Bijdrage - Evaluaties staatkundige vernieuwing en koninkrijksrelaties

Senator Teunissen nam deel aan het debat over de staatkundige vernieuwing en koninkrijksrelaties. Zes jaar geleden is de verhouding tussen de Nederlandse eilanden in het Caribisch gebied veranderd. De Partij voor de Dieren richtte zich in de debat over de ongelijkheid in dierenwelzijnsbeleid. De partij maakt zich zorgen over het dierenwelzijn op de BES-eilanden. Op Bonaire zijn bijvoorbeeld legbatterijen toegestaan. Het vergt een nauwe samenwerking met lokale besturen om te bezien wat nuttig en nodig is qua wetgeving op dit gebied. Voor Caribisch Nederland geldt namelijk geen wetgeving die vergelijkbaar is met de Wet Dieren, die we hier kennen. Lees de gehele bijdrage hieronder.

Voorzitter. Een van de grootste staatkundige vernieuwingen binnen het Koninkrijk dateert van 10-10-10, waarbij de relatie tussen een aantal eilanden en het vaste land van Europees Nederland fundamenteel veranderd is. De ingrijpende vraag die Britse burgers zich overmorgen stellen in het brexit-referendum is vergelijkbaar met de vraag die binnen het Koninkrijk al veel eerder is gesteld: willen we met elkaar door en, zo ja, in welke relatie?

Inmiddels is het bijna zes jaar geleden dat de nieuwe verhoudingen zijn vastgesteld. Complimenten namens mijn fractie voor de commissie-Spies en voor al het werk dat zij heeft geleverd. Het accent in het rapport-Spies ligt op de invulling van de verhouding met de BES-eilanden, de wetgeving en de wijze waarop de bevolking de nieuwe verhoudingen ervaart. Maar omdat de nieuwe structuur als zodanig niet is geëvalueerd, is lastig te beoordelen of de gekozen staatkundige structuur mede de oorzaak is van de gesignaleerde problemen, of dat het voornamelijk ligt aan de invulling van de nieuwe verhoudingen.

Dit gezegd hebbende, richt ik mij vooralsnog op de invulling, waarbij ik me met mijn opmerkingen voornamelijk beperk tot Caribisch Nederland. Een van de belangrijkste conclusies die mijn fractie trekt uit het rapport-Spies is dat beter rekening moet worden gehouden met de culturele en sociale verschillen tussen de BES-eilanden en dat in samenhang daarmee per eiland een reëel antwoord moet komen op de vraag wat men zelf kan, waar men het zelf beter moet doen en waar ondersteuning en hulp noodzakelijk zijn.

Al in de aanloop naar 2010 bestonden verschillende opvattingen over de mate waarin moet worden toegewerkt naar de invoering van de Nederlandse wetgeving en in hoeverre, vanwege de bijzondere omstandigheden op de eilanden, afwijkingen van de Nederlandse wetgeving noodzakelijk of wenselijk zijn. De Partij voor de Dieren vindt dat er binnen die structuur veel bewegingsruimte zit en dat dit ook een kracht is, mits daarbinnen goede politieke keuzes worden gemaakt. Uit het rapport-Spies blijkt dat de nieuwe verhoudingen tot dusver te weinig hebben bijgedragen aan de economische ontwikkeling van de eilanden en daarmee ook te weinig aan het welvaarts- en welzijnsniveau van de bewoners. Sterker nog, de bevolking op de BES-eilanden ervaart een achteruitgang in welstand en welvaart. Uiteraard zijn daar subtiele verschillen in, maar dit is wel het beeld dat wij krijgen. Op de eilanden is behoefte aan sociaaleconomische ontwikkeling. Misschien wel het belangrijkste voorbeeld van de matige invulling van sociaaleconomisch beleid tot nu toe is het in het vage laten van wat een binnen Nederland aanvaardbaar voorzieningenniveau is. Mijn fractie sluit zich op dit punt aan bij de vragen van de collega's Meijer, Ten Hoeve en Ganzevoort over de invulling van dit begrip.

Daarnaast willen wij breder bezien waar kansen liggen om de relatief hoge kosten van het levensonderhoud minder zwaar te laten drukken op de allerarmsten. Economische ontwikkeling is mogelijk door in te zetten op meer diversiteit in de sectoren. Uit het rapport-Spies blijkt dat de kansen en mogelijkheden voor land- en tuinbouw in Caribisch Nederland op dit moment slechts beperkt benut worden en dat de kleinschalige economieën van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba kwetsbaar zijn vanwege de afhankelijkheid van een beperkt aantal sectoren. Het is niet alleen belangrijk deze sectoren te behouden en te versterken, maar ook mogelijkheden tot diversificatie te benutten, bijvoorbeeld door de land- en tuinbouw te intensiveren, aldus de commissie-Spies. Uit de kabinetsreactie en uit de meerjarenplannen wordt niet precies duidelijk op welke manier het kabinet het aantal economische sectoren denkt te vergroten op lange termijn. Wat mijn fractie betreft mist er nog een helder toekomstperspectief. Zetten we in op duurzame kleinschalige economische ontwikkeling met respect voor mens, dier en milieu?

Die vraag komt voort uit een aantal zorgen. In Caribisch Nederland zijn nog steeds legbatterijen toegestaan. Dit bevestigt de minister in antwoord op onze schriftelijke vragen. Volgens de dierenbescherming op Bonaire zijn de lokale eieren op Bonaire afkomstig van legbatterijen. Ik zou graag een hypothetische vraag aan de minister willen stellen. Stel dat wij samen met Bonaire de landbouw gaan intensiveren en het eiland voor legbatterijen kiest. Zou een gigavleeskippenbedrijf, zoals we ook in Oekraïne zien, acceptabel zijn? Zou het acceptabel zijn dat Bonaire deze eieren exporteert naar landen in de regio? In feite exporteert Nederland dan legbatterij-eieren. Ik geef toe, het is een beetje gechargeerd, maar het komt erop neer dat wij graag wat meer duidelijkheid zien inzake het standpunt van Europees Nederland ten aanzien van dierenwelzijn op de BES-eilanden. Kan de minister helder uiteenzetten wat de regering doet om te voorkomen dat in Europees Nederland verboden houderijsystemen in Caribisch Nederland worden bevorderd, terwijl ze hier verboden zijn?

"Legislatieve terughoudendheid" is een prachtige term die met betrekking tot dierenwelzijn niet veel meer lijkt te betekenen dan Gods water over Gods akker laten lopen, of de belangen van dieren op een beperkter niveau te laten behartigen dan die van dieren in andere delen van Nederland. Dat valt voor mijn fractie niet te rechtvaardigen. Het zou voor een dier niet uit moeten maken in welk deel van Nederland het leeft. George Orwell schetst in Animal Farm het beeld dat alle dieren gelijk zijn, zij het sommige meer dan andere. Dat beeld blijkt werkelijkheid te zijn in het Caribische deel van Nederland. Het vergt een nauwe samenwerking met lokale besturen om te bezien wat nuttig en nodig is qua wetgeving. Voor Caribisch Nederland geldt geen wetgeving die vergelijkbaar is met de Wet dieren. Dat komt vooral door die legislatieve terughoudendheid. In verband hiermee geldt in Caribisch Nederland op het terrein van dierenwelzijn alleen een aantal strafrechtelijke bepalingen betreffende dierenmishandeling en -verwaarlozing. De openbare lichamen hebben op grond van de Wet openbare lichamen BES een autonome verordenende bevoegdheid voor onderwerpen die niet door de nationale wetgever zijn geregeld, waaronder dierenwelzijn. Op dit moment van evaluatie dringt zich de vraag op of deze terughoudendheid wenselijk blijft, deels afhankelijk van de situatie met betrekking tot dierenwelzijn. Kan de minister aangeven hoe het momenteel staat met de situatie op het gebied van dierenwelzijn op de BES?

Terughoudendheid zou iets anders moeten zijn dan de blik afwenden. Wie terughoudend is in legislatieve zin, houdt daarmee de vinger aan de pols om te zien wat de gevolgen zijn van die terughoudendheid voor de meest kwetsbare wezens in het Caribisch gebied: de dieren. De minister zei in het debat in de Tweede Kamer over het evaluatierapport dat mensenrechten en dierenrechten landsverantwoordelijkheden kunnen zijn en soms koninkrijksverantwoordelijkheden. Kan de minister aangeven wat hij daarmee bedoelt op het punt van dierenrechten? Is hij het met de Partij voor de Dieren eens dat Nederland dierenrechten zou moeten borgen binnen het gehele Koninkrijk en dat dieren in overzeese gebieden niet verstoken mogen blijven van werkelijke bescherming waar onze wettelijke bescherming kennelijk onvoldoende is om de afstand tussen Europees Nederland en het Caribisch gebied te overbruggen? Ik verneem graag een reactie.

Met de staatsrechtelijke hervorming krijgt de Nederlandse overheid de kans en de plicht de koraalriffen, nevelwouden en andere Caribische natuur te beschermen en te beheren. Sinds 2013 heeft Caribisch Nederland voor verschillende natuurprojecten financiering gekregen. Dat lijkt veel — in totaal is er 7,5 miljoen beschikbaar gesteld — maar als we dat in perspectief plaatsen, is dat minder dan €0,45 per Europese Nederlander. Het ministerie van Buitenlandse Zaken verstrekte gedurende tien jaar subsidie aan de Dutch Caribbean Nature Alliance, als startkapitaal voor een trustfund. Dit is destijds geïnitieerd door D66. Als het trustfund volledig is ingevuld, kunnen de operationele kosten worden gedekt van één land- en één zeepark in zowel Caribisch Nederland als de landen binnen het Koninkrijk. Wat mijn fractie betreft is dat hard nodig, omdat bijvoorbeeld op Sint-Maarten zo'n landpark nog niet bestaat. Vorig jaar is de laatste subsidie als voorschot voor het jaar 2016 verstrekt. De minister heeft aangegeven dat de regeling nu wordt geëvalueerd. Graag ziet mijn fractie zo snel mogelijk een evaluatie, zodat bij bewezen effectiviteit de regeling in 2017 gewoon voortgang kan vinden en bij onvoldoende bewezen effectiviteit kan worden bijgesteld. Kan de minister aangeven of de evaluatie nog voor de bespreking van de volgende rijksbegroting wordt afgerond?

De rapportageplicht van Nederland met betrekking tot de staat van instandhouding van soorten en habitats volgens de Habitatrichtlijn is alleen van kracht binnen de Europese Unie. In het vigerende Natuurbeleidsplan Caribisch Nederland in navolging van de Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES zijn doelstellingen geformuleerd inzake de natuur en het landschap die in de planperiode moeten worden verwezenlijkt. Voor de BES-eilanden is echter niet gekeken naar de staat van soorten en habitats. Er is dus geen rapportage over de staat van instandhouding. Deelt de minister deze conclusie? Zo ja, ziet de minister dan mogelijkheden om bij de jaarlijkse rapportage over de uitvoering van het natuurbeleidsplan ook te rapporteren inzake de staat van instandhouding in Caribisch Nederland?

Ik heb nog enkele opmerkingen ten aanzien van de landen binnen het Koninkrijk. De Partij voor de Dieren vindt dat we niet moeten inzetten op een fossiele toekomst. Dit is een ingewikkeld verhaal als we kijken naar Curaçao en Aruba. Beide landen willen de raffinaderijen doorstarten. Dat betekent dat we weer meer gaan inzetten op fossiele brandstoffen. Tijdens het werkbezoek zei iemand tegen mij dat Isla in het DNA van Curaçao zit. Ik vond dat heel treffend, omdat we ook allemaal weten dat een groot deel van Curaçao economisch afhankelijk is van de Isla-raffinaderij. Dat is een heel lastig probleem, dat wellicht ook een maatje te groot is om op te lossen voor Curaçao alleen. Als we dit bekijken binnen het Koninkrijk en we bekijken ook waar de minister ondersteuning kan bieden, dan is een van de dingen waar wij naar moeten kijken hoe wij de diversiteit van economische sectoren kunnen vergroten in Curaçao en hoe wij het bestuur van Curaçao daarbij kunnen helpen. Het is voor de lange termijn natuurlijk niet wenselijk dat zo'n groot deel van de bevolking — het gaat om ongeveer 10% — voor werkgelegenheid afhankelijk is van een industrie die niet houdbaar is. Graag een reactie van de minister hierop.

Ik kom op de klimaatverandering. Vanaf 2030 gaan wij de effecten van klimaatverandering op de Caribische eilanden heel direct merken. Volgens experts zal dit tot problemen leiden. Verwacht wordt dat tussen nu en 2100 de zeespiegel in de Cariben stijgt met op zijn minst één meter en misschien zelfs wel zes meter. Dat blijkt uit een onderzoek van het United Nations global development plan. Belangrijke gebouwen, zoals Fort Amsterdam, kunnen onder water komen te staan. De eilanden in het Caribisch gebied zullen binnen vijftien jaar in de problemen komen. Tijdens het IPKO is er aandacht geweest voor klimaatverandering. De landen hebben afgesproken dat zij plannen gaan opstellen voor de aanpak van klimaatverandering. Dit lijkt een enorme uitdaging, maar Europees Nederland kan bijvoorbeeld door de expertise op het gebied van dijkbewaking en de transitie naar duurzame energie een enorme rol spelen. Ziet de minister mogelijkheden om deze landen meer te ondersteunen bij het formuleren van de klimaatplannen?

Voor de Partij voor de Dieren is het belangrijk om in acht te nemen dat ieder eiland verschillend is en dat wij per beleidsterrein moeten bezien wat de besturen zelf kunnen en waar aanvulling nodig is. Respect voor culturele diversiteit en autonomie mag echter niet uitmonden in het niet nemen van verantwoordelijkheden vanuit het land dat zo lang een dominante positie heeft ingenomen in overzeese gebiedsdelen. In het belang van mens, dier, natuur en milieu zullen we moeten inzien dat wij de Caribische eilanden nog steeds veel te bieden hebben, maar dat wij ook veel verplicht zijn.