Bijdrage - Mijnbouwwet

Voorzitter,

Olie- en gaswinning, en daarmee een groot deel van de Mijnbouwwet, is letterlijk een overblijfsel van vervlogen tijden, van de oude, fossiele economie. De winning en exploitatie van olie en gas gaat met steeds meer risico’s gepaard, voornamelijk omdat fossiele brandstoffen opraken en omdat het steeds drukker wordt in de voorraadkelders van onze aarde. Het wordt steeds moeilijker om brandstoffen nog op een rendabele manier naar de oppervlakte te kunnen brengen. Bovendien vindt er steeds meer bodemconcurrentie plaats, zo blijkt wel uit de noodzaak om een Structuurvisie Ondergrond op te stellen om alle activiteiten te coordineren. De winning van grondstoffen wordt steeds schadelijker voor mensen, natuur en klimaat. Wind-, zon- en getijdenenergie hebben de toekomst. Daar moeten we op inzetten.

Voorzitter, de grootste uitdaging voor onze generatie is het leefbaar houden van de aarde. Wij zijn de eerste generatie die geconfronteerd wordt met de grenzen van wat de aarde te bieden heeft en de laatste generatie die de schade van het huidige fossiele beleid enigszins binnen de perken kan houden. Daarom moeten we wetten als deze toetsen op het leefbaar houden van de aarde, en de veiligheid van burgers en het behoud van schoon drinkwater en andere belangrijke waarden.

De wijziging op de Mijnbouwwet leidt tot meer veiligheidseisen voor mijnbouwactiviteiten op zee en land en tot de omkering van de bewijslast voor fysieke schade door mijnbouw in het Groningenveld. Doordat het kabinet de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ook heeft gegoten in een wetsvoorstel veiligheid en regie, is de veiligheid beter gewaarborgd. Door aangenomen amendementen moeten energieproducenten hun plannen voor de winning van olie en gas beter onderbouwen. Mijn fractie is daar blij mee.

Onze collega’s Ouwehand, Wassenberg en Vos in de Tweede Kamer hebben hard gewerkt aan de realisering van de omkering van de bewijslast bij schade door mijnbouwwerken. Deze novelle is een grote stap vooruit voor de Groningers die zich bevinden in een sluipend proces van verwoesting van alles wat ze lief en dierbaar is. Het is een begin van rechtvaardigheid, hoewel het “shaken home syndroom” daarmee nog allerminst genezen of vergeten is.[1] Lange tijd is de veiligheid en het welzijn van de inwoners van Groningen nauwelijks een factor van betekenis geweest in het beleid. Fysieke schade aan gebouwen en aantasting van het emotionele welzijn door constante stress en spanning; de gaswinning laat  diepe sporen na.

De omkering van de bewijslast vindt mijn fractie niet meer dan logisch, omdat de NAM, die de schade veroorzaakt, veel mensen al jaren in de kou laat staan. Met deze novelle kunnen gedupeerden slepende kwesties bespaard blijven. Voorzitter, mijn fractie is daar blij mee.

Echter, het oorspronkelijke amendement van Ouwehand en Vos is wel teruggebracht tot alleen fysieke schade aan bouwwerken in het Groningenveld. Ziet de minister mogelijkheden om, zoals in Duitsland gebeurt, het bewijsvermoeden uit te breiden tot schade binnen het effectgebied van mijnbouwactiviteiten in heel Nederland?
De Groningers ondervinden ook veel immateriële schade. Dat blijkt wel uit de zaak die afgelopen maand is aangespannen door 127 mensen in het bevingsgebied. De NAM voelt er niets voor deze immateriële schade te vergoeden. Welke aanvullende mogelijkheden ziet de minister om deze mensen te helpen?

De enige structurele oplossing is volgens mijn fractie  het verder dichtdraaien van de gaskraan om meer schade te voorkomen. Daarom moeten we meer haast maken met de energietransitie.

En natuurgebieden beschermen tegen mijnbouwactiviteiten. Voor een wetswijziging na de olieramp in de golf van Mexico, is het een enorme gemiste kans dat natuurwaarden met deze wetswijziging nauwelijks wordt geborgd. De minister heeft herhaaldelijk aangegeven dat de toetsing aan de gevolgen voor het milieu en de natuur pas echt mogelijk zijn bij de beoordeling van de omgevingsvergunning of de mijnbouwmilieuvergunning. Maar er zal slechts heel globaal kunnen worden getoetst aan deze criteria. Artikel 7a uit wetsvoorstel Veiligheid en regie zorgt er gelukkig voor dat op de Waddeneilanden en in het Natura2000-gebied Noordzeekustzone geen omgevingsvergunningen meer afgegeven worden voor de plaatsing van nieuwe mijnbouwwerken. Een hele concrete uitsluiting.

De Partij voor de Dieren is van mening dat mijnbouwactiviteiten per definitie geen plaats horen te hebben in of onder kwetsbare, unieke en onmisbare natuurgebieden. De risico’s op aantasting zijn niet te overzien. Als de natuur ergens met rust gelaten zou moeten worden, dan is dat in deze internationaal beschermde natuurgebieden.

Niet voor niets wijst zelfs Shell er op dat sommige natuurgebieden ‘te kwetsbaar zijn’ om delfstoffen te winnen. Het Waddengebied en Werelderfgoed Waddenzee worden bijvoorbeeld beschermd en gewaardeerd juist vanwege die kwetsbaarheid van de natuur. Gevolgen van bodemdaling door mijnbouw ter plekke en/of zeespiegelstijging als gevolg van klimaatverandering kunnen in dit kwetsbare gebied grote gevolgen hebben.

Wij hadden daarom graag gezien dat de wijziging van de mijnbouwwet ook zou uitsluiten dat vergunningen voor mijnbouwactiviteiten worden verleend wanneer deze plaatsvinden onder gebieden met een Natura 2000-status en/of een status als Werelderfgoed.

Daarmee worden ook onder en nabij de Waddenzee en de Waddeneilanden, alsmede in andere gebieden die door UNESCO aangewezen zijn als Werelderfgoed, nieuwe mijnbouwactiviteiten zoals gasboringen en zoutwinning uitgesloten. 

Zo zou ook daadwerkelijk tegemoet gekomen zijn aan het brede protest op Terschelling tegen de winning van aardgas door Tulip Oil en op Schiermonnikoog tegen de winning van aardgas door Engie.

Volgens de minister kan de aankomende Structuurvisie Ondergrond een kader vormen voor het uitsluiten van bepaalde gebieden voor mijnbouwactiviteiten. Momenteel loopt de zienswijzeprocedure. Kan de minister aangeven of de regering ervoor heeft gekozen inderdaad mijnbouwactiviteiten uit te sluiten in bepaalde natuurgebieden? Zo ja, welke natuurgebieden zijn dit?

Vanaf de bestaande mijnbouwwerken op de Waddeneilanden en in het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone zijn boringen naar olie en gas nog wel mogelijk. De door ENGIE voorgenomen proefboring kan ook doorgang vinden omdat daar een omgevingsvergunning voor is verleend. Ten noorden van de Wadden blijft schuin boren onder het gebied ook mogelijk. Mijnbouwactiviteiten horen niet thuis in, maar ook niet onder, kwetsbare, unieke en onmisbare natuurgebieden. Welke mogelijkheden ziet de minister om deze bestaande boringen en voorgenomen boringen, stapsgewijs af te bouwen? En waarom heeft de minister er niet voor gekozen om de winning in en rond Natura2000-gebieden en natuurgebieden met een UNESCO-status uit te sluiten?

Natuur hoort niet omsingeld te worden met boorinstallaties. Niet bij Terschelling, bijvoorbeeld, of bij Schier. Net buiten het beschermingsregime zijn de risico’s voor de natuurgebieden zo groot dat we ons dat niet kunnen veroorloven, als we ons realiseren dat veroorloven niet alleen over geld gaat, maar vooral over alles wat meer waard is dan dat.

Ik vraag de minister met een voorstel te komen om boringen onder Natura2000 en Werelderfgoedgebieden uit te sluiten. Als de minister niet met een voorstel komt, kom ik met een voorstel.

Voorzitter. ik sluit af. Fossiele brandstoffen, zoals ook ons Groninger gas, roesmiddel van onze welvaartsstaat, moeten we zoveel mogelijk in de grond laten zitten. Dat is essentieel om de opwarming van de aarde te stoppen. En als we ons gas in de grond laten zitten, hoeven we ook niet alle bijkomende problemen op te lossen. We zullen de gaswinning terug moeten schroeven. Werk maken van energiebesparing, van een niet-fossiele economie. Daar zou diepgravend onderzoek naar gedaan moeten worden, veel meer dan nu het geval is. Geen fossiele energievoorziening maar echte stappen op het gebied van wind, getijden-energie en zon, dat moet echt absolute prioriteit hebben. Ik hoor ook graag van de minister hoe hij dat een nieuwe impuls wil gaan geven. Wie vandaag z’n kop in het zand steekt , knarst morgen met z’n tanden. Een oproep om te stoppen met struisvogelpolitiek lijkt me op z’n plaats en ik vind dat mijn fractie ook op dat punt recht van spreken heeft.

Dank u wel. 

[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Shakenbabysyndroom