Vervolg­vragen Nicolaï (PvdD) inzake covid-maat­re­gelen


Bij brief van 25 februari 2022 heeft de minister antwoord gegeven op vragen van 4 februari 2022. Dit geeft aanleiding tot vervolg­vragen.

Indiendatum: mrt. 2022

Vraag 1

In het antwoord op vraag 34 geeft de minister aan dat de vaccineffectiviteit tegen infectie door het RIVM wordt gemonitord en dat de cijfers over de vaccineffectiviteit tegen ziekenhuisopname elke twee weken worden gepubliceerd.

Is de minister bereid om het RIVM op te dragen bij de twee wekelijkse mededeling over de vaccineffectiviteit tegen ziekenhuisopname tevens de cijfers over vaccineffectiviteit tegen infectie te vermelden?

Vraag 2

In het antwoord op vraag 35 onderschrijft de minister de in die vraag vervatte stellingen van professor Kroes. Op laatste deelvraag “Is het kabinet bereid om het RIVM op te dragen om de onderliggende data die het bij de modellering hanteert ter beschikking te stellen aan externe experts” wordt echter geen antwoord gegeven.

De minister schrijft dat “de uitgangspunten, vooronderstellingen en gebruikte methodiek … openbaar” zijn. De ingevoerde data zijn dat echter niet.

Vraag 2a.

Deelt de minister het oordeel van de leden van de PvdD dat de ‘uitdaging’ waarover prof. Kroes het had, pas adequaat kan geschieden als de externe experts beschikken over alle aan de modelleurs ter beschikking staande data, dus ook de in de modellen ingevoerde data?

Vraag 2b.

Is de minister bereid om experts toegang te geven tot de data die het RIVM invoert ?

Vraag 3

In het antwoord op vraag 36 geeft de minister aan dat hij advisering door de Begeleidingscommissie DOBC “in deze fase niet meer noodzakelijk acht”.

Vraag 3a.

Hoe verhoudt zich dat tot het feit dat het kabinet de tijdelijke wet voor de CoronaMelder wenst te verlengen?

Vraag 3b.

Als er reden is om die tijdelijke wet te verlengen en er dus rekening mee wordt gehouden dat het belang van de CoronaMelder weer zal toenemen, waarom wordt dan de Begeleidingscommissie DOBC op voorhand al opgeheven? Welk

belang verzet zich ertegen dat die commissie blijft bestaan gedurende de werking van de tijdelijke wet?