Bijdrage Peter Nicolaï (PvdD) over Wijziging Tijde­lijke Wet Verkie­zingen COVID-19


PvdD vindt brief­stemmen voor alleen 70+ te beperkt

27 januari 2021

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken

Dank u wel, voorzitter.

Wij hebben geen wettelijke stemplicht of opkomstplicht meer. Tot 1970 vonden we het stemmen zo belangrijk om gestalte te geven aan het functioneren van de democratie dat er een opkomstplicht was. De verantwoordelijkheid om gebruik te maken van het stemrecht ligt nu bij de kiezer. Velen voelen dat als een burgerplicht, en dat vindt onze fractie begrijpelijk. Onze samenleving staat nu voor grote uitdagingen. De komende verkiezingen vormen bij uitstek een moment om een nieuwe richting te geven aan onze omgang met elkaar en met deze planeet. Degenen die het als een plicht voelen om te gaan stemmen, begrijpen wij dus heel goed.

Tegelijkertijd vormen de komende verkiezingen een gevaar voor degenen die hun plicht willen volbrengen. Het is Nederlands grootste evenement en dat vindt plaats in een situatie waarin evenementen zijn verboden om de verspreiding van COVID-19 te beperken. We mogen niet samenkomen, we dienen onze verplaatsingen te verminderen en we worden na 21.00 uur thuis gehouden. De angst voor nieuwe varianten van het virus grijpt ons aan. Het OMT komt met steeds ingrijpendere maatregelen. Een evenement als verkiezingen zonder deugdelijke aanvullende maatregelen laten doorgaan past niet in dat beeld.

Uit onderzoek door het Institute of Labor Economic is gebleken dat in de vijf weken na de Franse gemeenteraadverkiezingen van maart verleden jaar, de mortaliteit aanzienlijk steeg. De onderzoekers concludeerden zelfs, uitgaande van het opkomstpercentage van 2014, dat het aantal doden onder de ouderen 21,8% hoger zou zijn geweest. Voor wie zijn gezond verstand gebruikt, is het logisch dat al die samenkomsten in kieslokalen een boost zullen geven aan de verspreiding van het virus. Een evenement van deze omvang zal voor een aantal landgenoten een dodelijke vergissing kunnen blijken.

Voorzitter. Wat zegt het OMT over dit grootste evenement in Nederland? Uit het antwoord van de regering op onze vragen blijkt dat er in het geheel geen advies gevraagd is aan het OMT. Het lijkt erop dat de regering dat ook in de komende tijd niet van plan is te doen. Dat vindt onze fractie onbegrijpelijk. De regering verwijst naar adviezen die in 2019 aan het RIVM zijn gevraagd. Alsof er sindsdien niets veranderd is. Alsof er op dit moment geen deskundige virologen zijn die alarm slaan over de nieuwe varianten en het verstandig vinden de verkiezingen in maart naar later te verschuiven als er geen veilige aanpassingen komen, zoals het briefstemmen. "Dan moet je het maar even afzeggen", aldus Diederik Gommers in de NRC van 13 januari jongstleden. Kan de minister aangeven wanneer het OMT gevraagd wordt om advies uit te brengen over het laten doorgaan van dit evenement? Kan de minister toezeggen dat als het OMT daartoe adviseert, dat advies tot uitstel of aanpassingen van de verkiezingen zal moeten leiden? Ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter. Zo'n beslissing tot uitstel zou niet nodig zijn als de regering het briefstemmen voor iedereen zou hebben opengesteld. Dat is niet het geval, waardoor veel kiezers gedwongen worden aan een voor hun gevoel onveilige samenkomst deel te nemen om het kiesrecht te kunnen uitoefenen. Helaas zullen kiezers afhaken, volgens onderzoek van bijvoorbeeld Maurice de Hond. Van alle kiezers die het voornemen hebben te gaan stemmen, geeft 11% aan niet aan de verkiezingen deel te nemen als er niet per brief gestemd kan worden. De onderzoeksresultaten bij de herindelingsverkiezingen liggen daarmee in lijn. Ik citeer: "Bijna een op de vijf niet-stemmers geeft aan dat zij vanwege corona niet zijn gaan stemmen." Aldus de conclusie. Dat wijst op een regelrechte aantasting van de democratische rechten die kiezers hebben. Ik wil graag van de minister weten hoe zij deze voor ons verontrustende cijfers beoordeelt. Beschikt zij over andere cijfers? Zo ja, wil zij die dan voorafgaand aan de stemmingen met ons delen?

Voorzitter. Niet alleen de 70-plussers zijn kwetsbaar; naast de groep ouderen wijst het RIVM ook groepen volwassenen met onderliggende aandoeningen aan als kwetsbaar voor het coronavirus. Het gaat om mensen met chronische luchtweg- of longproblemen, hartpatiënten, mensen met suikerziekte, nierziekte, ernstige leverziekte of ernstig overgewicht en patiënten met verminderde weerstand, bijvoorbeeld kankerpatiënten tijdens chemotherapie en/of bestraling. Deze groep omvat meer dan 2 miljoen kiezers. In feite komt het erop neer dat mensen die kwetsbaar zijn voor het virus of bang zijn om naar een stemlokaal te gaan van hun stemrecht worden beroofd. Graag een heldere reactie van de minister hoe ze dit meent te kunnen rechtvaardigen.

Voorzitter. Hoewel de minister tijdens het debat in de Tweede Kamer aangaf dat het praktisch niet uitvoerbaar was om voor alle kiezers briefstembescheiden op tijd te drukken, blijkt uit haar antwoord op onze vragen dat dit wel degelijk mogelijk is. En, zeg ik er maar bij, als het drukproces over verschillende drukkerijen wordt verdeeld, valt ook nog tijd te winnen.

Voorzitter. Het kiesrecht is een heilig recht. De overheid is verplicht om de mogelijkheid om van je recht gebruik te maken zo veel mogelijk te bevorderen. Wie zelf zijn stem wil uitbrengen en niet met anderen wil delen op wie hij stemt, zal of naar een stemlokaal moeten gaan of de mogelijkheid moeten hebben om per brief te stemmen. De wetgever staat niet toe dat twee kiezers tegelijk in een stemhokje plaatsnemen om ongewenste beïnvloeding te voorkomen. Waarom meent het kabinet dan dat miljoenen kiezers hun stemvoorkeur dan maar moeten delen met mensen die ze moeten machtigen, met wie ze kopieën van hun legitimatiebewijs moeten delen en die ze moeten vertrouwen dat ze hun stem correct uitbrengen? Graag een reactie. Waarom kunnen kwetsbare kiezers niet op een gemakkelijke manier, bijvoorbeeld via hun DigiD, kenbaar maken in aanmerking te willen komen voor briefstemmen?

Voorzitter. Praktische hindernissen om voor iedereen het briefstemmen mogelijk te maken, behoort een overheid gewoon op te lossen. Dat kan ook als creativiteit en inzet maar groot genoeg zijn. Juist van een minister van een partij die "democraten" in haar naam voert, mag men verwachten dat ze haar uiterste best doet om praktische hindernissen voor het briefstemmen voor iedereen op te lossen. Is dat echt niet mogelijk op deze termijn? Dan rest maar één beslissing: het uitstellen van de verkiezingen om het proces van briefstemmen voor iedereen alsnog mogelijk te maken. Niet omdat onze partij dat zo graag wil, maar uit zorg voor eerlijke verkiezingen en twijfel over de rechtmatigheid van artikel 7b van de Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19.

Voorzitter. Juist bij het beschermen van het in de democratie heilige kiesrecht, dient het gelijkheidsbeginsel in acht te worden genomen. Of je kan briefstemmen of niet hangt nu uitsluitend af van een willekeurige leeftijdsgrens. De reden die in het ontwerp wordt aangevoerd, is immers dat 70-plussers generiek kwetsbaar zijn voor het coronavirus. Als het kwetsbaar zijn voor COVID-19 als grondslag wordt genomen, dienen andere kwetsbaren een gelijk recht te krijgen. Het voorstel van de Kiesraad om het briefstemmen op aanvraag mogelijk te maken, was volgens de regering, zo volgde uit de toelichting op het ontwerp, praktisch niet goed uitvoerbaar. Maar door het briefstemmen niet voor aanvragers maar voor iedereen open te stellen, wordt in feite bereikt dat degenen die daaraan behoefte hebben en die in het voorstel van de Kiesraad daartoe een aanvraag zouden doen, gebruik kunnen maken van die extra mogelijkheid. Om die groep gaat het. Anderen zullen gewoon naar het stemlokaal gaan. De regering heeft tussentijds geen enkele inzet getoond om dat praktisch mogelijk te maken en met een spoedwetje te komen om de 70-jaargrens te schrappen.

Voorzitter. Een gelijke behandeling van kiezers is voor mijn fractie van het grootste belang. Dat zou voor alle fracties moeten gelden. Ik leg de minister enkele voorbeelden voor van kiezers die nu geen briefstemrecht krijgen. Een 55-jarige man met longemfyseem die van zijn longarts te horen heeft gekregen dat hij extra kwetsbaar is voor COVID-19. Een 48-jarige kankerpatiënt die chemotherapie ondergaat en terecht bang is voor besmetting. Een 23-jarige student wiens oma aan COVID-19 is overleden en die met angstvisioenen kampt dat hij ook besmet zal raken. Een 38-jarige kiezer die zeer zorgvuldig alle RIVM-adviezen opvolgt om zo veel mogelijk thuis te blijven, zo min mogelijk contact legt en erop rekent dat hij 100% veilig moet kunnen stemmen. Kan de minister uitleggen hoe zij het verdedigbaar vindt dat die vier kiezers geen briefstemrecht hebben en een gezonde man of vrouw van 72 jaar wel? Graag een reactie; ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter. Tot slot een heel andere bedenking. Het is goed dat coronakwetsbaren tegemoet wordt gekomen in deze tijdelijke kieswet. Het zou juist zijn als alle kwetsbaren de mogelijkheid hadden gekregen om per brief te stemmen, maar zover meent de regering niet te kunnen gaan. Dat heeft geleid tot de leeftijdsgrens. Maar staat Nederland straks niet in zijn hemd als terecht de vraag wordt opgeworpen of deze tijdelijke kieswet ertoe leidt dat bepaalde politieke partijen worden voorgetrokken? Uit kiezersonderzoek blijkt bijvoorbeeld dat vooral het CDA goed scoort bij 70-plus en dat D66 en GroenLinks weinig kans op steun maken. Door de 70-plussers — hoe goed bedoeld ook — een extra stemmogelijkheid te geven die anderen die bang zijn om naar het stemlokaal te gaan niet krijgen, komt de vraag op of deze wet niet leidt tot een onaanvaardbare en rechtens verboden beïnvloeding van verkiezingsresultaten. Die vraag wordt straks maar al te graag gesteld door landen die wij als rapporteur bij verkiezingen de les hebben gelezen. Is de regering zich hiervan bewust? Graag een helder en onwrikbaar oordeel van de minister hierover.

Tweede termijn

De heer Nicolaï (PvdD):

Voorzitter. Ik heb uitvoerig aandacht besteed aan de vraag of het gelijkheidsbeginsel niet geschonden wordt door de bepaling in de wet dat briefstemmen uitsluitend voor 70-plussers wordt opengesteld. Ik heb gemerkt dat bij andere Kamerleden toch wel een zekere schroom aan de orde is. De vraag is of we niet bezig zijn met een wet waarbij een criterium wordt gehanteerd waardoor het gelijkheidsbeginsel inderdaad geschonden wordt. Ik heb ook gemerkt dat bij anderen de bereidheid om er nu direct wat aan te doen niet aanwezig is, maar ik hoorde de heer Van der Burg ook zeggen dat we als de verkiezingen eventueel worden uitgesteld, een hele nieuwe situatie krijgen. Mijn fractie zou het toch wel heel belangrijk vinden om dan toch nog eens te kijken naar de mogelijkheid om dat briefstemmen voor iedereen open te stellen. Op dat punt heb ik een motie en die wil ik graag voorlezen.

De voorzitter:

Door de leden Nicolaï en Koffeman wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering heeft aangegeven dat het logistiek niet mogelijk zou zijn om voor de verkiezingen in maart 2021 briefstemmen voor iedere kiezer mogelijk te maken;

overwegende dat er een kans bestaat dat zich een situatie gaat voordoen waarin de verkiezingen moeten worden uitgesteld in verband met de COVID-19-epidemie;

overwegende dat als er geen logistieke onmogelijkheid meer is om briefstemmen voor iedere kiezer mogelijk te maken, het wenselijk is dat de regering heroverweegt of die mogelijkheid kan worden ingevoerd om ook andere kwetsbaren te beschermen;

verzoekt de regering om te onderzoeken of bij uitstel van de verkiezingen de wet met spoed kan worden aangepast teneinde uitsluitend voor de Tweede Kamerverkiezing in 2021 voor eenieder de mogelijkheid te openen om per brief te stemmen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter J (35654).

De heer Nicolaï (PvdD):

Voorzitter, dan het laatste punt. Mijn fractie is voor briefstemmen, maar dan moet het ook wel veilig en zonder fraudegevoeligheid kunnen. Het verbaasde mij enigszins dat de minister zich op het standpunt stelde dat ook een stempas die niet ondertekend is, kan meetellen. De minister zei het al, maar ik wil nogmaals vragen of zij kan vertellen uit welke bepaling in de wet voortvloeit dat die verplichting in artikel 11c, derde lid — "de kiezer ondertekent de op de stempas gestelde verklaring dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld" — voor sommigen niet zou gelden. Dat is de eerste vraag.

Daar wil ik een tweede vraag aan toevoegen, uit belangstelling. Er zijn kennelijk mensen die niet in staat zijn hun handtekening te zetten, daar hebben we het over gehad. Nou hebben we dat briefstemmen ingevoerd, maar dat was er vroeger niet. Hoe zat het dan als die mensen een volmacht wilden tekenen? Dat moet toch ook gebeurd zijn? En ik neem aan dat dat in zo'n situatie wel kon, maar ook met een verklaring erbij of een identiteitsbewijs waaruit bleek dat betrokkene niet in staat was om die handtekening te zetten. Dat brengt mij toch weer een beetje tot de vraag die andere leden ook gesteld hebben: zou het niet zinvol zijn om daar nog eens goed naar te kijken, om te voorkomen dat we in een situatie komen dat er straks bij de rechter gesteggeld gaat worden over de vraag of stembiljetten zijn meegeteld die niet meegeteld hadden mogen worden?

Voorzitter, dat was mijn laatste punt.