Bijdrage debat AMvB grond­ge­bonden groei melk­vee­hou­derij


28 april 2015

Voorzitter. De coalitie heeft haar verhouding met het parlement bedorven. De hang naar macht heeft het gewonnen van het respect voor de volksvertegenwoordiging. Een elementaire blunder. Er past maar één reactie: van tafel die dreiging.” Dat schreef Hans Wiegel op 23 december in NRC, en ik denk dat hij gelijk heeft. En de voorzitter van dit huis zei op 31 december in een interview met diezelfde krant dat een AMvB nooit de bedoeling zou mogen hebben om het hart van een wet te veranderen.

De genoemde commentaren gingen over een andere AMvB, maar in essentie raakten ze de kern van het bezwaar van regeren bij AMvB. Een AMvB moet niet bedoeld zijn de volksvertegenwoordiging te passeren en niet om een wet in essentie te veranderen. En dat is exact wat er gebeurt met de AMvB grondgebonden groei van de melkveehouderij in relatie tot het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet ten behoeve van een verantwoorde groei van de melkveehouderij. De inkt van de AMvB was nog niet droog of de sector begon al te berekenen hoeveel extra koeien mogelijk waren zonder extra grond ervoor te moeten verwerven. Het project Koeien & Kansen, dat samenwerkt met de Wageningen Universiteit, kwam als eerste met een rapport waaruit bleek dat gemiddeld 25 extra koeien per bedrijf er best in zat zonder extra grond te hoeven verwerven.

Afgelopen week volgde het CLM rapport op basis van reeds vergunde uitbreidingsmogelijkheden voor de melkveehouderij in 3 provincies: Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant en op basis daarvan ontstaat een beeld van een explosief groeiende sector. Gebaseerd op verleende vergunningen is een aanzienlijke groei van de melkveestapel mogelijk: 19% in Utrecht28 % in Gelderland en 24% in Brabant. In totaliteit kunnen de huidige actieve melkveebedrijven in deze drie provincies 33% melkkoeien meer houden dan er in 2014 aanwezig waren. Omgerekend naar heel Nederland kunnen melkveehouders -op basis van de verleende vergunningen voor melkveestallen in Utrecht, Gelderland en Brabant- ca. 350.000 tot 550.000 melkkoeien meer houden. Dat is een uitbreiding van het aantal melkkoeien met 15 tot 36%. Alleen al in Brabant hebben gemeenten en provincie groen licht gegeven aan 143 megastallen, zogenoemde cowmunities. Landelijk voorspelt dit een toename van honderden megastallen. Nu niet ingrijpen betekent dat Nederland binnenkort een land vol megastallen zal zijn en met steeds minder koeien in de wei.

Voorzitter, het loont de moeite eens te kijken hoe we hier gekomen zijn en wat er nog tegen deze dijkdoorbraak van melk en mest gedaan kan worden. De voorwaarden zoals ze door het kabinet geformuleerd zijn om ongebreidelde groei van de melkveehouderij tegen te gaan, hebben een hoog “wie dan leeft, wie dan zorgt”- gehalte. De PvdA kwam er niet uit met coalitiegenoot VVD. Daarom heeft de staatssecretaris gekozen voor een vlucht naar voren met een AMvB die aan duidelijkheid veel te wensen overlaat. In dit huis is op 17 december de ‘Wet verantwoorde groei melkveehouderij’ aangenomen. En een van de belangrijkste thema’s die daarin geregeld moest worden – de grondgebonden verantwoorde groei van de melkveehouderij ,met de nadruk op ‘verantwoord’ – werd gedelegeerd naar een regeling per AMvB.

De leden van dit huis waren niet blij met het feit dat de wet met stoom en kokend water behandeld moest worden, omdat deze per 1 januari in werking zou moeten treden vanwege Brusselse regelgeving. Met tegenzin gingen zij akkoord op de belofte dat op 1 maart een AMvB ter nadere invulling zou worden aangeboden. Maar zoveel haast als er was met de wet, is de invoering van de AMvB pas beoogd voor 1 januari 2016. De Eerste Kamer was unaniem van oordeel dat de regeling bij AMvB een tijdelijk karakter zou moeten hebben en vroeg de regering om (ik citeer) “tegelijk met de uitwerking van de voorgenomen algemene maatregel van bestuur een wijzigingswet voor te bereiden waarmee de essentie van de algemene maatregel van bestuur en de betekenis van grondgebondenheid opgenomen worden in de wet” (eind citaat), een motie van de leden Reuten, Thom de Graaf , Terpstra, Schaap, Thissen en mijzelf, aangenomen met algemene stemmen. Er mocht dus verwacht worden dat de staatssecretaris, nu zeer voor kiest de AMvB pas volgend jaar te laten ingaan, ze ook tegelijkertijd zou hebben aangekondigd een en ander bij wet te regelen, waarbij de AMvB niet meer dan een tijdelijke maatregel zou zijn. Niets is minder waar voorzitter. Niets wijst op de voorbereiding van een deugdelijke regeling bij wet, en dat getuigt andermaal niet van een respectvolle houding naar de volksvertegenwoordiging.

Voorzitter, de Eerste Kamer beschikt over een machtsmiddel om de Kamerbreed aangenomen motie voor een regeling bij wet alsnog te bewerkstelligen, maar zet dat middel niet graag in. De staatssecretaris heeft vandaag de mogelijkheid om te beloven er alsnog voor te zorgen dat de wettelijke regeling zodanig voortvarend ter hand te zullen nemen, dat het middel van stuiting niet nodig zal zijn. Zo zou de AMvB gewoon van kracht kunnen worden in afwachting van de toegezegde, breed verlangde regeling bij wet.

Zoals bekend kan de AMvB gestuit worden wanneer 15 leden in dit huis daar om verzoeken. Daarmee zou het kabinet dus verplicht worden de uitbreidingscriteria voor de melkveesector bij wet te regelen, bij gebrek aan een AMvB. Zoals gezegd, zover hoeft het niet te komen wanneer de staatssecretaris eieren voor haar geld kiest en de indruk loslaat dat een half ei beter zou zijn dan een lege dop en dat daarmee de keuze ophoudt.

Voorzitter, op dit moment produceren Nederlandse melkveehouders ruim 12 miljard kilo melk, bijna 57 miljard kilo poep en 14,4 miljard kilo broeikasgassen. In ruil daarvoor krijgen ze jaarlijks 400 miljoen euro subsidie. Aanhakend bij het romantische beeld van een koe in de wei, organiseerde de politiek “grondgebonden melkveehouderij”, maar die grondgebondenheid blijkt een dode letter. De grond mag ver van de boerderij liggen, zelfs in Duitsland of in België, zodat controle op de mestafzet feitelijk onmogelijk wordt. En die controle was er al nauwelijks, volgens ingewijden uit de sector wordt nu al 30 tot 40% van de mest frauduleus verwerkt en het is onduidelijk hoe de staatssecretaris die controle wil verscherpen met een uitgeklede NVWA.

Begin april zag een getuige bij een veehouder in de buurt verdachte mest-uitrijdingen. Grote mestwagens reden af en aan naar een relatief klein stukje land om daar heel veel mest te laten uit rijden. Meer dan verantwoord was, zo was met een geoefend oog waarneembaar.

Als gewetensvolle burger, en in navolging van de oproep die de staatssecretaris tijdens het mestdebat deed om misstanden te melden, meldde deze betrokken burger dit voorval bij de NVWA. Heterdaadje, moet makkelijk tegen op te treden zijn zou men denken.

Dat zag de meneer van het call-center in Limburg- plaats van delict Noord-Friesland- die de melding behandelde toch anders. Hij zou de melding doorgeven aan de inspecteur die over Noord-Nederland gaat.

Maar als de melder toch meteen actie wilde, was het misschien een idee dat hij de milieupolitie belde. Nee, de NVWA kon daar zelf niet aan beginnen.

De burger in kwestie belde de milieupolitie. Die zag aanvankelijk niks in de melding. Alles genoteerd, en adviseerde aan het einde van het verhaal om NVWA te bellen.

Burger heeft bij de NVWA het nummer van zijn melding gekregen, en inmiddels twee keer nagebeld. Resultaat, voor zover bekend: er is (nog) niets gedaan met de melding. Merkwaardig. Ze kregen de info over de plaats van delict, de vermoedelijke eigenaar van de grond, en de naam van de transporteur op een presenteerblaadje.

Geen enkele actie en dat in een sector die zelf zegt dat 30 tot 40% van de mestverwerking frauduleus plaatsvindt.

Voorzitter, dit zijn geen incidenten, maar duidelijke signalen dat de staatssecretaris beloften doet ten aanzien van naleving en handhaving die op geen enkele manier worden nagekomen of kunnen worden nagekomen bij de huidige bezetting en schaal van de overtredingen.

De mestverwerkers zitten nu al vol, en dan moet de mest-tsunami uit de melkveehouderij nog op gang komen. Doel van de Melkveewet was te komen tot een gereguleerde groei van de melkveehouderij binnen gestelde milieurandvoorwaarden. Grondgebonden groei om te voorkomen dat mestoverschotten worden weggewerkt via mestverwerking. In werkelijkheid realiseert deze AMvB geen grondgebonden groei, maar maakt ze gereguleerde groei van de melkveehouderij onmogelijk.

In de laatste twee jaar voor de beëindiging van het quotum heeft een groep melkveehouders aanzienlijk meer gemolken dan hun melkquotum toestond. Zij namen de te betalen superheffing voor lief. Op die manier werd alvast een fosfaat-positie ingenomen voor de tijd na het melkquotum.

Deze strategie wordt dubbel beloond. In de Melkveewet werd nog uitgegaan van een fosfaatreferentie-datum eind 2013, waarmee de extra fosfaatpositie werd gelegaliseerd. In deze AMvB wordt ook nog eens de overschrijding van 2014 gelegaliseerd.

Dat is uit het oogpunt van rechtvaardigheid binnen de sector kwalijk. Immers, de tegen de regels in ingepikte fosfaat-ruimte kan niet meer worden gebruikt voor een eerlijke verdeling onder melkveehouders die zich wel aan het melkquotum hebben gehouden. Kennelijk was de superheffing niet hoog genoeg om alle melkveehouders op het rechte pad te houden. Maar dat is geen reden om de overtreders nu extra te belonen door november 2014 als fosfaatreferentie te gebruiken.

Er wordt op geen enkele wijze nagegaan of, en zo ja, hoeveel fosfaat er in 2013 en 2014 boven de gebruiksnorm is geproduceerd. Het is mogelijk dat een melkveehouder heel ver boven de gebruiksnorm uitkomt en geen extra grond hoeft aan te wenden omdat hij zijn uitbreiding van productie voor november 2014, tegen de regels in, heeft gerealiseerd. Een vergelijkbare collega die netjes heeft gewacht en vergelijkbaar wil uitbreiden is gedwongen grond bij te kopen.

Daarmee creëert het kabinet rechtsongelijkheid binnen de sector. Het was eerlijker geweest de fosfaatreferentiedatum op november 2012 vast te zetten. Voor de melkveehouders die het quotum overschreden in 2013 en 2014 levert dat geen schade op: ze hebben immers het financiële voordeel van de uitbreiding genoten.

Een boer die nu 20 kilo fosfaat per hectare teveel produceert, mag het equivalent van een halve koe per hectare laten verwerken zonder extra grond te hoeven kopen. Een boer die 50 kilo fosfaat teveel produceert mag het equivalent van bijna 2 koeien verwerken zonder extra grond, en een boer die 100 kilo teveel fosfaat produceert mag het fosfaat van bijna 2,5 koe per hectare laten verwerken zonder dat er grond hoeft te worden bijgekocht. Hoe groter de overtreding van de fosfaatnorm, hoe meer mest er verwerkt mag worden.

Hoe meer de fosfaatnorm wordt overschreden, hoe minder er behoeft te worden 'betaald'.

Bij grondgebondenheid gaat er niet alleen om dat de mest binnen de normen op eigen grond moet kunnen worden weggewerkt, ook het voer moet daar zoveel mogelijk vandaan komen. De AMvB gaat volledig aan dit aspect voorbij en is daarmee zeer onvolkomen. Over weidegang zegt de AMvB niets. Toch hangt weidegang nauw samen met grondgebondenheid. Zonder grond geen koe in de wei.

Van de koe wordt inmiddels wel een nog grotere prestatie gevraagd: doel is om met 9% meer koeien 20% meer melk te produceren.

Een kwart van het Nederlandse melkvee heeft uierontstekingen. Meer dan de helft heeft pootproblemen. Recent werd bekend via de GezondheidsDienst dat bij vaarzen de tepels van de uiers vallen, en dat dit fenomeen toeneemt. De levensduur van koeien blijft steken op gemiddeld 3,5 lactatieperiodes. De miserabele omstandigheden van de koe blijven op z'n best gelijk, maar ze moet wel nog meer melk gaan geven. Een koe die de pech heeft in een megastal terecht te komen weet één ding zeker: ze krijgt levenslange opsluiting.

Koeien die in de wei grazen hebben minder pootproblemen, en minder uierontstekingen. Ze zijn gezonder dan stalkoeien en leven langer, de melk die ze leveren is van betere kwaliteit. Verder levert weidegang een bijdrage aan de terugdringen van de ammoniak-uitstoot. Wetgeving die een gereguleerde groei van de melkveehouderij ambieert met een geborgd niveau van dierenwelzijn binnen toetsbare milieurandvoorwaarden, hoort weidegang verplicht te stellen.

Op alle bovengenoemde punten faalt de AMvB, en dus dient die te worden gestuit of op een hoger, wettelijk plan te worden gebracht. Reageerde de sector eerst blij op de AMvB, inmiddels zijn er grote zorgen over de uitvoering op individuele bedrijven, is er nauwelijks toezicht op de verwerking van fosfaat en is de kans groot dat de toch al massale ontduiking van de wet nog veel groter zal worden..

De gevolgen van de melk- en mesttsunami zijn met deze AMvB pas achteraf bij te stellen, als het kalf verdronken is. Dat mogen we niet laten gebeuren, voorzitter!

Deze amvb regelt en sanctioneert de groei die, buiten de regels om, vooral de afgelopen twee jaar is gerealiseerd. In het debat in de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris dat zelf ook toe: 'we hebben als referentiedatum november 2014 gekozen, omdat we niet overspoeld willen worden door knelgevallen.'

De staatssecretaris beweert dat de productie boven op het melkquotum geen overtreding was, en dus legaal was. Dat is een woordenspelletje. Feit is dat voor elke kilo melk bovenop het quotum een heffing van maar liefst ruim 27 cent moest worden betaald. Zo vrijblijvend als de staatssecretaris het wil doen voorkomen waren de quotumafspraken dus niet. Toch wordt die superheffing grif en nagenoeg zonder morren door de boeren geaccepteerd. De melkprijs was immers hoog genoeg om die boete te kunnen opvangen.

Dat belooft wat dit jaar voor wat betreft de overschrijding van de fosfaatreferentie. Op een kilo teveel geproduceerd fosfaat staat een boete van 11 euro. Omgerekend betekent dat 5 cent per liter melk van de teveel gehouden koe. Dat gaat ook weer grif gebeuren. Er hangen immers dierrechten boven de markt, en dan kan je als boer maar beter die koeien vast op stal hebben staan. Die boete, wordt dus gewoon gezien als een investering. [1]

Naarmate de melkprijs hoger is, worden de regels meer aan de laars gelapt. En zo zorgt deze systematiek er dus voor dat niet de politiek de milieu-grenzen stelt, maar dat de markt dat doet.

Het is beter, en ook effectiever elke uitbreiding te koppelen aan grond, en om overtredingen niet te bestraffen met geldboetes, maar door het teveel geproduceerde in enig jaar in mindering te brengen op de toegestane productie in het volgende jaar. Boeren die nog plaatsingsruimte hebben, worden er bij hun uitbreidingen niet door getroffen. Maar de grondloze boeren worden wel geremd. Dat is ook hard nodig, want zij zijn het die de fosfaatruimte in rap tempo hebben opgebruikt de afgelopen twee jaar.

De AMvB pretendeert een aan grondgebondenheid gekoppelde groei te realiseren. De staatssecretaris spreekt over eigen ruwvoerproductie, melkproductie of dieren per hectare, maar die begrippen vallen af omdat zij het begrip grondgebondenheid in de kaders van de meststoffenwet perst.

Alle reden dus om elke uitbreiding die leidt tot overschrijding van de fosfaatreferentie alleen toe te staan wanneer die gekoppeld is aan grondaankoop. De staatssecretaris gaat er vanuit dat de sector onder het fosfaatplafond blijft, en toch de productie met 20% kan opvoeren. Deze goocheltruc moet worden mogelijk gemaakt door het voerspoor. Door minder fosfaat in het voer stoppen, daalt ook de fosfaatproductie bij de koe en zo blijft de sector onder het plafond.

De definitieve cijfers over 2014 komen pas later dit jaar, maar volgens berekeningen van het CBS steeg de fosfaatproductie over 2014 naar 82,4miljoen kilo. Dat is nog ruim 2 miljoen kilo onder het plafond voor de melkveehouderij van 84,9 miljoen kilo.[2]

Maar bij een jaarlijks groei van de fosfaatproductie van ruim 2 miljoen kilo lijkt het er op dat het plafond dit jaar al bereikt zal worden.

De rol van het voerspoor wordt niet alleen schromelijk overschat, vermindering van het fosfaat in het voer tast de gezondheid van de veestapel aan, en is dus een aanslag op het dierenwelzijn zo blijkt uit het project Koeien & Kansen.

Op de website van dit project staat het volgende te lezen:

"Deelname aan Koeien en Kansen betekent samen op zoek naar de grenzen van de mogelijkheden binnen het bedrijf. Om de fosfaatverliezen terug te dringen en de efficiëntie van fosfaat te verhogen heeft Richard - de boer over wie het artikel gaat -getracht binnen het voerspoor de P-aanvoer te beperken. P-arm voer in combinatie met enkelvoudige grondstoffen en bijproducten met een laag P-gehalte waren de basis hiervoor. De uitkomsten in de berekeningen waren uitstekend. Echter in de praktijk keerde de koe zich tegen deze aanpak en dat resulteerde in allerlei vage problemen die uiteindelijk te relateren waren met verminderde weerstand van de veestapel. Bloedonderzoek wees uit dat het P- voorziening niet meer toereikend was. De grens opzoeken en dan uiteindelijk net even te ver gaan."

Anders gezegd: fosfaat in het voer omlaag: koeien ziek. Om het probleem met de veestapel op te lossen, heeft deze boer toch maar weer fosfaat aan het voer toegevoegd.[3]

Dat staatssecretaris doet een beroep op de Kamer om de AMvB niet te stuiten, omdat de wet dan niet op tijd klaar zal zijn, en omdat Brussel dan onherroepelijk zal ingrijpen.

Maar:
a. Die aangepaste wet kan makkelijk voor 1 januari klaar zijn. De Mestwet en de Melkveewet zijn in een maand of twee door beide kamers gejaagd. Dat kan nu ook weer, dus het tijdsargument is niet overtuigend.
b. Of Brussel ingrijpt, is maar de vraag. Vorige maand maakt het RIVM het volgende bekend:

De ammoniakemissies over de periode van 1990 tot en met 2013 zijn herberekend: de uitstoot blijkt over de gehele reeks van jaren ongeveer 15 kiloton per jaar hoger dan eerder berekend. Daarmee is de uitstoot meer dan het maximum dat Europese Unie hieraan sinds 2010 stelt.[4]

De trend is dalend, maar desondanks nog steeds boven de Europese norm. Die norm wordt als alles goed gaat pas over een aantal jaren gehaald. Toch heeft Europa de derogatie goedgekeurd. Dus met dat Europese zwaard van Damocles valt het wel mee.

Als deze AMvB gestuit wordt, is het natuurlijk wel zaak om per direct een moratorium op uitbreidingen in de melkveehouderij af te kondigen. Anders gaat het voorsorteren op eventuele dierrechten in versneld tempo door. Zo'n pas op de plaats levert voor de melkveehouderij geen enkel nadeel op. De sector heeft de afgelopen jaren al bijna de helft van de voorspelde groei tot 2020 gerealiseerd.

Voorzitter ik rond af. Is de staatssecretaris bereid uiterlijk per 1 januari bij wet te regelen waarvoor nu in de AMvB slechts een begin gemaakt is en dan ook grondgebondenheid te koppelen aan weidegang?

Is de staatssecretaris bereid toezicht en handhaving te verscherpen en kleine grondgebonden boeren niet langer slachtoffer te laten zijn van de cowboys met megabedrijven tot 1000 koeien die jaarrond op stal staan?

Ik zie de antwoorden met belangstelling tegemoet!

[1] De berekening: 1 koe levert gemiddeld per jaar 40 kilo fosfaat. Voor de koe boven de referentie betaalt een boer dus 40 keer 11 euro = 440 euro. De gemiddelde koe produceert 8500 kilo melk per jaar. Omgerekend 5 cent boete per liter die niet alleen drukt op de melk van die ene koe, maar kan worden uitgesmeerd over de melkproductie van de gehele veestapel. Anders gezegd: met een beetje rekenwerk kan je fors overtreden, zonder dat het veel geld kost.

[2] Bron: Nieuwe oogst 23 januari 2015

[3] Bron: https://www.verantwoordeveehouderij.nl/nl/koeien-kansen-1/show-1/Koeien-en-Kansen-deelnemer-Richard-de-Wolff-neemt-afscheid.htm

[4] http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2015/Nieuwe_inzichten_ammoniakemissies