Bijdrage Koffeman fosfaat­rechten


Tijd voor visie

11 juni 2019

Voorzitter,

Afromen is wel een heel wrang woord als het gaat om fosfaatrechten. Een korte terugblik in de tijd laat zien dat de spoedbehandeling van vandaag niet nodig was geweest als voorgaande kabinetten eerder maatregelen hadden getroffen tegen de ongebreidelde groei van de veehouderij in Nederland

Al in 2015 was voor iedereen die zijn ogen niet sloot duidelijk dat er een dijkdoorbraak op het gebied van melk- en mestoverschotten dreigde. Met het vervallen van het melkquotum konden boeren hun melkproductie uitbreiden zonder dat ze een strobreed in de weg gelegd wordt

Staatssecretaris Dijksma van de PvdA kwam er niet uit met coalitiegenoot VVD en koos voor een vlucht naar voren met een AMvB die aan duidelijkheid veel te wensen overliet. Mijn fractie heeft een vergeefse poging gedaan die AMVB te stuiten. 15 senatoren of 30 leden van de Tweede Kamer waren voldoende geweest om de uitbreidingscriteria voor de melkveesector bij wet te regelen, het gebeurde niet.

Nederlandse melkveehouders produceerden in 2015 al ruim 12 miljard kilo melk, bijna 57 miljard kilo poep en 14,4 miljard kilo broeikasgassen. In ruil daarvoor kregen ze jaarlijks 400 miljoen Euro subsidie. Een volkomen scheefgegroeide situatie. Aanhakend bij het romantische beeld van een koe in de wei, organiseerde de politiek “ grondgebonden melkveehouderij” , maar die grondgebondenheid bleek een dode letter. De grond mocht ver van de boerderij liggen, zelfs in Duitsland of in België , zodat controle op de mestafzet feitelijk onmogelijk werd. En die controle was er al nauwelijks, volgens ingewijden uit de sector werd toen al 30 tot 40% van de mest frauduleus verwerkt.

Doel van de Melkveewet was te komen tot een gereguleerde groei van de melkveehouderij binnen gestelde milieurandvoorwaarden. In de laatste twee jaar voor de beëindiging van het quotum heeft een groep melkveehouders aanzienlijk meer gemolken dan hun melkquotum toestond. Zij namen de te betalen superheffing voor lief. Voor een liter melk kregen ze 39 cent, maar moesten ze 27 cent superheffing betalen. Niet erg profijtelijk, dus was er kennelijk een ander oogmerk voor. Op die manier werd alvast een fosfaat-positie ingenomen voor de tijd na het melkquotum.

Die strategie is dubbel beloond. In de melkveewet werd nog uitgegaan van een fosfaatreferentie-datum eind 2013, waarmee de extra fosfaatpositie werd gelegaliseerd. In de AmvB van 2015 werd ook nog eens de overschrijding van 2014 gelegaliseerd.

Er werd op geen enkele wijze nagegaan of en zo ja hoeveel fosfaat er in 2013 en 2014 boven de gebruiksnorm werd geproduceerd. Het was mogelijk dat een melkveehouder heel ver boven de gebruiksnorm uitkwam en geen extra grond hoefde aan te wenden omdat hij zijn uitbreiding van productie voor november 2014, tegen de regels in, had gerealiseerd. Een vergelijkbare collega die netjes had gewacht en vergelijkbaar wilde uitbreiden was gedwongen grond bij te kopen.

Daarmee creëerde het kabinet rechtsongelijkheid binnen de sector, de cowboys werden in de watten gelegd.

Hoe meer de fosfaatnorm werd overschreden, hoe minder er behoefde te worden ‘betaald’.

Doel was om met 9% meer koeien, 20% meer melk te produceren. Topsport, wordt dat in de sector genoemd.

Het zijn de koeien die die prestatie moeten leveren, waar ze niet voor beloond worden maar gestraft. Het is een blessuregevoelige topsport. Een kwart van het Nederlandse melkvee heeft uierontstekingen. Meer dan de helft heeft pootproblemen. We weten al jaren via de GezondheidsDienst dat bij vaarzen de tepels van de uiers vallen. Er is een toename van BVD (ernstige diarree) onder melkvee. De levensduur van koeien blijft steken op gemiddeld 3,5 lactatieperiodes. Het zijn allemaal blessures, pijn en ongemakken voor de koe en de kalveren die direct na de geboorte worden afgevoerd.

Reageerde de sector eerst blij op de AmvB, vervolgens kwamen er grote zorgen over de uitvoering op individuele bedrijven, was er nauwelijks toezicht op de verwerking van fosfaat en was de kans dat de toch al massale ontduiking van de wet nog veel groter zal worden omdat boeren wel willen uitbreiden maar niet door het Europese fosfaatplafond willen breken.

Voorzitter, we weten dat uitbreidingen in de veehouderij tot enorme ontwrichting leidt op het gebied van natuur en milieu.

Meer melk leidt tot meer fosfaat en meer stikstof.

Om te voldoen aan de Vogel- en Habitatrichtlijn hanteert Nederland de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Die bestaat uit twee onderdelen: minder stikstof veroorzaken én de gevolgen ervan in de natuur herstellen. Boeren hebben ‘luchtwassers’ op hun stallen geplaatst en in de natuur wordt stikstof actief verwijderd door te maaien en te plaggen. Maar: ­ondanks die maatregelen is de hoeveelheid stikstof in de natuur niet gedaald. Milieuorganisaties concluderen daaruit dat de PAS niet werkt en dus geen basis kan zijn om natuurvergunningen te verlenen. Ze hebben honderden verleende vergunningen aangevochten, tot aan de Raad van State. Die heeft aan het ­Europese Hof de vraag voorgelegd of de Nederlandse PAS kan dienen als instrument om te voldoen aan Europese richtlijnen. Het EU-hof antwoordde vorig jaar: een land mág zo’n aanpak hanteren, mits wetenschappelijk is bewezen dat die werkt. Dat laatste is in Nederland niet het geval.

Voorzitter. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Wanneer komt de minister eindelijk met een visie waarin ze de Kamer duidelijk maakt wat er allemaal niet meer kan op het gebied van fosfaat en stikstof in de veehouderij en een serieus voorstel te doen van wat binnen de beperkingen wel kan. Op het ministerie is toch gewoon kennis aanwezig over de milieudoelen en de natuurdoelen waarbinnen we moeten blijven, zeker na de heldere uitspraken van het Europese hof en de RvS. We weten wat de ruimte is op de lange termijn. Iedereen die zegt dat boeren recht hebben op duidelijkheid, moeten gewoon de hand in eigen boezem steken, want die duidelijkheid wordt niet gegeven. Is de minister bereid te komen met een afrekenbare middellange termijnvisie tot 2030 als de klimaatdoelen gerealiseerd moeten zijn en de veehouderij en haar gevolgen voor stikstof, fosfaat en klimaat niet mag ontbreken. Graag een reactie van de minister, ik overweeg een motie op dit punt.

Het fosfaatrechtenstelsel kwam al te laat. Er werd voor gekozen om de sector eerst helemaal de vrije hand te bieden. Die sector is alle perken te buiten gegaan en heeft 160.000 gezonde koeien geofferd op het altaar van de economie. Alleen wanneer er integraal beleid gemaakt wordt, wordt voor iedereen duidelijk dat we met een veel kleinere sector verder moeten. Op die manier voorkomen we dit soort debatten, dit soort reparatievoorstellen , het dweilen met de kraan open, crying over spilt milk een halt toeroepen.

De Raad van State is kritisch over dit wetsvoorstel, voelt meer voor een generieke korting.

Kan de minister meer helderheid geven waarom er teveel rechten zijn uitgegeven en aan wie, kan de minister in een brief duidelijk maken om welke knelgevallen en bezwaarmakers het gaat?

Kan de minister aangeven hoe we de uitspraak vanb het college van beroep voor het bedrijfsleven moeten duiden dat er 300000 fosfaatrechten alsnog moeten worden toegekend aan vleesveehouders, die nu nog buiten het sectorplafond melkvee vallen, tenzij de vleesveehouders die rechten verkopen aan melkveehouders. Wat doet deze wetswijziging om dat probleem te voorkomen?

Mijn fractie neigt, afhankelijk van de antwoorden van de minister, ernaar deze slordige reparatie te steunen, maar stelt vast dat die onnodig geweest was als regeren ook op LNV vooruitzien zou hebben betekend. Ik hoor graag van de minister of en op welke wijze ze bereid is om te komen met een integrale toekomstvisie, waarop ze aangesproken kan worden en die verdere reparaties als deze overbodig maakt.

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken