Bijdrage - Initi­a­tief­voorstel Wet Huis voor klok­ken­luiders


9 februari 2016

Het initiatiefvoorstel Wet Huis voor Klokkenluiders richt zich op de bescherming van klokkenluiders en het onderzoek dat wordt gedaan naar aanleiding van meldingen die zij doen. Wie straks als werknemer melding doet van een vermeende misstand, wordt door deze nieuwe wet beschermd. Tweede Kamerlid Marianne Thieme was een van de indieners van het initiatiefvoorstel. De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat maatschappelijke misstanden makkelijker kunnen worden gemeld. Onrecht dient bestreden te worden en de bestrijding daarvan dient gefaciliteerd te worden door een democratische en rechtvaardige overheid. Dit voorstel is een stap in de goede richting. Lees hieronder de bijdrage van senator Niko Koffeman.

Voorzitter. Ik wil mijn complimenten overbrengen aan de leden die het initiatief hebben genomen tot een wettelijke regeling voor de bescherming van klokkenluiders. Met name natuurlijk ook aan de heer Van Raak, die aanvankelijk initiatiefnemer is geweest bij dit wetsvoorstel. Mijn fractie maakt zich, met de initiatiefnemers, grote zorgen over de mogelijkheden van ambtenaren en werknemers in de private sector om misstanden te melden, gelet op de problemen waarin bekende en minder bekende klokkenluiders verzeild zijn geraakt.

Het is zorgwekkend dat er nog steeds volksvertegenwoordigers zijn die onrustig worden als ze de klok horen luiden. Zo onrustig zelfs dat sommigen tot op het hoogste niveau bereid zijn als ze de klok horen luiden, de klepel door de versnipperaar te halen. De klokkenluider te negeren of zelfs kalt te stellen.

Het ligt nog vers in de herinnering dat in 2010 een Control Manager van de Voedsel- en Warenautoriteit werd vervolgd door de overheid omdat zij in 2008 een geheim rapport openbaar had gemaakt. In dat rapport stond dat het toezicht van de VWA op slachthuizen en diertransporten op veel punten ernstig faalde. De toenmalige minister van LNV zag het melden van deze misstanden als iets wat alles behalve waardering verdient. Ze sprak van “het lekken van vertrouwelijke informatie en het misbruik maken van kennis uit dienstbetrekking bij de overheid, met het oog op politieke doeleinden, waardoor de integriteit van de overheid schade is toegebracht”. Voorzitter. Het rapport dat deze klokkenluider naar buiten bracht, leidde tot verscheidene debatten in de Tweede Kamer, twee onderzoekcommissies en een verscherpt toezicht op de vee- en vleessector. Als dit rapport niet door de klokkenluider naar buiten was gebracht, had het parlement geen inzicht gehad in het falen van deze overheidsdienst. Zelfs de VWA gaf later in haar jaarverslag aan dat de uitwerking van het naar buiten brengen van de informatie en de discussie die daarop volgde een heilzame werking had gehad.

Desondanks werd de bewuste functionaris vervolgd en schuldig bevonden. Ik heb dat van nabij meegemaakt, omdat de klokkenluider de partner was van een van de leden van dit huis. Ze werd opgejaagd door een overheid die zelf in de fout was gegaan, maar daarop niet wenste te worden aangesproken. Ze werd schuldig verklaard, omdat ze de waarheid naar buiten bracht, omdat ze het verzwijgen van die waarheid niet in overeenstemming kon brengen met haar geweten. Weliswaar besloot de rechter af te zien van strafoplegging, maar dit is niet de wijze waarop een overheid waarheidsvinding in de weg zou moeten staan.

Ik dank de initiatiefnemers dan ook van harte voor hun voorstel voor de verbetering van de positie van klokkenluiders. Klokkenluiders vervullen een belangrijke maatschappelijke taak, en verdienen daarvoor onze steun en onze bescherming. Het initiatiefwetsvoorstel en de novelle die wij vandaag bespreken, zullen een wettelijke grondslag bieden voor deze steun en zorg. Als een werknemer een misstand wil melden kan hij, als deze wet wordt aangenomen, terecht bij het Huis voor Klokkenluiders.

Daar wordt zijn melding onderzocht, en als blijkt dat die melding gegrond is, komt er een feitenonderzoek. De positie van de werknemer is beschermd, dus hij hoeft niet te vrezen voor ontslag. In schrijnende gevallen is er een Fonds waar de klokkenluider een beroep op kan doen. Dat biedt bescherming en zekerheid, en dat is waar klokkenluiders dringend behoefte aan hadden en hebben.

Voorzitter. Het is goed dat via de nota van wijziging ook mogelijk wordt voor bijvoorbeeld aannemers en zzp’ers om misstanden te kunnen melden. Iedereen die vaak over de vloer van een organisatie komt, kan misstanden opmerken, en de noodzaak voelen om die te melden en zo te herstellen.

Voorzitter. Een goede regeling voor klokkenluiders is cruciaal in een democratische rechtsstaat. Bij gebrek aan een dergelijke regeling komen belangrijke misstanden zoals integriteitsproblemen bij het bestuur, misbruik van overheidsgeld en bedreiging van volksgezondheid, dierenwelzijn, veiligheid en milieu niet of nauwelijks aan de oppervlakte.

Tegelijkertijd is het ook belangrijk om te constateren dat er bij bedrijven en overheidsorganisaties helaas nog veel te weinig waarde wordt gehecht aan klokkenluiders.

In nog te veel gevallen worden klokkenluiders gedemoniseerd, als zouden zij niet trouw zijn aan de organisatie. Het is te makkelijk om ze weg te zetten als querulanten en verklikkers. In veel gevallen blijken mensen die misstanden opgelost willen zien en bereid zijn daar hun eigen positie voor op het spel te zetten, de trouwste werknemers zijn die een werkgever zich zou kunnen wensen.

Echter, “zonder een mentaliteitsverandering bij werkgevers en bij de overheid blijven klokkenluiders – in elk geval op de werkvloer – de zondebok”, zo schreef rechtsfilosoof Iris van Dommelaar bij eerste behandeling van het wetsvoorstel in de Volkskrant.
Ondanks de bescherming die een klokkenluider vanuit het Huis en het Fonds zal kunnen krijgen, zal hij toch snel als persona non grata gezien blijven worden in de eigen organisatie. Voorzitter. Ik wil de indieners graag vragen wat het Huis voor Klokkenluiders kan doen om die broodnodige mentaliteitsverandering bij bedrijven en overheden ten opzichte van klokkenluiders te bevorderen?

De indieners schrijven dat het Huis gaat bijdragen aan een cultuur waarin mensen ernstige misstanden eerder zullen melden. Kunnen de indieners voorbeelden geven van mogelijke acties die het Huis kan ondernemen om de cultuur bij bedrijven en overheidsinstanties te veranderen?

Ervaringsdeskundigen als Fred Spijkers de man die jarenlang strijd voor eerherstel na zijn ontslag als klokkenluider bij defensie, heeft zijn twijfels.

'Natuurlijk is deze stap een goede ontwikkeling. Maar potentiële klokkenluiders moeten wel beseffen dat het geen volledige zekerheid biedt. Zowel persoonlijk als ook op het financiële vlak', aldus Spijkers. 'Het voorstel zoals het bij de Tweede Kamer lag, bood wat dat betreft meer garanties. Maar die zijn er uit gehaald en dat is jammer.' Wat is de visie van de initiatiefnemers op deze kritiek van Fred Spijkers. Had die ondervangen kunnen worden?

De kerntaken van dit Huis voor Klokkenluiders, het eerste in zijn soort in Europa, komen neer op rechtsbescherming voor klokkenluiders en onderzoek naar meldingen die zij doen. Meldingen moeten het individuele belang overstijgen. Gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen of voor het milieu. Net als fraude of corruptie binnen een onderneming.

Wie straks als werknemer melding doet van een vermeende misstand, weet zich beschermd met wat in de wet een benadelingsverbod heet. Maar zijn „strafexpedities” zoals Sjaak Jansen die zag gebeuren op het ministerie van Veiligheid en Justitie ook van de baan? Klokkenluiders „zouden wel gek zijn” om misstanden te melden, vertelde Jansen vorige week aan NRC. In zijn tijd als vertrouwenspersoon op het departement maakte hij mee dat melders van misstanden vervelend werk te doen kregen of uitgezonderd werden van promotie.

Welke verandering brengt deze wet op een ministerie dat letterlijk lak heeft aan openheid, dat geen prijs stelt op klokkenluiders

Voorzitter. Het Huis voor Klokkenluiders kan na het feitenonderzoek aanbevelingen doen. Ik heb hier twee vragen over.

Klokkenluiders kunnen uit allerlei organisaties komen, en de misstanden kunnen alle mogelijke werkvelden bestrijken. Ik noemde al het voorbeeld van de misstanden bij de NVWA, daar ging het specifiek over falend toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid. Andere misstanden kunnen uiteraard met heel andere zaken te maken hebben, zoals ernstige privacy-schendingen door bedrijven en overheden. Hoe gaat het Huis voor Klokkenluiders ervoor zorgen dat zij te allen tijde specifieke kennis in huis heeft om concrete aanbevelingen te doen waarmee de misstanden hersteld worden?

En ten tweede, voorzitter, hoe kunnen we als overheid controleren of de organisatie de aanbevelingen inderdaad goed uitvoert, en of hiermee de misstanden in de organisatie inderdaad zijn verholpen? Ik begrijp dat dit de verantwoordelijkheid van de Kamer zelf is. maar wat zijn de gedachten van de indieners hierover? Hoe kunnen we de implementatie van de aanbevelingen van het Huis en de resultaten daarvan monitoren? Tot waar gaat de betrokkenheid van het Huis zelf in dit opzicht?

Hoe kan voorkomen worden dat iemand als klokkenluider Bos jarenlang moeten strijden voor eerherstel en financiële compensatie. Alles kwijtraken wat ze hebben, in een camper moeten leven en slachtoffer worden van advocaten die willen werken op no cure no pay basis maar eigenlijk misbruik maken van de onbeschermde positie van de klokkenluider?

Voorzitter. Ik sluit graag af met een compliment voor de indieners voor het agenderen van de moeilijke positie van klokkenluiders, en voor het ontwerpen van het Huis en het Fonds voor klokkenluiders zodat mensen voortaan makkelijker maatschappelijke misstanden kunnen melden. Ze kunnen op de warme steun en instemming van mijn fractie rekenen!

Onrecht dient bestreden te worden en de bestrijding daarvan dient gefaciliteerd te worden door een democratische en rechtvaardige overheid. Dit voorstel is een stap in de goede richting.

TWEEDE TERMIJN

Voorzitter. Ik wil de indieners en de minister hartelijk bedanken voor het beantwoorden van onze vragen uit de eerste termijn. Ik wil de indieners complimenteren en feliciteren met het feit dat hun jarenlange arbeid bij de meeste woordvoerders in dit huis overwegend tot waardering lijkt te leiden. De kans dat het Huis voor klokkenluiders strandt in het huis voor reflectie lijkt daarmee klein te zijn geworden. Aan mijn fractie zal het in ieder geval niet liggen.

We zien dat deze Europese primeur nog een aanzienlijke ontwikkeling zal moeten doormaken en dat de kansen op succes inderdaad in de uitvoering liggen, zoals collega Vos zei. Daartoe zul je toch eerst een start moeten maken. Het is fijn dat het daarvan lijkt te komen. Die vier ton zullen het verschil niet kunnen maken, maar met het leggen van deze eerste steen is de hoop van mijn fractie gericht op de invloed daarvan op een cultuurverandering bij met name overheidsinstellingen. Ik noem de strijd van Fred Spijkers en de door Sjaak Jansen genoemde strafexpedities en het gebrek aan veiligheid en justitie op het gelijknamige ministerie: daar zullen grote veranderingen gerealiseerd moeten worden. Mijn fractie zal daaraan graag alle medewerking verlenen.

DERDE TERMIJN (gevoerd op 1 maart 2016)

Voorzitter. Mijn fractie is blij met het Huis voor klokkenluiders en niet blij met het feit dat de inrichting ervan extra vertraging oploopt door deze derde termijn. Nu we het er toch over hebben, deel ik graag de zorgen met u die bij een aantal deskundigen en betrokkenen leven. Ik vraag het kabinet om die zorgen zo spoedig mogelijk weg te nemen.

Vandaag berichtte Ariane Kleijwegt in De Telegraaf dat de wet, waarover hier met grote instemming gesproken is, de klokkenluider wel eens monddood kan maken. De redenering was als volgt: wie zich straks meldt bij het Huis voor klokkenluiders kan het probleem ondervinden dat hij vanaf dat moment moet zwijgen in het belang van het onderzoek. Dat betekent dus dat hij niet meer naar de pers kan, hetgeen weer betekent dat de zuiverende werking van de pers aan de klokkenluider voorbij kan gaan. Advocaat Anja Hoffmans, die een klokkenluider bijstond die informatie naar buiten bracht over onveilige moskee-internaten, bereikte destijds dat deze gemeenteambtenaar op last van de rechter weer in dienst genomen moest worden, mede onder druk van de media-aandacht. Deze advocaat betwijfelt dat de rechter nogmaals zo'n uitspraak doet op het moment dat de betreffende ambtenaar naar de media zou zijn gegaan in plaats van naar het Huis voor klokkenluiders. Wie niet naar het Huis voor klokkenluiders gaat, zou op die manier wel eens minder rechten kunnen hebben dan in de oude situatie het geval was. De klokkenluider zal voortaan moeten afwachten wat het Huis voor klokkenluiders met zijn melding gaat doen.

Maar het is nog niet duidelijk of het Huis wel vanaf aanvang een machtig instituut zal zijn, dat afrekent met kwaadwillende instanties als het niet beschikt over adequate eigen onderzoeksbevoegdheid in de private sector en het een schamel jaarlijks budget van €400.000 heeft. Transparancy International deelt die zorgen. Ook dat vindt dat je met vier ton nauwelijks een vuist kunt maken. Het ontbreken van de mogelijkheden tot het verrichten van grondig onderzoek, terwijl er wel geanonimiseerde rapporten zullen worden uitgebracht, vermoedelijk op basis van marginaal onderzoek, zou een probleem kunnen vormen. Ook media-advocaat Jens van den Brink vindt dat de zuiverende werking van het klokkenluiden in het openbaar door dit wetsvoorstel kan worden bemoeilijkt. Soms is er gewoon een publiek debat nodig om misstanden op te lossen, zegt Anja Hoffmans in De Telegraaf; niet alle misstanden kunnen achter gesloten deuren worden opgelost. Ik wil de indieners vragen, te reflecteren op deze kritiek. Tevens vraag ik de minister of hij daarin aanleiding ziet om met gezwinde spoed aan de slag te gaan met het verschaffen van meer budget en meer onderzoeksmogelijkheden aan het Huis voor klokkenluiders om te vermijden dat het initiatief een valse start maakt. Meer precies wil ik de minister vragen hoe hij wil voorkomen dat een klokkenluider die op dit moment nog geen vertrouwen heeft in een Huis voor klokkenluiders wat nog niet op poten staat, zich daar niet meldt en met zijn problemen naar de media gaat en bij de rechter nul op het rekest krijgt met het verwijt dat hij naar het Huis voor klokkenluiders had gemoeten. Hoe wil het kabinet dat in de opbouwfase alle andere opties worden uitgesloten, wat kan leiden tot het in het ongelijk gesteld worden van de klokkenluider door de rechter?

Los van de nu geuite kritiek blijft mijn fractie van mening dat het goed is dat er een start wordt gemaakt met het faciliteren van klokkenluiders, liefst zo snel mogelijk. Maar laat het meteen een stevige start zijn en geen start waarin tijdens de bouw van het Huis voor klokkenluiders de mogelijkheden voor klokkenluiders beperkt worden. Het is aan het kabinet om dat niet te laten gebeuren. Ik vraag de minister om de toezegging te doen dat er meteen vanaf het komende begrotingsjaar ruimte wordt gemaakt om het Huis voor klokkenluiders de stevige ruggengraat te geven die het verdient en die het nodig heeft.

Ten slotte de positie van de zzp'ers. Vanzelfsprekend is het van belang ook dat punt goed te regelen, zeker waar ze in veel gevallen de plaats van werknemers hebben ingenomen. Maar laat het betere in dit geval niet de vijand van het goede worden: laat ook deze kritiek een spoedige start van het Huis voor klokkenluiders niet in de weg staan.