet genoemd en is aan het ‘vitale proces’ van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in de lijst geen aandacht besteed. Kennelijk staat het buiten discussie dat dat het geval is.

Voor mij en mijn fractieleden staat vast dat ons parlementaire werk zoveel als mogelijk ongehinderd moet doorgaan.

Volgens de noodverordeningen geldt het verbod tot samenkomsten niet voor de Eerste Kamerleden en andere volksvertegenwoordigende lichamen. Dat is niet zonder reden.

Huwelijksplechtigheden, uitvaarten en gezamenlijke geloofsbelijdenissen zijn toegestaan als er 1,5 meter afstand wordt gehouden en er niet meer dan 30 personen aan deelnemen.

Het zou niet te verantwoorden zijn als de Eerste Kamer samenkomsten met minder dan 30 leden en onder de voorwaarde van 1,5 meter afstand uit de weg zou gaan, terwijl huwelijksvoltrekkingen, uitvaarten en gezamenlijke geloofsbelijdenissen plaatsvinden en onze samenkomsten bovendien betrekking hebben op volksvertegenwoordigers die in die functie een cruciaal beroep uitoefenen.

Commissievergaderingen en plenaire vergaderingen kunnen gewoon gehouden worden. Als er binnen het gebouw van de Eerste Kamer geen zaalruimten zijn die groot genoeg zijn om de commissievergaderingen met 1,5 meter afstand te laten plaatsvinden, moeten we uitwijken naar een ander gebouw, te denken valt aan de Ridderzaal of de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

Als we plenair vergaderen en iedere fractie één woordvoerder aanwezig laat zijn, levert dat geen enkel probleem op.

Er komt een wetsvoorstel aan dat ziet op vergaderingen van decentrale volksvertegenwoordigers in een virtuele omgeving.

Onze fractie heeft begrip voor angst voor besmetting, maar als de volksvertegenwoordigers wel iedere dag in de supermarkt boodschappen doen, komt de vraag op waarom zo’n afwijking van de normale procedures noodzakelijk is. Hoe je het ook wendt of keert, gezamenlijk vergaderen geeft betere garanties voor een goed debat dan digitaal overleg waarbij ook de openbaarheid minder goed gewaarborgd is.

Ik spreek hierbij, mede namens mijn fractiegenoten, mijn medesenatoren aan op hun moed en verantwoordelijkheid om juist in deze ‘oorlogstijd’ hun controlerende functie optimaal uit te oefenen.

Wij als Eerste Kamerleden zullen nog méér dan onze collega’s aan de overzijde moeten kijken naar bredere verbanden en de ‘grote’ afwegingen die op ons afkomen.

Bewaak in crisistijd de parlementaire democratie”, is de kop boven het hoofdredactioneel commentaar van NRC op 26 maart jl. Terecht wordt in dat commentaar erop gewezen dat juist nu de volksvertegenwoordiging een belangrijke taak heeft: “Bij de aanpak van de coronacrisis gaat het om maken van keuzes en deze zijn nu eenmaal bij uitstek politiek. Al helemaal als blijkt dat er geen wetenschappelijke consensus over de meest effectieve oplossing bestaat. Dan vereisen de gemaakte keuzes een volwassen en scherp politiek debat”.

Het gaat er mij en mijn fractieleden niet om een scherp debat over allerlei detailmaatregelen te voeren. Integendeel, dat hoort in de Tweede Kamer thuis.

Maar de basale afweging hoe ver de maatregelen moeten gaan in het belang van de volksgezondheid in het licht van de schade aan de economie, die ook weer nadelige gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid in de (naaste) toekomst, is toch echt een kwestie die in ons huis aan de orde zal moeten komen.

De kredietcrisis in 2008 leidde tot 2000 extra zelfdodingen. Werkloosheid en depressie zijn gerelateerd, zo blijkt uit talloze onderzoeken. Welke psychische schade doen wij ouderen. volwassenen en kinderen aan met deze ‘intelligente lockdown’; hebben psychiaters en andere deskundigen daar een beeld van? Is doorgerekend wat de financiële gevolgen zijn voor de volksgezondheid als de economie in het zwarte scenario van het CPB terechtkomt, en hoeveel extra leed en doden dat in de toekomst gaat opleveren?

Als we de eenvoud van Trump terzijde stellen, blijft er genoeg te debatteren over de vraag of de schade aan de volksgezondheid niet groter wordt dan de ‘winst’ die we nu proberen te behalen door een ‘intelligente lockdown’ af te kondigen, terwijl er bovendien nog stemmen opgaan om het ‘intelligente’ te schrappen.

Ook de vraag hoe onze maatschappij en economie na het bedwingen van de corona-crisis vorm zal moeten krijgen, is zo’n vraag in breder verband, die juist ook op het bordje van onze Kamer behoort te liggen.

Moeten we niet nu al denken aan deskundigenbijeenkomsten over dat onderwerp? Op dit moment laten we het allemaal over aan de media en borrelen allerlei baanbrekende gezichtspunten op. Bij velen dringt het besef door dat er een transitie nodig is, niet alleen van onze economie en ecologie, maar ook in ons denken.

Kortom, ik voel mij door de sluiting van ons gebouw en de dreiging dat we ons werk op een lager pitje lijken te moeten voortzetten, in een soort staatsrechtelijke quarantaine gemanoeuvreerd, die naar het oordeel van onze fractie in het geheel niet noodzakelijk en wenselijk is. We gaan daar dan ook niet mee akkoord.

Juist nu zouden wij het voortouw moeten nemen met het oog op de ordening van het maatschappelijk leven in het na-corona-tijdperk. Juist van ons mag verwacht worden dat wij onder deze voor 17 miljoen Nederlanders zo barre omstandigheden ons gewone werk gewoon blijven doen.