Bijdrage Peter Nicolaï (PvdD) over voorhang KB inwer­king­treding Omge­vingswet


13 januari 2021

Dank u wel, voorzitter. Dit is een spoeddebat. Ik ben blij dat de minister er is; dan kunnen we in ieder geval met haar discussiëren over haar brief. De minister is gisteren even in de commissie geweest, maar niet tijdens het overleg dat we hadden met een extern juridisch adviseur. De vraag die daarbij aan de orde kwam, is toch eigenlijk de belangrijke vraag die speelt. De minister gaat daar in haar brief ook op in. Dat is de vraag: is die vier weken nou een fatale termijn? Met een fatale termijn bedoelen we dat er iets verandert in je rechtspositie als die termijn verstreken is. Dat is een fatale termijn.

Professor Munneke was daar helder over. Hij zei: als je de tekst van artikel 23.10 leest, komt het erop neer dat als je niet binnen die vier weken een beslissing hebt genomen — daar staan we vandaag voor — om niet in stemmen, je je recht verspeeld hebt. Als ik de brief van de minister goed lees, dan is ze het niet met professor Munneke eens, en ook niet met anderen die dezelfde redenering volgen. De minister zegt namelijk dat het geen fatale termijn is. Maar ik zou dan toch wel graag aan de minister willen voorleggen dat ze acht slaat op de Aanwijzingen voor de regelgeving. In haar brief vermeldt ze die ook. Artikel 2.38 gaat over het voorhangen van het besluit. In het eerste lid staat dat je dan moet oppassen dat je in ieder geval minstens drie vierde deel van de termijn buiten een reces van de Kamers laat vallen. Dan lees ik in de toelichting: "Teneinde zeker te stellen dat de Staten-Generaal hun rechten ook daadwerkelijk kunnen uitoefenen, is het gewenst dat rekening wordt gehouden met de recesperioden van de Staten-Generaal." Dat is een toelichting bij een bepaling waar de minister zich eigenlijk ook op beroept. Als je zegt dat er rekening gehouden moet worden met die recesperioden van de Staten-Generaal, omdat anders de rechten niet daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend, dan volgt daar voor iedere jurist automatisch uit dat het dus een fatale termijn is. Ik zie de minister nee schudden. Ik ben heel benieuwd naar haar redenering. Maar als dat niet zo zou zijn, dan kan je je rechten ook niet verspelen. Dan zou er in de toelichting ook niet staan dat het nodig is om iets te doen om ervoor te zorgen dat de Staten-Generaal hun rechten ook daadwerkelijk kunnen uitoefenen.

Hoe je het ook wendt of keert, de minister zal zo direct betogen dat ze dat anders ziet. Ik zou hier kunnen blijven betogen, samen met professor Munneke en andere rechtsgeleerden, dat je het wel zo moet zien. Er blijft dus onzekerheid. Wij staan hier nu omdat de meerderheid gisteren gezegd heeft: in een situatie van onzekerheid kiezen we voor de zekere weg. Dat moeten we goed beseffen. We moeten hier niet in discussie gaan over de vraag of het wel een juiste datum is of over de uitleg van de wet. We staan hier omdat we gisteren in meerderheid hebben gezegd: wij willen niet in de onzekere positie komen dat het misschien inderdaad wel een fatale termijn is en dat we die hebben laten verstrijken en onze rechten hebben verspeeld. Natuurlijk is er een toezegging gedaan. Ook daar heb ik in de interrupties al op gewezen. Een zo duidelijke toezegging die een minister doet, is belangrijk. Die hoort ook staatsrechtelijk te worden nagekomen. Maar een toezegging is geen wettelijke regel. Van een toezegging kun je onder omstandigheden afwijken. Als we kiezen voor het zekere voor het onzekere, dan is het dus duidelijk dat we er vandaag niet aan ontkomen om te besluiten niet in te stemmen.

Maar even terug naar die toezegging. Andere partijen vinden die toezegging van groot belang, en nou ben ik toch benieuwd wat de minister nou precies heeft toegezegd. Daar zijn in de interrupties ook door anderen vragen over gesteld. Ik lees dat de toezegging is: het debat gaat door totdat de Eerste Kamer heeft bepaald dat het is afgerond. Ik heb aan mevrouw Moonen gevraagd: waar staat nou in de toezegging van de minister dat als die afronding ertoe leidt dat wij als Eerste Kamer van oordeel zijn dat de wet nog niet rijp is voor inwerkingtreding, de minister dat oordeel zal volgen? Waar staat dat? Ik lees het niet. Als de minister zegt dat zij dat wel zo bedoeld heeft, zou ik zeggen: nou, schrijf het op. Dat is dus mijn vraag. Waar staat dat, en heeft de minister dat zo bedoeld?

De tweede vraag, en die is niet onbelangrijk, is … Ik ben bijna klaar met mijn betoog, dus misschien kan ik de vragen even afronden.

Dat is deze vraag: is de regering wettelijk bevoegd om een voorgehangen besluit te laten contrasigneren ook als de meerderheid dat onwenselijk vindt? Is de regering daartoe dan wettelijk bevoegd wanneer de termijn die in de wettelijke bepaling is aangegeven, voorbij is?

En dan zou ik de minister ook willen vragen of zij het als minister wijs vindt, net als wij hier gisteren in meerderheid, om het zekere voor het onzekere te nemen wanneer er sprake is van onzekerheid over juridische zaken en er een enorm belang op het spel staat. Ook dat zou ik graag van de minister willen vernemen.

En tot slot. Stel nou dat de minister vandaag zegt: oké, laat ik het intrekken, dan hebben we weer alle ruimte; we beginnen opnieuw. Welk probleem doet zich dan voor? Die vraag zou ik toch wel graag door de minister beantwoord zien. En vervolgens ook de volgende. Als wij vandaag besluiten om niet in te stemmen, welk probleem doet zich dan voor? Want als ik het goed begrepen heb, kan de minister als het debat is voortgegaan, zoals mevrouw Moonen zei, en tot een afronding is gekomen, en wij van oordeel zijn dat het wel rijp is voor inwerkingtreding, op dat moment gewoon het besluit voorhangen. En dan is het een fluitje van een cent om het heel snel door de Tweede en de Eerste Kamer heen te krijgen. Dus waar zijn we eigenlijk mee bezig?

Dank u wel, voorzitter.