Plenair Teunissen bij Algemene Europese Beschou­wingen


10 april 2018

Voorzitter. "Ik ben een onvervalste Europeaan." Dat schreef Jan Zielonka in zijn boek met de titel Is the EU doomed? Zielonka heeft een Nederlands paspoort, werkt aan een Britse universiteit, woont in Italië en doceerde in Wroclaw, Warschau, Groningen, Leiden en Florence, groeide op achter het IJzeren Gordijn en droomt nu van een Europa zonder grenzen. Niet iemand die in het hokje past van nationalisme of populisme, wel iemand die overtuigd is dat de EU geen bindmiddel is gebleken, maar een splijtzwam.

Een parlementaire vertegenwoordiging van 28 verschillende nationaliteiten, met historisch diepgewortelde institutionele, juridische, politieke, economische en culturele verschillen blijkt een lastig model. Datzelfde geldt voor een gezamenlijke munt voor landen met een geheel ander economisch temperament en ritme. Misschien zijn we wel te gretig in het grootste monetaire experiment uit de geschiedenis gestapt, niet wetend dat elke teleurstelling of mislukking ertoe zou leiden dat we onze hoofden nog verder in een centralistische strop zouden steken. De EU is een doolhof zonder nooduitgangen en de euro is een munt waar je niet meer vanaf kunt als je hem hebt ingevoerd. Dat is kort samengevat wat burgers in Nederland en andere Europese landen verteld wordt.

De vorig jaar overleden André Szász, oud-directeur van De Nederlandsche Bank en belast met het internationale beleid, zag al in de jaren negentig van de vorige eeuw met lede ogen aan hoe de monetaire unie, die hij mee heeft helpen voorbereiden, speelbal is geworden van politieke compromissen. Szász zei nadat de euro geïntroduceerd was: "Zo hebben we het nooit bedoeld." Hij benadrukte dat politieke motieven en niet economische afwegingen de doorslag hebben gegeven bij de samensmelting van de munten in Europa. Voor een monetaire unie is een gemeenschappelijke munt niet nodig. Waarom dan toch de euro? Szász was heel helder over waarom dat niet nodig is: "Als je de wisselkoersen onverbrekelijk aan elkaar koppelt en de munten volstrekt vrij inwisselbaar maakt dan impliceert dat een gezamenlijk monetair beleid en dan kun je in beginsel verschillende munten hebben." "Met die gezamenlijke munt gaven we zonder merkbare onrust het zelfbeschikkingsrecht over ons geld op. Sluipenderwijs ontstaat een lotsgemeenschap in Europa waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn. Maar tot een publiek debat over deze stille revolutie wil het maar niet komen." Deze woorden van Szász worden steeds meer bewaarheid. Meer dan duidelijk is dat één munt voor alle lidstaten een onhoudbaar gegeven is. Kan de minister van Financiën aangeven hoe hij met de kennis van nu aankijkt tegen die analyse van Szász? Deelt de minister met de kennis van nu de opvatting dat wij open moeten staan voor alternatieven voor één gezamenlijke munt? Is er een scenario voor het moment dat de euro scheitert, om met Angela Merkel te spreken?

Voorzitter. Werkt het Europees bankentoezicht onvoldoende, dan is de volgende stap een gecentraliseerd bankenbeleid met een Europees depositogarantiestelsel dat geen schim kan zijn van de garanties die we in Nederland gewend waren. Eerst een Europees leger en vervolgens de gedwongen introductie van een Europees buitenlandbeleid, stapje voor stapje naar meer en meer overdracht van onze soevereiniteit, zonder dat zelfs de Grondwet daarvoor gewijzigd is, zonder dat daarover een serieus debat in het parlement is gevoerd. Dat, voorzitter, is wat mijn fractie betreft het thema waarvan we niet langer weg kunnen kijken. Je zou bijna denken dat het tijdperk dat vooraf ging aan de euro zo gek nog niet was, toen we naast de euro als rekeneenheid ook onze nationale valuta hadden en daarmee ook een overzichtelijk en democratisch monetair beleid. Wat zou erop tegen zijn om terug te keren naar dat duale systeem van een euro als gezamenlijke rekeneenheid naast nationale valuta? Kan de minister van Financiën aangeven welk problemen en kansen er zijn om naar dat systeem terug te keren? Graag een reactie.

Hoe, voorzitter, kan een EU-ambtenaar als bij toverslag promoveren tot secretaris-generaal van de Europese Commissie, zo kan men zich afvragen, bij gebrek aan een democratische, transparante procedure. Welnu, het recept is simpel: iedere Europese Commissaris krijgt bij vertrek vijf jaar lang een chique wachtgeldregeling, een kantoor in Brussel, een auto met chauffeur en twee assistenten. Selmayr heeft die toezegging gedaan om zich te verzekeren van zijn benoeming, waarmee hij de leiding krijgt over 30.000 medewerkers; hij hoeft alleen verantwoording af te leggen aan voorzitter Juncker. Dat zet kwaad bloed. Ik wil de minister van Buitenlandse Zaken vragen hoe hij het benoemingenbeleid van de EU beoordeelt, in het bijzonder in dit geval, en of het kabinet ook een appreciatie kan geven van de mate waarin het Europees Parlement bij deze benoeming betrokken is geweest.

Voorzitter. Dit jaar is een belangrijk jaar voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Eens in de zes jaar wordt de regeling tegen het licht gehouden en aangepast. De volgende herziening is in 2019, maar alle belangrijke consultatierondes vinden dit jaar plaats. Landbouw heeft alleen niet bepaald prioriteit gekregen, niet in de Staat van de Unie, niet in de kabinetsappreciatie van het Commissiewerkprogramma, niet in het programma zelf en niet in het Europese klimaatbeleid. In de Algemene Europese beschouwingen van 2016 in deze Kamer viel het woord "landbouw" slechts negen keer, waarvan zeven keer vanuit mijn partij. Nu heeft de heer Backer het één keer genoemd; dat moet ik wel toegeven. Die brede veronachtzaming is merkwaardig als we bedenken dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid de grootste afzonderlijke post is op de Europese begroting. Ruim een derde van het EU-budget wordt besteed aan landbouw. Wat, zo vraag ik de minister van Financiën, zou de reden kunnen zijn dat zo'n grote post van de Europese begroting vrijwel buiten beschouwing blijft?

De grootste vervuilers op het Nederlandse platteland, bedrijven die enorme hoeveelheden ammoniak, fijnstof en methaan uitstoten, krijgen de meeste Europese landbouwsubsidie, zo bleek afgelopen week uit een onderzoek van De Groene Amsterdammer. Een kwart van de in Europa geregistreerde 49 meest vervuilende runder-, varkens- en kippenboerderijen in Nederland ontvangt forse landbouwsubsidie uit de EU. In andere lidstaten is het beeld precies hetzelfde als in Nederland: overal krijgen grote vervuilers aanzienlijke landbouwsubsidies.

Er wordt met de subsidies niet gestuurd op milieuprestaties. De Europese Commissie heeft te weinig informatie om te controleren of boerenbedrijven zich aan de milieuregels houden en heeft daar ook geen prioriteit aan gegeven. Het subsidiebedrag wordt alleen bepaald op basis van de hoeveelheid land die een boer in bezit heeft. Verder zijn er geen criteria; er kunnen stallen mee uitgebreid worden. En stallen uitbreiden rijmt niet met de door dit kabinet gestelde ambitie om in Europa in 2030 meer dan de helft minder CO2 uit te stoten. De Nederlandse veestapel zou namelijk fors moeten krimpen om de klimaatdoelen van Parijs te halen, zo stelde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur vorige week. Als de Nederlandse veehouderij op de huidige voet doorgaat, overschrijdt die bedrijfstak in 2050 de totale toegestane broeikasgasuitstoot. Alleen de Nederlandse veehouderij is op dit moment al goed voor 18 megaton CO2 per jaar, terwijl Nederland over 32 jaar in totaal nog een kleine 10 megaton CO2 mag uitstoten. Dit roept de vraag op hoe het kabinet het voortouw gaat nemen in de Europese Unie om, naar eigen zeggen, de Europese klimaatdoelstelling van 49% reductie in 2030 te verhogen naar 55%. Daar toont het ambitie. Maar is inkrimping van de veestapel om dit doel te bereiken voor dit kabinet bespreekbaar in Europees verband? Dat vraag ik de minister van Buitenlandse Zaken.

Pieter van Geel, voorzitter van een van de klimaattafels, noemde als staatssecretaris van milieu vlees in 2007 "het meest milieu-onvriendelijke deel van ons voedselpakket". Waarom ligt dat onderwerp nu niet op de voedseltafel, waarvan hij voorzitter is? Waarom rust er kennelijk een taboe op de vermindering van dierlijke eiwitten, terwijl daar de grootste klimaatwinst te behalen is in onze Europese afspraken? Graag een reactie.

De landbouwsubsidies kwamen vooral terecht bij handelsbedrijven, producentenorganisaties en supermarkten. Daarnaast worden ze besteed aan de promotie van milieu- en dieronvriendelijke producten, het stimuleren van bulkproductie, het uitdelen van schoolmelk en de grootschalige opslag van vlees. Mede door de grootste uitgavenpost in Europa lijden miljarden dieren in de vee-industrie, verzieken landbouwgif en vermesting ons milieu, is water ernstig verontreinigd en hebben we te maken met de grootste biodiversiteitscrisis in de geschiedenis.

De toekomst vraagt om een radicale koerswijziging. De toekomst van food and farming is een duurzame toekomst met een krimp van de veestapel, omschakeling naar een plantaardig voedingspatroon, duurzame productiesystemen en zonder landbouwsubsidies. Ik verwacht van het kabinet een serieuze, uitgebreide en constructieve visie op dit existentiële probleem, dat niet alleen op het bord van de minister van Landbouw ligt, maar op het bord van ons allemaal. De voedselvoorziening zou een structureel onderdeel moeten zijn van het Europese landbouwbeleid, klimaatbeleid, veiligheidsbeleid en migratiebeleid. Hoe ziet de minister van Buitenlandse Zaken dit?

Voorzitter. Landbouwsubsidies worden aan de merkwaardigste dingen besteed, bijvoorbeeld om stieren te fokken die worden ingezet bij stierengevechten. In 2013 nam de Tweede Kamer een motie van de Partij voor de Dieren aan om in te zetten op het stopzetten van subsidies aan stierenvechten in Europa. In 2015 sprak ook het Europees Parlement zich uit tegen deze vorm van subsidiëring, maar het gebeurt nog steeds. De Europese Commissie behandelt het Europees Parlement alsof het een tandeloze tijger is. Wat heeft Nederland gedaan om die breed levende wens eindelijk in te willigen? Kan de minister toezeggen alsnog aan te dringen op het uitvoeren van de voorstellen? Graag een reactie. Ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter, samenvattend. We kunnen niet toe met één munt en ook niet met een gemeenschappelijk landbouwbeleid. De twee belangrijkste pijlers van de EU kraken in hun voegen. Ik zie met belangstelling uit naar de beantwoording van onze vragen hierover.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Theunissen. Ik geef het woord aan de heer Diederik van Dijk.