Teunissen (PvdD) over Aanvul­lingswet Natuur Omge­vingswet


"Achter­haald en onvol­doende"

30 juni 2020

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken

Voorzitter,

Wetgeving die indruist tegen de natuur, verdient het om extra tegen het licht gehouden te worden, omdat ze alles wat weerloos is bedreigt. De regering zegt het zelf: “de Wet Natuurbeheer wordt “beleidsneutraal” omgezet in de Omgevingswet”. Los van de discussie of die omzetting daadwerkelijk beleidsneutraal gebeurt, maakt de zelfs al de beleidsneutrale intentie deze wet meteen achterhaald. Je zou verwachten dat de inzet verdubbeld zou zijn en dat dat in het beleid tot uitdrukking zou zijn gekomen. Want de natuur in Nederland staat er na decennia van achterstelling van natuurbescherming en het niet respecteren van natuurwetten en milieugrenzen slechter voor dan ooit.[1] Verdroging, verschraling, bemesting, pesticiden en een deken van stikstof teisteren ecosystemen en maken een deltaplan natuurherstel noodzakelijk. De landschappen worden monotoon, stil en leeg. Soorten verdwijnen in razend tempo. Een belangrijke indicator zijn de insecten. Meer dan 75% van de vliegende insecten is over de laatste 27 jaar verdwenen en het hele nuttige insectenkwartet dreigt als een kaartenhuis in elkaar te storten. Veel weidevogels, waaronder de grutto als nationaal icoon, worden met uitsterven bedreigd. Het decennialang oprekken van de grenzen van economische groei heeft tot die crisissituatie geleid. Een door ons mensen veroorzaakte ecologische crisis die grote gevolgen zal hebben voor ons eigen bestaan en dat van komende generaties. Ingrijpende wettelijke maatregelen die de natuur vooral ook werkelijke bescherming bieden zijn nodig. Het “beleidsneutraal omzetten”, voorzitter, leidt niet tot verbetering, maar tot verdere verslechtering van de natuur.
De Omgevingswet heeft twee doelen: beschermen én benutten van de leefomgeving. Juist dit is een funest denkkader dat de natuur verder laat verloederen. Want er komt een ruimer afwegingskader.

De kern van de Omgevingswet, de ruimer afwegingskader voor decentrale overheden, staat haaks op de centrale regie die momenteel van het Rijk hard nodig is om de biodiversiteitscrisis aan te pakken.

Deze aanvullingswet is inmiddels nog verder achterhaald door de stikstofcrisis. De stikstofuitstoot van de landbouw is onverminderd groot. De uitstoot van stikstofoxiden door verkeer en industrie is door corona iets minder geworden, maar zal met het aantrekken van de bedrijvigheid snel weer op zijn oude niveau zijn.
De commissie Remkes gaf glashelder aan dat meer wettelijke bescherming nodig is (ik citeer):

  • “geen streefreductie maar wettelijke verankering van stikstofreductie als resultaatverplichting in de Wet Natuurbescherming”. Ook moeten volgens de commissie alle natuurgebieden over 30 jaar volledig hersteld zijn.

Dit advies staat in schril contrast met het voorliggende wetsvoorstel, zonder wettelijke verankering van stikstofreductie als resultaatsverplichting en zonder tussentijdse harde afrekenbare doelstellingen, en uit de chemiedoos van het kabinet komt ander veevoer waarvan noch de diergezondheidseffecten noch de effecten voor de stikstofuitstoot vast staan. Regeren is opnieuw vooruitschuiven, over de volgende verkiezingen heen, wie dan leeft, wie dan zorgt!

De doelmatigheid, of dit wetsvoorstel inderdaad voldoende bijdraagt aan de gunstige staat van instandhouding, valt niet te controleren. Graag een reactie.

Voorzitter, we weten allang, sinds het rapport van de commissie Wijffels in 2001, dat krimp van de veehouderij hard nodig is om de natuur te herstellen. Maar dit rapport en de tientallen die daarop volgden, werden door de regering consequent genegeerd. Wat doet zij? In 2023, twee jaar nadat dit kabinet afscheid genomen heeft, zal worden beoordeeld of innovatie meer stikstofreductie oplevert. Dan zal worden beoordeeld hoe tweede tranche wordt ingezet. (Oftewel: een kleinere veestapel staat opnieuw niet vast). Niet alleen voor alle burgers in Nederland, die recht hebben op een gezonde natuur en een gezonde leefomgeving is dit voorstel desastreus, ook de natuur wordt ernstig tekort gedaan, en het drama van onzekerheid blijft ook de boeren als een zwaard van Damokles boven het hoofd hangen. Weer de grenzen van de economische groei oprekken, terwijl de overschrijdingen allang de morele grenzen zijn gepasseerd. Voorstellen als luchtwassers, geven extra risico op stalbranden. Emissiearme stalvloeren, met explosiegevaar. Boeren zeggen daar zelf over: "Nou moest ik daar in investeren en nu is het nog niet genoeg. Nu moet ik weer maatregelen nemen." De boeren weten nu al dat dit niet genoeg gaat zijn. Ze moeten erin investeren en krijgen er subsidie voor, maar toch, binnenkort zal blijken dat het opnieuw niet genoeg is, en wat dan?

Voorzitter,

Wat zo bijzonder is aan deze aanvullingswet, is dat ze binnen de Omgevingswet het duidelijkst het failliet van de huidige tijdgeest laat zien. De tijdgeest van kortetermijnpolitiek en probleempjesmanagement om zoveel mogelijk ruimte te bieden aan economische groei. De decentralisatie van het natuurbeleid, kerndoel van de Omgevingswet, laat dat ook zien. Provincies mogen de versnipperde stukjes groen in de lappendeken managen, hier een beetje eraf, daar een beetje erbij, hetzelfde als we zien bij de aanpak van stikstof, hier een beetje erbij, daar een stukje eraf. Zonder een gedegen, nationale wettelijke resultaatverplichting.

Ik sluit af met een aantal vragen aan de minister:

Kan zij aangeven hoe zij eenzelfde beschermingsniveau rechtvaardigt in het licht van de deplorabele staat van de natuur? Is zij van mening dat deze wet genoeg handvatten biedt om de bescherming van flora- en fauna te verbeteren en niet alleen de bestaande (dus te slechte kwaliteit) op peil te houden? Is ze van mening dat een vermindering van het aantal Natura 2000 gebieden een oplossing vormt voor enig probleem, en zoja voor welk probleem dan?

Kan zij uitleggen hoe wij als Kamer in kunnen stemmen met een wet die geen oplossing biedt voor de biodiversiteitscrisis en de stikstofcrisis, terwijl het kabinet tevens flankerende niet-afdoende maatregelen aankondigt? Waarom niet 1 afgerond wetsvoorstel?

Voorzitter, tot slot:

Een overheid die landelijk de regie neemt over een biodivers en klimaat- en toekomstbestendig aaneengesloten natuurnetwerk is harder nodig dan ooit. Een blik op de scenario’s die wetenschappers van de Wageningen Universiteit hebben gemaakt in antwoord op de biodiversiteitscrisis en de klimaatcrisis van hoe Nederland er idealiter uitziet over 100 jaar is veelzeggend: het Nederland van 2120 heeft veel meer bos en veel meer water dan het Nederland van nu. De bekkens van rivieren zijn breder om hoogwaterpieken beter op te vangen. Langs de rivieren en rond de steden vinden we groenbuffers. Die zorgen voor een aantrekkelijk landschap, vergroten de biodiversiteit en zorgen voor verkoeling.[2] Laten we daar nu eindelijk een aanvang mee nemen door geen genoegen te nemen met deze wet voorzitter. Er is geen tijd te verliezen en een wereld te winnen.

Dank u wel.