Vragen Prast (PvdD) over het nieuwe EU-voorstel omtrent de bankenunie


Indiendatum: 8 feb. 2022

De PvdD heeft de volgende vragen aan de regering over en naar aanleiding van de nieuwe EU voorstellen Bankenunie.

Het kabinet schrijft in haar appreciatie van het voorstel verordening prudentiële behandeling groepen en systeemrelevante instellingen (E210036) kritisch te staan ten opzichte van het feit dat tijdelijk gunstigere risicowegingen (dan Bazel) van laagrisicohypotheken als lidstaatoptie in het voorstel is opgenomen. Mocht deze optie desondanks worden geïntroduceerd, zou de regering daar dan van gebruik willen maken? Zouden er gevolgen zijn voor de hypotheekmarkt, bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van woningzoekenden om een hogere hypotheek te krijgen?

Het kabinet verwelkomt (E210034) de voorgestelde betere integratie van ESG risico’s in pijler 2 en vindt het van belang om duurzaamheidsrisico’s ook in pijler 1 te verankeren. Ziet het kabinet mogelijkheden om binnen het prudentiële kader het risico van klimaatverandering en de afname van biodiversiteit te mitigeren via de risicoweging van bankfinanciering van activiteiten die de biodiversiteit doen afnemen en leiden tot klimaatverandering? Heeft het kabinet een beeld van de huidige omvang van de financiering door het Nederlandse bankwezen (geaggregeerd) van deze activiteiten? Zo ja, wil zij dat met de Kamer delen? Zo nee, is zij bereid deze informatie in kaart te (laten)brengen?

Uit de meest recente Emerging Risk enquête van onder andere de Society of Actuaries blijkt dat risk managers zoönosen als het grootste risico zien voor de organisatie waarin zij werken. (https://www.soa.org/globalasse...). De organisatie van Britse actuarissen roept op tot meer bewustwording over de relatie tussen de afname van biodiversiteit en het ontstaan van zoönosen omdat dit een belangrijke overweging zou moeten zijn bij risicobeheer (https://www.actuaries.org.uk/s...). Vormen zoönosen ook volgens het kabinet een ESG-risico?

De kans op zoönosen wordt vergroot door intensieve veeteelt. Nederland is volgens de door VWS en LNV ingestelde expertgroep zoönosen kwetsbaar voor zoönosen gezien de omvang van de intensieve veeteelt. (https://www.rijksoverheid.nl/b...). Ziet het kabinet mogelijkheden om binnen het prudentiële kader het risico van zoönosen te mitigeren via de risicoweging van bankfinanciering van de intensieve veeteelt? Heeft het kabinet een beeld van de huidige omvang van deze financiering door het Nederlandse bankwezen (geaggregeerd)? Zo ja, wil zij dat met de Kamer delen? Zo nee, is zij bereid deze informatie in kaart te (laten)brengen?

Een belangrijke doelstelling van de wijzigingen in de prudentiële regelgeving voor banken die sinds de financiële crisis zijn en worden doorgevoerd is te voorkomen dat bij problemen een beroep moet worden gedaan op de belastingbetaler. Hoe kijkt het kabinet tegen deze achtergrond naar het beroep dat de afgelopen jaren op de belastingbetaler is gedaan ten behoeve van KLM?