Bijdrage - Wet tijde­lijke tolheffing Blan­ken­burg­ver­binding en ViA15


24 november 2015

Senator Niko Koffeman stond stil bij de wet tijdelijke tolheffing bij de Blankenburgverbinding. De minister heeft niet voldoende middelen om de nieuwe snelweg bij Rotterdam te financieren. Dit tekort wil zij nu opvangen door het tijdelijk heffen van tol op dit traject. Niko Koffeman deed in zijn bijdrage een stapje terug in de geschiedenis van de regio en nam het op voor de burgers die in het gebied rond de geplande snelweg wonen. Er zijn in november 1980 bezwaren ingediend. Daarom bevreemdt het de Partij voor de Dieren dat de minister, ondanks deze bezwaren, haar plan voor de tijdelijke tolheffing doorzet. Omdat door deze bezwaren de definitieve vorm en kosten van het project nog niet duidelijk zijn. Lees de gehele bijdrage van Niko Koffeman hieronder:

Voorzitter,

In 1989 werd de bevolking van Maassluis, Maasland en Vlaardingen opgeschrikt door het bericht dat in de producten van een kaasboerderij aan de Zuidbuurt een onrustbarend hoog dioxinegehalte gemeten werd. De weilanden waarin de koeien graasden lagen onder de rook van de afvalverwerking Rijnmond en die van de verbrandingsovens van AKZO in Rotterdam-Zuid en de dioxine van die verbrandingsovens sloeg neer in het Lickebaertgebied, het gebied waardoor ook de Blankenburgtunnel zou moeten worden aangelegd weten we met de kennis van nu. Maar voor we daarover verder spreken denk ik dat het goed is om stil te staan bij de geschiedenis van het geplaagde gebied die ik van nabij heb meegemaakt, ik kan u daarover uit de eerste hand vertellen.

De kaasboerderij in het gebied werd gesloten, de melk en het hooi mocht niet langer in het handelsverkeer terecht komen en moest afgevoerd worden naar de Afvalverwerking Rijnmond, die het verbrandde waarna de dioxine opnieuw in het Lickebaert gebied neersloeg, waarna de melk en het hooi opnieuw verbrand moesten worden, een perfecte kringloop.

Geluk bij een ongeluk was dat een deel van het gebied niet meer voor landbouw gebruikt werd maar was ingericht als recreatiegebied, waarmee de dioxineneerslag een iets minder heftig probleem werd, omdat de recreanten nu eenmaal geen gras aten, maar een fijn idee was het evengoed niet.

Om de bevolking iets gunstiger te stemmen na het dioxineschandaal, besloot de provinciale overheid tot aanleg van een 30 meter hoge Skiheuvel in het midden van het recreatiegebied, waar de bewoners van de omliggende plaatsen zomer en winter vanaf konden skiën, een voorstel waarop de omwonende tamelijk lauw reageerden, de Lickebaert als skigebied werd door niet veel mensen als vanzelfsprekend gezien, maar veel bezwaren waren er ook niet tegen.

Totdat in 1991 enkele oplettende burgers zich afvroegen hoe je in een volkomen vlakke polder een 30 meter hoge heuvel kunt realiseren. Met zichtbare tegenzin gaven vertegenwoordigers van provincie en recreatieschap toe dat dat niet zo’n hele vanzelfsprekende operatie was, maar dat er nogal wat verontreinigd havenslib en bouw- en sloopafval voorhanden was, waarvoor eigenlijk geen goede bestemming gevonden kon worden, en dat besloten was de skiheuvel daarmee te vullen. Dat maakte meteen ook onderdeel uit van een opbrengstscenario, een gifstort levert nu eenmaal geld op, en van dat geld kon dan weer de skiheuvel gerealiseerd worden. We spreken over de tijd waarin WINWIN situaties en publiek private samenwerking de nieuwe steen der wijzen leken, en zorgen waren niet nodig, de stort zou zorgvuldig afgedekt worden en voor zover er sprake zou zijn van percolatie of uitloging van de grond, zouden gifstoffen in een reservoir onder stort worden opgevangen en afgevoerd naar… de afvalverwerking Rijnmond, waarmee ook deze kringloop weer helemaal rond kon komen en de rook van de verbrande gifstoffen weer in het Lickebaertgebied kon neerslaan.

Tot 1994 gold een handelsverbod voor melk en schapenvlees in het gebied, en de Afval verwerking Rijnmond moest voor 240 miljoen gulden filters plaatsen om de dioxine en andere gifstoffen af te vangen, wat aangeeft hoe ernstig de verontreiniging tot dat moment kennelijk geweest was, in een gebied dat al decennia geplaagd werd door smog en stankoverlast vanuit de petrochemische industrie in het Botlekgebied.

Gedeputeerde Hans van der Vlist gaf aan dat dat ook een van de overwegingen was geweest om de skistort in het Lickebaert gebied te plaatsen, omdat daar toch al zoveel milieuproblemen waren dat deze er beter daar bij kon, dan dat je dat in een schone omgeving zou plannen.

Maar terug naar de Skiheuvel, voorzitter, toen duidelijk werd dat onder het tapijt van de skiheuvel dus eigenlijk een heimelijke gifstort gepland was, ontstond er verzet onder de bevolking die zich daar ten tijde van de procedure in het geheel niet bewust van geweest was, simpelweg vanwege het feit dat er geen open kaart gespeeld was. Maar juridisch verzet bleek inmiddels niet meer mogelijk, omdat alle procedures gepasseerd waren onder de valse vlag van de skiheuvel

Er was inmiddels een Koninklijk Besluit waarmee de aanleg onherroepelijk leek. Leek, want verontruste omwonenden herinnerden zich dat Hare Majesteit koningin Beatrix in haar kersttoespraak had opgeroepen tot het planten van meer bomen.

Er werd besloten het koninklijk besluit voor de aanleg van een gifstort en het koninklijk verzoek tot het planten van meer bomen met elkaar te verbinden en op 12 december 1992 werd er door 7.000 omwonenden van het Lickebaertgebied in een dag een bos van 20 hectare geplant op de plek van de beoogde stortlocatie.

Die stortlocatie kwam er dus niet en het volksbos ontwikkelde zich tot een uniek leefgebied voor planten en dieren. Soorten als de Kneu, de Roerdomp, de Rietzanger, het baardmannetje, de Blauwborst, Snor, Dodaars, Kievit, Grutto, Scholekster vonden er een veilig heenkomen en het zeer zeldzame oostelijk kruiskruid en de zo mogelijk nog zeldzamer adderton kievitsbloem bloeien er.

Geen probleem dus, voorzitter, een prachtig stuk nieuwe natuur als resultaat van de participatiemaatschappij, aangelegd door de burgers zelf met steun van lokale ondernemers uit de Industriële Kring Vlaardingen.

Totdat het gebied dat al zoveel bedreigingen heeft moeten doorstaan opnieuw bedreigd werd door de Blankenburgtunnel met bijbehorend tolplein.

Volgens de minister zou het volksbos gespaard blijven, maar de entree naar de tunnel is er wel vlak naast gepland, dwars door de beschermde rietputten die niet alleen unieke natuur herbergen, maar ook door een uniek bodemarchief beschermd volgens het verdrag van Malta. “Volgens het Verdrag van Malta (1992!) (*) mag er tussen Maassluis en Vlaardingen niet gegraven mogen worden. Vanwege het daar aanwezige bodemarchief. Het gebied waar de tunnel geprojecteerd is behoort tot het oudste bewoonde deel van Nederland!”

(*) Uitgangspunt van het Verdrag van Malta is dat archeologisch erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Dit is gevat in 3 principes:

1. Streven naar behoud in situ van archeologische waarden. De bodem is de beste garantie voor goede conservering.
2. Tijdig rekening houden met ruimtelijke ordening, zodat ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven.
3. De verstoorder betaalt voor doen van opgravingen en documenteren archeologische waarde, wanneer dit in situ niet mogelijk is.

Graag hoor ik van de minister op welke wijze de aanwezige natuurwaarden en archeologische waarden in het gebied beschermd zijn in overeenstemming met nationale wetgeving en internationale verdragen.

Er is een ontwerp tracebesluit maar de vraag is wat de minister gaat doen met de duizenden zienswijzen die op 12 november van dit jaar zijn ingediend tegen het ontwerp tracebesluit.

Natuurmonumenten en Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) hebben samen met heel veel omwonenden bezwaar aangetekend tegen het feit dat de minister ondanks de grote weerstand doorgaat met haar plannen voor de aanleg van de weg en de onterechte indruk wekt alsof de weg goed zou kunnen worden ingepast in het landschap. “De natuurbeschermingsorganisaties willen dat de Blankenburgtunnel er helemaal niet komt, maar als de weg er toch moet komen, dan moet die zo goed mogelijk worden ingepast met zo min mogelijk overlast voor de natuur en voor omwonenden. Een betere inpassing van de weg zou wel degelijk mogelijk zijn, zo bleek in juni van dit jaar nog uit een studie van Rijkswaterstaat. Graag hoor ik van de minister waarom ze kennelijk met Rijkswaterstaat van inzicht verschilt over de mogelijkheid van een betere inpassing van de weg in het eeuwenoude landschap van de Aalkeetbuitenpolder. Is de minister bereid deze variant zorgvuldig te bestuderen? En is ze bereid de duizenden ingediende zienswijzen eveneens serieus en zorgvuldig te bestuderen en tot die tijd geen onomkeerbare stappen te zetten op het gebied van aanleg en tolheffing? Ik overweeg een motie op dit punt.

Volgens verschillende organisaties is de noodzaak van de Blankenburgtunnel onvoldoende aangetoond doordat gebruik is gemaakt van verouderde, onjuiste cijfers over de verkeersontwikkeling. Het is daarom discutabel of het fileknelpunt dat de Blankenburgtunnel zou moeten oplossen wel gaat ontstaan. Volgens Natuurmonumenten en NMZH vast dat de aanleg van de Blankenburgtunnel grote schade zal toebrengen aan de natuur, het landschap en de recreatie in Midden-Delfland, de groene long van twee miljoen omwonende Randstedelingen.

Daar kan de minister naar de mening van mijn fractie niet zomaar aan voorbij gaan, en wie vraagt om een zienswijze van omwonenden en er duizenden ontvangt, kan dat niet behandelen als een juridische formaliteit, maar zal het proces moeten stoppen tot er sprake is geweest van een ordentelijke beoordeling en afwikkeling daarvan.

Zonder dat voelen burgers zich niet serieus genomen en worden burgers ook niet serieus genomen en dat kan de kloof tussen burger en politiek alleen maar groter maken.

Zoals het Recent onderzoek van Rijkswaterstaat heeft uitgewezen is een volledige ondertunneling van de weg mogelijk. Dit voortschrijdende inzicht heeft de minister echter niet benut om haar plannen aan te passen, waardoor de weg nu dwars door het beschermde natuurgebied de Rietputten loopt. Volgens veel indieners van de zienswijzen is dit onacceptabel. Ook omdat de wet voorschrijft dat aantasting van beschermde natuur alleen mogelijk is wanneer er echt geen alternatieven zijn.

Graag de mening van de minister hierover. Zowel de wettelijke voorschriften zullen moeten worden nagekomen, als het serieus beoordelen van natuurvriendelijke alternatieven.

Het is niet logisch dat wij hier en nu een besluit nemen over tolheffing, zolang niet helder is welke variant voldoet aan de wettelijke vereisten en wat de kosten van die variant zullen zijn. Die kosten zullen meegenomen moeten worden in de totale kosten en op basis daarvan kan tolheffing besproken worden en de hoogte daarvan.

Ook binnen de crisis- en herstelwet kan het niet zo zijn dat wetgeving op het gebied van natuurbescherming automatisch moet wijken voor een overheid die met stoom en kokend water een project wil doorduwen ondanks duizenden zienswijzen, ondanks bezwaren van grote natuurbeschermingsorganisaties, ondanks door Rijkswaterstaat gepresenteerde alternatieven.

Het minste wat verwacht mag worden van een overheid die haar burgers serieus neemt, is een zorgvuldige behandeling van hun bezwaren. Daarvan is op dit moment geen sprake en wetgeving zou daarop wat ons betreft geen voorschot moeten nemen.

Daarom een dringend beroep op de minister om geen onomkeerbare stappen te zetten hangende de nu lopende zienswijzenprocedure en duidelijk te maken wat haar bezwaren zijn tegen natuurvriendelijke inpassing van een omstreden plan.

Ik zie uit naar de antwoorden van de minister!