Bijdrage Prast (PvdD) over Mach­ti­gingswet oprichting Invest Inter­na­tional


22 juni 2021

Voorzitter. Allereerst meld ik in het kader van transparantie dat ik lid ben van de raad van advies van de Volksbank, waar ASN onder valt, en aandeelhouder van PAL-V, een Nederlandse start-up voor de productie van vliegende auto's die indertijd een subsidie heeft gekregen van het ministerie van Economische Zaken.

Invest International moet activiteiten en projecten ondersteunen die een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie door het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van Nederland, het verbeteren van het verdienvermogen van Nederland en het met internationale projecten bieden van oplossingen voor wereldwijde vraagstukken zoals bijdragen aan duurzame economische ontwikkeling. Dat laatste is een citaat.

Allereerst de concurrentiepositie. In 2020 stond Nederland op de vierde plaats van de IMD-wereldranglijst van meest competitieve landen, twee plekken hoger dan een jaar eerder. Waarom wil de overheid ingrijpen en belastinggeld uitgeven om die Nederlandse concurrentiepositie nog verder te verbeteren, zo vraag ik de minister. Bij de internationale concurrentiepositie gaat het altijd over een plek ten opzichte van anderen: competitie, een wedstrijd. De minister gebruikte in het debat over het wetsontwerp in de Tweede Kamer inderdaad een wedstrijdmetafoor door te zeggen dat we met 2-0 achterstaan. Kan de minister toelichten waarom zij deze relatieve positie zo belangrijk vindt? Is een doel van de wet dat wij het in financieel-economisch opzicht beter doen dan andere landen of, omgekeerd, dat andere landen het minder doen dan wij?

Voorzitter. Dan het verbeteren van het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Artikel 1 van de wet licht het begrip "verdienvermogen" niet toe. Gelukkig komt de term wel voor in de rijksbegroting. Verdienvermogen is de capaciteit om ook op de lange termijn welvaart te creëren, waarbij het gaat om de welvaart in brede zin. Bij brede welvaart gaat het volgens het CBS behalve over het hier en nu ook over later en elders. Dat wil zeggen: volgende generaties en andere landen. Het CBS publiceert sinds 2018 de bredewelvaartmonitor met cijfers voor de materiële welvaart, de gezondheid, sociale cohesie en de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving. In de eerste monitor concludeerde het CBS dat ons land zich ver boven het EU-gemiddelde bevond op het gebied van onder andere materiële welvaart, maar ver onder het gemiddelde op het gebied van gezondheid en milieu. Volgens de laatste monitor laten de meeste indicatoren een stabiele of zelfs stijgende trend zien en dit terwijl Nederland daar al boven in de Europese ranglijst stond. Maar bij de thema's gezondheid, arbeid en vrije tijd, samenleving en milieu kleurden een of meer indicatoren rood. Dat betekent een negatieve trend, ver onder het EU-gemiddelde. Een hoofdconclusie van het CBS is dat Nederland een te groot beslag legt op het natuurlijk kapitaal.

Voorzitter. Gegeven dat Invest International volgens het wetsvoorstel moet bijdragen aan het verdienvermogen, gegeven dat het bij verdienvermogen gaat om de brede welvaart, gegeven dat de brede welvaart bestaat uit verschillende componenten en gegeven dat Nederland het voor sommige componenten heel goed en voor andere heel slecht doet, is mijn vraag aan de minister: aan welke componenten moet Invest International vooral bijdragen? Die vraag is urgent, omdat de componenten niet altijd in elkaars verlengde liggen. Zo is, aldus het CBS, de milieu- en grondstoffencomponent van de brede welvaart gebaat bij minder handel, terwijl Invest International de export moet laten stijgen. Frank den Butter, voormalig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar econometrie aan de VU, schreef verleden jaar dat de huidige oudere generatie voor veel materieel kapitaal heeft gezorgd, maar op het milieukapitaal flink heeft ingeteerd. Hij benadrukt ook dat een investering in milieukapitaal een rem zet op de materiele welvaartsgroei. Generatiebewust beleid betekent volgens Den Butter dat er bij de keuze tussen meer economische groei of minder opwarming van de aarde voor het laatste gekozen moet worden.

Tegen deze achtergrond vraag ik de minister of zij generatiebewust beleid voorstaat en, zo ja, wat dat betekent voor Invest International. Hoe moet dat de verschillende componenten van brede welvaart wegen bij de selectie van projecten — dat is immers een politieke keuze — binnen de randvoorwaarden? Mag Invest International ondersteuning bieden aan projecten die naar verwachting wel bijdragen aan materiële welvaart, maar niet aan milieu en gezondheid of die zelfs milieu en gezondheid schaden en dus de bredewelvaartbalans nog schever maken dan die al is? Graag een antwoord van de minister.

De derde bijdrage van Invest International wordt het bieden van oplossingen voor wereldwijde vraagstukken, zoals bijdragen aan duurzame economische ontwikkeling. Een van de hypothetische voorbeelden in de memorie van toelichting is, citaat: de uitdaging die ontwikkelingslanden hebben als het gaat om de hoeveelheid en kwaliteit van de watervoorziening. In het voorbeeld zou Invest International een stad in een Aziatisch land kunnen ondersteunen om de watervoorziening te verbeteren. Is dat niet een beetje dweilen met de kraan wagenwijd open? Het waterprobleem in de derde wereld wordt grotendeels door ons veroorzaakt. Het water dat wij in Nederland in en om het huis zien, horen en/of voelen stromen, is nog geen 2% van ons totale waterverbruik. De rest, 98%, is het water dat wordt gebruikt voor de productie van onze consumptie en export. Dat waterverbruik vindt vooral plaats in ontwikkelingslanden en is daarmee een belangrijke veroorzaker van hun probleem, hun waterprobleem. Hoe kijkt de minister hiertegen aan vanuit moreel oogpunt? Wil zij dat Invest International de oorzaak gaat aanpakken of alleen de ontstane schade een beetje beperkt, bij voorkeur zodanig dat ons bedrijfsleven en onze economie profiteren? Graag een antwoord van de minister.

Ook graag een antwoord op de vraag naar de doelmatigheid en zorgvuldigheid. Vlees is de grootste watervreter. Voor de productie van 1 kilo rundvlees is meer dan 15.000 liter water nodig, maar we gebruiken belastinggeld om de vleesconsumptie te vergroten. Recent kende de EU nog 30 miljoen euro toe aan vleesreclames en vervolgens gebruiken we belastinggeld om het door de vleesproductie veroorzaakte waterprobleem te verminderen. Hoe beoordeelt de minister dit vanuit efficiëntieoogpunt en vanuit fatsoen richting de belastingbetaler?

Verder vraag ik de minister of in haar ogen het gevaar van zoönosen en pandemieën een voorbeeld is van een wereldwijd vraagstuk. Experts uit allerlei hoeken hebben gewaarschuwd voor gevaarlijke zoönosen: viroloog Burk, de WHO, Obama-adviseur Larry Summers en de Maastrichtse hoogleraar sustainable development Pim Martens. Nassim Taleb noemde in zijn bestseller Black Swan een zoönosepandemie geen zwarte, maar een witte zwaan: je weet zeker dat die gaat komen, door onder andere de globalisering. Desondanks zag het kabinet COVID-19 als zwarte zwaan, zo hoorden we van de minister van Financiën op Prinsjesdag 2020. Ziet het kabinet zoönosen inmiddels wel als gevaar, zo vraag ik de minister.

Onlangs werden we weer gewezen op het risico van een epidemie door antibioticaresistentie, iets waaraan de intensieve veehouderij een grote bijdrage levert. De minister noemt agrifood als mogelijk terrein voor Invest International, maar specificeert dit niet. Volgens Invest-NL, het PBL en vele andere deskundigen nationaal en internationaal is een omschakeling van het voedselsysteem nodig. Voedselproductie is volgens deze en andere deskundigen verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van het totaal aan broeikasgasemissies. Nederland is hierbij een grote boosdoener. We staan in de top 5 van zuivelexporteurs van de wereld, en vlees is ons op een na belangrijkste exportproduct. Erkent de minister de noodzaak van een voedseltransitie? En wat heeft ze in gedachte als het gaat om Invest International en de vlees- en zuivelexport?

Voorzitter. Ik kom nu bij het bestaansrecht, de werkwijze en de governance van Invest International, met ook vragen voor de minister van Financiën. "Alle economen en ook De Nederlandsche Bank, benadrukken dat het kabinet moet investeren om uit de crisis te kunnen komen. Het is geen kwestie van de hand op de knip houden". Aldus de minister voor toen nog alleen BDO in de Tweede Kamer over Invest International. Als econoom ben ik natuurlijk blij als het kabinet naar economen verwijst om beleid te onderbouwen. Maar haalt de minister hier niet conjunctuurbeleid en structuurbeleid door elkaar? De Nederlandsche Bank doelde op de korte termijn: het niet laten inzakken van de vraag en van de kredietverlening, zodat de bestaande productiecapaciteit benut wordt. Invest International gaat over de lange termijn en het vergroten van de productiecapaciteit. Ik hoor graag een uitleg.

Overigens trekt volgens DNB en het Centraal Planbureau de economie inmiddels zo aan dat er een tekort aan personeel dreigt en dat het kabinet juist op de rem moet trappen. Ik hoor graag een reactie.

Investeringen worden gezien als risicovol, dus er zijn weinig keuzes voor degenen die financiering zoeken, aldus de minister voor BDO in de Tweede Kamer. Dat een investering risicovol is, betekent natuurlijk niet dat er geen financiering voor te krijgen is. Dat lukt alleen niet als het verwachte rendement niet in verhouding staat tot het risico, of als er vanuit prudentieel oogpunt beperkingen zijn. Na de bankencrisis zijn er in Europa maatregelen genomen om het nemen van risico's door banken af te remmen en de kans te verkleinen dat de belastingbetaler de dupe is als het misgaat. De minister presenteert de prudentiële regels nu als een onderbouwing voor het met belastinggeld te financieren Invest International. Gaan we nu de belastingbetaler rechtstreeks laten opdraaien voor risico's waarmee we hem niet indirect, via de banken, wilden opzadelen? Ook het terugtrekken van ABN AMRO zakenbank uit het buitenland is door de minister genoemd als onderbouwing voor Invest International. Maar is de reden dat de bank zich terugtrekt niet dat de buitenlandse activiteiten goed zijn voor het leeuwendeel van de verliezen van deze staatsbank? En gaan die nu via Invest International bij de aandeelhouder, en dus de belastingbetaler terechtkomen?

Nog een in de Tweede Kamer genoemde reden voor de oprichting is dat buitenlandse overheden moeite hebben om projectfinanciering te vinden. Ik hoor graag een onderbouwing van de minister. Begin deze maand publiceerde het FD een artikel onder de kop "Obligatiebeleggers nemen risico's Afrika voor lief vanwege mondiale run op grondstoffen". In dat artikel stond dat Afrikaans schuldpapier in trek is.

Voorzitter. Tot slot enkele heel concrete vragen. De Financial Times schreef onlangs dat door de sterk stijgende vraag naar grondstoffen voor elektrische vervoermiddelen een groeiend percentage van het kobalt dat daarvoor nodig is, handmatig wordt gedolven door mensen en kinderen in erbarmelijke omstandigheden in Kongo. Mag Invest International activiteiten ondersteunen die van zo gedolven kobalt gebruikmaken?

Invest International richt zich op het Nederlandse bedrijfsleven. Is inschrijving bij een van onze KvK's voldoende om als Nederlands bedrijf gekwalificeerd te worden? Zo niet, welke andere voorwaarden zijn er?

Het kabinet liet in het voorjaar van 2020 weten dat het de noodzaak voelt om het aandeel vrouwen in de top van organisaties te vergroten. Met de benoeming van de CEO van Invest-NL en de beoogde CEO van Invest International is het percentage vrouwelijke CEO's van staatsdeelnemingen afgenomen van 20% naar 17,6%. Hoe valt dit te rijmen?

Voorzitter, ik rond af. Invest-NL heeft een CEO, een kantoor, 60 man personeel, briefpapier. De externe adviseurs kosten meer dan 2 miljoen. En het heeft veel kapitaal op de plank liggen, want van de 1,7 miljard is maar 28 miljoen geïnvesteerd. Het lijkt de General Antwerp Feeding Products Association, de Gafpa uit Willem Elschot's Kaas wel. Vandaar mijn laatste vraag. Moeten we niet op z'n minst de pauzeknop indrukken bij Invest International?

Ik zie uit naar de antwoorden van de ministers.