Bijdrage  melkvee reductie

Crying over spilled milk. Een situatie waarin huilen geen zin heeft, omdat het betreurde voorval al heeft plaatsgevonden en er geen lieve moedertje meer aan helpt om het voorval recht te zetten.

En dat lieve moedertje is zeer van toepassing op de melkveehouderij, waarin zuigelingen op grote schaal geslacht moeten worden omdat hun melk wordt opgeëist door de mens. Op zichzelf treurig genoeg, maar nu worden ook de moeders massaal naar de slachtbank geleid. Hadden we dat kunnen zien aankomen?

Sterker we hebben het zien aankomen. Op 17 maart 2015, spraken we in een interpellatie over Wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij. Ik citeer de geruststellende woorden die de staatssecretaris toen sprak: “De wet die er nu is, is volstrekt voldoende. Als het fosfaatplafond wordt overschreden, zullen er dierrechten voor melkvee moeten worden geïntroduceerd. Op basis van de ex-ante-evaluaties mogen we verwachten dat Nederland het plafond niet zal overschrijden. De voorwaarden daarvoor heeft de sector zelf in de hand.”

Die geruststelling van de staatssecretaris zou een zeer beperkte houdbaarheid hebben.Het  was de heilloze weg van het ultra kortetermijndenken. De ontwikkeling van de landbouweconomie van meer voor minder, in alle opzichten.

Meer dieren, maar minder inkomsten.

Meer stallen, maar minder boeren.

Meer megastallen, minder familiebedrijven.

Meer dierziekten, minder veilige woonomgeving voor burgers.

Meer export, een minder stabiel klimaat.

Jarenlang hoorden we in spotjes over Melk de Witte Motor en de claim Melk is goed voor elk. Koemelk is inderdaad erg goed, maar vooral voor pasgeboren kalfjes. Kalfjes die nu meteen na hun geboorte van hun moeder gescheiden worden.

De megamorfose van de melkveehouderij heeft de lage prijzen voor  die moedermelk veroorzaakt. De melkquota moesten en zouden verdwijnen. LTO beloofde koeien met gouden horens. 1 april 2015 werd door de boeren bevrijdingsdag genoemd. 1 april voorzitter, veel bevrijding is er niet van gekomen.

Massaal gingen de boeren meer koeien houden. En de melkprijs daalde! Was dat te voorzien? Ja, natuurlijk.

Schaalvergroting leidt niet tot inkomenszekerheid voor boeren maar tot kwetsbare bedrijven. Er worden tientallen miljoenen euro’s vrijgemaakt om een industrie die zichzelf in de problemen heeft gebracht uitstel van executie te bieden. Dat uitstel van executie gold overigens niet voor de melkkoe zelf. Daarvan  worden er tienduizenden geofferd  op het altaar van de economie.

Over het leed dat koeien aangedaan wordt, wordt nauwelijks gesproken. Het gaat over rekenmodellen, voersporen, derogatie en vooral miljoenensubsidies als pleister op een stinkende wond.

Hoe kan een systeem als dit ooit gerechtvaardigd worden, voorzitter?

De staatssecretaris had leiderschap moeten tonen. En dat vinden de melkveehouders ook. Waarom heeft niemand ons tegengehouden, bijvoorbeeld met regels, verweten de boeren Den Haag.

Ik wil die vraag ook aan de staatssecretaris stellen. Waarom heeft niemand ze tegengehouden?

Het is in de melkveehouderij op dit moment kommer en kwel. Door foute keuzes van een deel van de boeren en de overheid zijn grote problemen over de hele sector afgeroepen. 

Na het loslaten van het quotum heeft een relatief klein deel van de melkveehouders, als dolle stieren de veestapel uitgebreid en hun melkproductie opgevoerd. In sommige gevallen hebben deze cowboys hun productie verdubbeld. De cowmunities, megastallen met koeien die nooit meer naar buiten mogen, schoten als paddenstoelen de grond uit.

De overheid, de boerenbelangenbehartigers, de zuivelverwerkers en de geldverstrekkers dronken een glas, creëerden een melkplas en lieten de zaak zoals ze was.

Bij de behandeling van de Melkveewet, voordat het quotum vrij kwam, heeft de Partij voor de Dieren gewaarschuwd voor de desastreuze gevolgen van een uit de hand lopende productiestijging voor zowel de prijs van de melk, als de natuur, het milieu en het dierenwelzijn. Maar het  zou zo’n vaart  niet lopen volgens de deskundigen die door het ministerie en de sector waren geraadpleegd. 

De prijs zou eerder stijgen dan dalen, Nederland als de melkboer van China, het kon niet op! Het aanbod van Europese melk is sinds het vrijlaten van het quotum niet hoger geweest dan het oorspronkelijke quotum en toch kelderde de prijs. Die ging zo hard onderuit dat er een beroep moest worden gedaan op de Europese opkoopregelingen. Sinds het loslaten van het quotum ligt ruim 3 miljard kilo melk in de vorm van melkpoeder en kaas opgeslagen in Europese pakhuizen.

Voorzitter, de melkprijs is iets opgekrabbeld. Maar vooral omdat er in de rest van Europa minder wordt gemolken, en omdat er nog steeds melkpoeder uit de markt wordt gehaald.

Een jaar geleden zei de bestuursvoorzitter van Friesland Campina, Roelof Joosten,  in het Financieele Dagblad over de melk die zijn bedrijf verwerkt: De eerste vijf miljard liter melk zijn zeer winstgevend. Aan de volgende twee miljard verdien je niks, en op de laatste drie miljard verliezen we geld.‘ 

De helft van alle melk wordt dus met verlies verwerkt.

Het verlies wordt goed gemaakt met superwinsten op de andere helft. Onder de streep blijft er dan toch nog een acceptabele melkprijs voor elke boer over.  Dat is al zo sinds het ontstaan van Friesland Campina in 2007. Tenminste de helft van de Nederlandse melk wordt al meer dan een decennium met verlies verwerkt en verkocht.

Tegen die achtergrond is het volkomen bizar dat vooral Nederland zich sterk maakte voor het loslaten van het quotum. 

De enorme prijsval als gevolg van het loslaten van het quotum heeft grote groepen melkveehouders, met uitzondering van de biologische en biologisch-dynamische boeren, in grote financiële problemen gebracht.

En nu dus een nieuw obstakel: het fosfaatrecht. Een peperdure, maar naar het zich laat aanzien onvermijdelijke manier om een halflege stal alsnog vol met koeien te krijgen.

Meer melk betekent onvermijdelijk ook meer mest. In de aanloop naar het vrijgeven van de melkproductie wilde de sector van geen enkele belemmering weten. Ze deed de plechtige belofte dat de sector er zelf wel voor zou zorgen dat ze onder geen voorwaarde door het fosfaatplafond zou schieten. Het tegendeel bleek waar.

Op 2 juli 2015 meldde de staatssecretaris aan de sector: tot hier en niet verder. Maar de sector groeide onverstoorbaar verder. Er kwam een regeling en die is inmiddels al weer drie keer aangepast,  er ligt een rechterlijke uitspraak die vrijwel zeker dwingt tot nieuwe aanpassing en er hebben zich intussen weer 400 boeren gemeld die ook naar de rechter gaan. Wat dit betekent voor de reductie van de individuele ondernemer blijft duister. De staatssecretaris heeft hoger beroep aangetekend, maar dat zou geen reden moeten zijn hier en nu niet eindelijk duidelijkheid te verschaffen over hoe het zover heeft kunnen komen en vooral wat de staatssecretaris gaat doen om de grote problemen in de melkveehouderij eindelijk blijvend te beteugelen. Geen lapwerk, maar structurele oplossingen voor een structureel probleem.

Graag een reactie.

Intussen melden zowel de LTO als de staatssecretaris opgewekt dat het terugdringen van het fosfaatoverschot nagenoeg op schema ligt. En dat daarmee de heilige graal van de derogatie volgend jaar kan worden veilig gesteld.

Maar wie de monitor fosfaatreductiepakket van april 2017 bekijkt, ziet dat de reductie van het fosfaat vooral op papier plaatsvindt. Niet op het land.

De reductie moet plaatsvinden langs drie sporen: het voer, een stoppersregeling en een reductie van de veestapel. 

Uit de monitor blijkt dat de veevoerfabrikanten het fosforgehalte flink hebben verlaagd. Maar op internetfora van melkveehouders valt te lezen dat boeren daar niet wakker van liggen. Al was het maar omdat er altijd nog de zogenoemde fosfor-bolus kan worden ingezet. Een fosfor impuls met een lange nawerking die gebruikt wordt bij koeien die net hebben gekalfd en te kampen krijgen met een tijdelijk fosfor gebrek. Anders gezegd: het lijkt er op dat verlagingen van het fosforgehalte in het voer wellicht kloppen, maar in de stal kunnen worden omzeild.

Graag een reactie.

De stoppersregeling leek aanvankelijk een doorslaand succes. Maar een stoppersregeling heeft alleen effect als niet alleen het aantal koeien wordt verminderd, maar ook de productie wordt verminderd. Dus wat ons betreft hoort bij een echte stoppersregeling: stal afbreken, en vergunningen inleveren.

Graag een reactie.

Volgens LTO zijn er de afgelopen maanden bijna 100.000 stuks melkgevend rundvee afgevoerd uit Nederland. Geslacht of geëxporteerd. En bij die export moet worden opgemerkt dat veel koeien tijdelijk in België geparkeerd worden. Geen oplossing, maar een verschuiving van het probleem, in een sector waar ook sprake is van grootschalige mestfraude, niet alleen in Brabant en Limburg, maar inmiddels ook bij tientallen boeren in Friesland. Is de staatsecretaris bereid meer mankracht in te zetten bij de NVWA omdat steeds duidelijker wordt dat de gemelde gevallen slechts het topje van een onmetelijke mesthoop vormen? Graag een reactie .

Voorzitter, het grootste deel van de koeien die worden afgevoerd, zijn laag productieve koeien, zieke koeien, oude koeien. Vorig jaar zijn er tienduizenden van dit soort dieren in Nederland ingevoerd. Deze groep koeien produceerde beneden het gemiddelde, en leverde ook minder fosfaatproductie. Maar ze worden voor zover we hebben kunnen nagaan wel volledig meegerekend. Er gaat dus een koe met een lage fosfaatproductie weg, terwijl die wordt aangeslagen op de 41,3 kg van een hoogproductieve melkkoe. Zo wordt de fosfaatproductie op papier meer verlaagd dan in werkelijkheid. Graag een reactie.

Veel boeren zullen ondanks de reductie in het aantal koeien, nagenoeg dezelfde hoeveelheid melk produceren. Dat kan door meer te voeren in combinatie met drie keer per dag in plaats van twee keer per dag te melken. Maar meer melk per koe betekent ook meer mest en dus ook meer fosfaat per koe. Op deze manier neemt de fosfaatproductie op papier af ,maar in de stal toe. Is er enig zicht op de omvang van dit effect?

Graag een reactie.

Voorzitter, LTO waarschuwde al voor  negatieve dierenwelzijnseffecten. Boeren zouden door de reductiemaatregelen minder geneigd zijn tot weidegang. Daarnaast zitten er natuurlijk ontegenzeglijk ook dierenwelzijnsaspecten aan het verhogen van de productie per koe.

Wij zouden graag zien dat fosfaat reductieplan wordt aangevuld met een verplichte weidegang, en een maximum aantal kilo’s melk dat per koe gemolken mag worden.

Als opstap naar een veelomvattender plan om de melkveehouderij  in evenwicht te brengen met de markt, de natuur, het milieu, het dierenwelzijn en haar omgeving..

Het mes moet drastisch in de Nederlandse melkproductie om de simpele reden dat hier niet voor een concurrerende prijs geproduceerd kan worden. De hoogste baas van de grootste melkverwerker zegt het zelf!

Een halvering van de Nederlandse melkproductie zal voor veel bedrijven het einde betekenen, en daar moet een nette oplossing voor komen. Als we de sanering van de melkveehouderij nu niet zelf ter hand nemen, doet de markt het straks. Dan wordt het een ijskoude sanering waaruit meer bloed vloeit voor mens en dier, maar met hetzelfde resultaat. Met dit verschil dat vrijwel zeker alleen de grote cowboys zullen overblijven: voor de geldverstrekkers zijn ze too big to fail.

Dat, voorzitter, mogen we niet laten gebeuren. 1.000 agrarische gezinsbedrijven, volgens de Rabobank zelfs meer, tot 10% van het totaal, staat op het punt om te stoppen. Hun posities worden ingenomen door cowboys die de koe uit de Nederlandse weilanden verbannen en de productie per dier nog verder opjagen. Kan de staatssecretaris toezeggen daar paal en perk aan stellen? Ik overweeg een motie op dat punt.

Er zijn grenzen aan het letterlijk uitmelken van weerloze dieren zonder noodzaak. Die grenzen, voorzitter zullen we hier en nu moeten bepalen, om te voorkomen dat we in de nabije toekomst met nog meer boter op het hoofd debatten moeten voeren over een ontvolkt platteland, ernstige dierenwelzijns-, natuur  en klimaatproblemen en weilanden zonder koeien en zonder weidevogels.