Nadere vragen Nicolaï over Wijziging van de Tijde­lijke wet verkie­zingen COVID-19


Indiendatum: 19 jan. 2021

Nadere vragen van de fractieleden van de Partij voor de Dieren naar aanleiding van de Memorie van Antwoord bij het ontwerp Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19

1. Op de volgende vraag van de fractieleden is geen antwoord gegeven:

Kan de regering aangeven:

a. hoeveel extra tijd er gemoeid is met het drukken van de stembescheiden indien voor alle kiezers van een stempluspas en een briefstembiljet moet worden gedrukt?

b. waarom het praktisch onmogelijk zou zijn om – ook als er eventueel landelijke ondersteuning wordt gegeven – het proces van het drukken zo in te richten dat alle kiezers tijdig die bescheiden ontvangen?

c. of het wettelijk mogelijk is dat – aangenomen dat het praktisch niet uitvoerbaar is om tijdig voorgedrukte stempluspassen, briefstembiljetten en retourenveloppen te organiseren – de kiezer zelf op basis van een aan iedere kiezer verstrekte schriftelijke instructie met de pen de gegevens invult die anders gedrukt zouden zijn?

Om te voorkomen dat er opnieuw een nietszeggend antwoord wordt verstrekt, worden de vragen alsvolgt nog geëxpliciteerd:

1.1. Er dient een briefstembiljet te worden gedrukt.

a. Worden daarop gegevens van de stemgerechtigde gedrukt?

b. Zo ja, welke gegevens zijn dat?

c. Wijken die gegevens af van de gegevens die op de stempluspas zijn gedrukt?

d. Hoeveel tijd kost het drukken van alle stempluspassen voor alle kiezers?

e. Hoeveel tijd kost het drukken van de briefstembiljetten voor alle kiezers?

f. Heeft de regering bij leveranciers gevraagd in hoeveel tijd briefstembiljetten voor alle kiezers kunnen worden gedrukt? Zo ja, bij hoeveel leveranciers? En wat waren de antwoorden van de leveranciers?

1.2. De briefstemgerechtigde ontvangt een geadresseerde retourenveloppe; daarop komen een antwoordnummer en codes te staan.

a. Verschillen de antwoordnummers en codes per gemeente?

b. Per gemeente zullen nu 70+-kiesgerechtigden worden uitgefilterd zodat aan hen een voorgedrukte retourenveloppe kan worden gezonden. Hoeveel tijd extra kost het om voor alle kiesgerechtigden in de betreffende gemeente een retourenveloppe te drukken met het antwoordnummer en de codes?

c. Is het mogelijk om in plaats van een voorgedrukte retourenveloppe aan de briefstemgerechtigde te zenden, een enveloppe te zenden waarop de betrokkene zelf het antwoordnummer en de codes moet vermelden op basis van gegevens die op een bijlage zijn verstrekt of via een overheidswebsite zijn op te zoeken?

d. Is het nodig om over een voorgedrukte antwoordenveloppe te beschikken, indien de briefstemgerechtigde een hem toegezonden – niet voorgedrukte – enveloppe afgeeft of laat afgeven bij een afgiftepunt?

1.3. De regering heeft het over tijd die gemoeid is met het ‘vouwen’.

a. Geschiedt het vouwen handmatig en niet machinaal?

b. Is het mogelijk om het drukwerk zo te fabriceren dat het niet gevouwen behoeft te worden of dat het vouwen eenvoudig machinaal kan geschieden?

c. Heeft de regering bij leveranciers gevraagd hoeveel extra tijd het kost om voor alle kiesgerechtigden bescheiden die noodzakelijkerwijs gevouwen moeten worden, in gevouwen vorm af te leveren? Zo ja, bij hoeveel leveranciers? En wat waren de antwoorden van de leveranciers?

1.4. De briefstemgerechtigde ontvangt eerst de stempluspas en met een daarna volgende tweede zending (1) een briefstembiljet, (2) een geadresseerde retourenveloppe, (3) een enveloppe voor het stembiljet en (4) een handleiding voor de kiezer.

a. Wie verzorgen die tweede zending?

b. Hoeveel extra tijd is er gemoeid met het in de enveloppe die aan de kiezer wordt gezonden, stoppen van die 4 bescheiden?

c. Is die extra tijd te verkorten door meer personeel in te schakelen bij het verwerkingsproces?

d. De regering erkent blijkens haar antwoord (slot van paragraaf 1 van de memorie van antwoord) op de eerste vraag die de fractieleden hadden gesteld, dat er “een landelijk geregelde en onder centrale regie uitgevoerde ondersteuning van gemeenten behoort te komen”. Is de regering het met de fractieleden eens dat de uitvoeringsproblemen die in de visie van de regering hebben genoodzaakt tot het beperken van briefstemmen tot een beperkte groep kiezers, oplosbaar zouden zijn indien zij in het kader van die landelijke regie personele bijstand zou hebben geregeld opdat gemeenten in staat zouden zijn om een verzending van briefstembescheiden aan alle kiezers te kunnen realiseren?

2. Op de volgende vraag van de fractieleden is geen antwoord gegeven. De leden vertrouwen erop dat dit abusievelijk niet is gebeurd en vragen alsnog om een reactie.

“Kiezers die bij volmacht willen stemmen, dienen een kopie van hun identiteitsbewijs mee te geven aan degene die bij volmacht voor hen stemt. Is een op een mobiele telefoon gemaakte foto van het identiteitsbewijs als een ‘kopie’ aan te merken zoals in de wet wordt vereist? Zo ja, wordt dat aan de kiezers uitdrukkelijk meegedeeld? Zo nee, is de regering bereid om met spoed een wijziging van de wet in te dienen die erin voorziet dat een foto die met een mobiele telefoon is gemaakt, mede geldt als een ‘kopie’ in de zin van de wet?”

3. Op de vraag van de fractieleden waarom niet wordt meegedeeld dat de twee dagen van early voting “uitsluitend” open staan voor kiezers die tot de kwetsbare groepen behoren, heeft de regering geantwoord dat de openstelling van die twee extra dagen “vooral is bedoeld voor” kwetsbare kiezer.

Daarmee is niet gemotiveerd waarom de regering niet bereid is om te melden dat die twee extra dagen “uitsluitend’ bedoeld zijn voor kwetsbare kiezers. Wat is er in de visie van de regering tegen om zo’n melding te doen?

4. Geen gemotiveerd antwoord is gegeven op de vraag van de fractieleden luidende:

“Is het mogelijk dat van partijen die aan de verkiezingen deelnemen en die hulp aan kiezers willen bieden bij het stemmen met volmacht op een van overheidswege georganiseerde website de contactmogelijkheid wordt gepubliceerd en dat kiezers die via het landelijk telefoonnummer om hulp vragen naar die contactnummers worden verwezen?”

Om te voorkomen dat er opnieuw een nietszeggend antwoord wordt verstrekt, worden de vragen alsvolgt nog geëxpliciteerd:

4.1 Waarom zou het vermelden van contactnummers van alle partijen die een helpdesk inrichten om kwetsbaren die niet naar het stemlokaal kunnen of durven te gaan, bij te staan, kunnen worden uitgelegd als “een rol spelen bij het vinden van een kiezer aan wie een volmacht gegeven kan worden”?

4.2 Waarom zou het vermelden van contactnummers van alle partijen die een helpdesk inrichten om kwetsbaren die niet naar het stemlokaal kunnen of durven te gaan, bij te staan, eraan in de weg staan dat de kiezer zelf bepaalt welke andere kiezer hij of zij voldoende vertrouwt om daar een volmacht aan te geven”?

5. Inmiddels heeft het OMT aangegeven zeer bezorgd te zijn over de verspreiding van nieuwe varianten, in het bijzonder van de Britse variant. Ook heeft de regering de verscherping van de coronamaatregelen tot in februari voortgezet.

5.1.Heeft de regering het OMT al verzocht advies uit te brengen over de vraag of het houden van verkiezingen in maart verantwoord is?

5.2 Als er advies is gevraagd en verkregen, wat wordt er dan door het OMT geadviseerd?

5.3. Als er nog geen advies is gevraagd, waarom is dat nagelaten?

5.4. Gaat de regering nog (nader) advies vragen aan het OMT, en zo ja wanneer?

6. Uit het onderzoek van IPSOS (niet-stemmers bij herindelingsverkiezingen 2020) blijkt dat 18% “vanwege corona niet (is) gaan stemmen/corona heeft meegespeeld”. Bij personen van 55 jaar of ouder was dat zelfs 25%.

Gelet op de ontwikkelingen sindsdien – het verschijnen van varianten en de toenemende zorg van het OMT – is voorzienbaar dat de groep die om redenen van angst voor besmetting niet zal gaan stemmen, zal toenemen.

Acht de regering het verantwoord om de verkiezingen – zonder de mogelijkheid van briefstemmen open te stellen – te laten doorgaan indien een vijfde deel van de kiezers (die geen gebruik willen maken van stemmen bij volmacht) het niet veilig genoeg vinden om naar het stemlokaal te gaan?

7. De regering is niet bereid om stemlokalen in te richten die bestemd zijn voor kiezers die op de laatste dag van de verkiezingen ineens klachten ondervinden die vallen onder de zogeheten ‘coronaklachten’ en die niet in staat zijn om alsnog te regelen dat iemand bij volmacht voor hen stemt.

7.1 Is de regering het met de leden van de fractie eens dat die kiezer door die opstelling van de regering gedwongen wordt om af te zien van het uitoefenen van zijn stemrecht?

7.2 Kan de regering zich voorstellen dat er kiezers zijn – zeker als deze het uitbrengen van een stem als een ‘plicht’ ervaren (nog niet zo lang geleden bestond er een stemplicht) – die het risico zullen nemen en dan toch naar het stembureau zullen gaan? Zo nee, aan welke onderzoeksgegevens ontleent de regering gronden voor dat negatieve antwoord? Zo ja, acht de regering het belang om “gemeenten (niet) voor de nodige nieuwe uitvoeringsvraagstukken (te) stellen” dan van meer gewicht dan het voorkomen van verdere verspreiding van het virus?

7.3 Is de regering bereid om in het kader van de landelijke corona-regie en haar plicht om het uitoefenen van stemrecht zoveel mogelijk te bevorderen de gemeenten zodanig bij te staan dat aparte stemlokalen voor mensen met corona-klachten worden geopend?