Bijdrage Nicolaï (PvdD) aan debat Tijde­lijke wet coro­na­toe­gangs­be­wijzen ("testwet") en quaran­tai­ne­plicht voor inrei­zigers uit hoog-risi­co­ge­bieden


"Personen die (nog) niet gevac­ci­neerd zijn, worden buiten­ge­sloten"

25 mei 2021

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken

Eerste termijn

Voorzitter,

Dank u wel.

Deze Eerste Kamer, voorzitter, moet zich vooral buigen over vragen als: kan het wetsontwerp uit oogpunt van rechtsstatelijkheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid door de beugel? Het valt mij op dat we vandaag hele verhalen hebben gehoord van de collega's, maar dat die toetsing, waar ik het zo direct over wil hebben, eigenlijk door weinigen voltrokken is. Ik hoorde wel bij de SGP een duidelijk accent. De heer Backer zou er even aan beginnen, dacht ik, maar daar kwam toch niet veel van terecht. Laat ik het roer dus maar eens overnemen.

Ik begin met de testwet.

Voorzitter,

Een senator die zich in deze testwet verdiept en serieuze vragen stelt aan de regering, mag toch rekenen op serieuze antwoorden. Dat hoort toch bij de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces en bij respect voor de positie van de Eerste Kamer.

Wat betreft de antwoorden op de vragen van onze fractie blijft dit kabinet zo onder de maat, dat ik mij afvraag wat voor zin het heeft over zo’n belangrijke zaak met de regering in debat te gaan. Na bestudering van de reacties op de eerste 14 vragen van onze fractie, bleek er nog op geen enkele vraag een serieus antwoord te zijn gegeven. Dat is toch onaanvaardbaar.

En er zijn toch heel eenvoudige vragen bij; ik herhaal er twee:

- hoeveel tijd die vereist is om de teststraat te bereiken en om een testresultaat te verkrijgen, acht de regering maximaal verantwoord om te kunnen spreken van voldoende toegankelijkheid van testbewijzen?

- is de regering bereid om de kosteloze testmogelijkheid minimaal 1 tot 2 keer per week ter beschikking te stellen?

Op die vragen werd geen antwoord gegeven, terwijl het toch om voor het wetsontwerp essentiële kwesties gaat.

Teststraten met de auto bezoeken mag volgens de regering – heen en terug - 60 minuten kosten. Wie geen auto heeft, zal er nog meer tijd voor over moeten hebben. Wie heeft daar nou zin in?

En als je je maar 1 keer in de maand kosteloos in een teststraat kan laten testen, en andere keren moet betalen, wat stelt die testmogelijkheid dan voor?

Voorzitter,

Waarom gaat de regering niet op die vragen in? Is dat omdat zij dan moet toegeven dat die hele testmogelijkheid nauwelijks iets voorstelt? Dat het ontwerp – voor zover dat ziet op andere voorzieningen dan onderwijs - om die reden in de prullenbak kan?

Wat onze fractie betreft is dat laatste het geval.

En al helemaal wanneer je ziet hoeveel gemeenschapsgeld gestoken wordt in het opzetten van teststraten die waarschijnlijk nauwelijks bezocht zullen worden door mensen die een theater, evenement, museum of horecagelegenheid willen bezoeken.

Voorzitter,

Door het ontbreken van toegankelijke testvoorzieningen creëert deze testwet bovendien een systeem waarin zij die op dit moment gevaccineerd zijn, maatschappelijk worden voorgetrokken. Onze fractie vindt dat onaanvaardbaar.

In dat systeem zijn de personen die niet gevaccineerd zijn (nog niet), die niet gevaccineerd kunnen worden en die niet gevaccineerd willen worden, buiten gesloten.

Is de regering nagegaan of organisatoren die in haar visie straks bij de deur mensen moeten gaan weigeren, bereid zijn om aan zo’n uitsluiting mee te werken? Graag een reactie.

Voorzitter,

Zulke maatregelen moeten proportioneel en noodzakelijk zijn. Onze fractie gaf praktijkvoorbeelden en stelde daar vragen over. Want waarom toegang zonder Coronatoegangsbewijs onaanvaardbaar zou zijn, is in veel gevallen niet begrijpelijk.

Neem een museum waarin meer dan 20 personeelsleden werken. Zij mogen daar volgens de antwoorden van de regering zonder vaccinatie en zonder testbewijs in het museum werken. Wel moeten de gebruikelijke coronavoorschriften in acht worden genomen (1,5 m, handen wassen enz.). Kennelijk wordt dat veilig geacht.

Maar waarom wordt het dan ineens onveilig als er bezoekers binnen komen, wanneer die zich aan diezelfde voorschriften houden?

Waarom zouden de personeelsleden onderling elkaar niet kunnen besmetten, maar de bezoekers en de personeelsleden onderling wel? Dat is toch niet uit te leggen? De heer Karakus had het ook over zaken die niet uit te leggen waren. Dit is een mooi voorbeeld.

Voorzitter,

Wat doen we met een wet die niet uit te leggen is, die bovendien handenvol geld kost voor teststraten die geen soelaas bieden en die ook nog eens een tweedeling in de samenleving oproept, waarbij niet-gevaccineerden als een soort nieuwe gehandicapten aan de kant staan?

Mijn vraag aan de regering is: moet je zo’n wetsvoorstel niet intrekken?

Of klopt het niet wat de Partij voor de Dieren en andere kritische fracties naar voren hebben gebracht?

Voorzitter,

Ik hoor graag van de minister wat ik hier fout zie.

Voorzitter,

Over de quarantainewet is mijn fractie niet minder kritisch

Een Eerste Kamer van wie verlangd wordt dat zij dient te toetsen of een wet in overeenstemming is met de grondrechten, of zij deugdelijk is gemotiveerd, of zij voldoet aan eisen van rechtszekerheid , en of zij uitvoerbaar is, is met dit wetsvoorstel snel klaar. Het voldoet evident niet aan die vier eisen.

Voorzitter,

Ik kom bij de kern van de wet.

Er geldt een verplichting om in thuisquarantaine te gaan op een door de betrokkene opgegeven adres. Bovendien zal degene die inreist – althans als de minister dat bepaald heeft – een quarantaineverklaring naar waarheid moeten invullen en zal hij die desgevraagd aan een toezichthouder moeten tonen.

Voorzitter,

In het vierde lid van artikel 58nb wordt de medewerkingplicht van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht nader uitgewerkt. In artikel 5:10 Awb is bepaald: “Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden”.

De kernbepaling in de quarantainewet luidt nu: “Gedurende de periode van thuisquarantaine is de betrokkene in het kader van de op hem rustende verplichting tot het verlenen van medewerking aan een toezichthouder, bedoeld in artikel 5:20, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, gehouden om bereikbaar te zijn voor een toezichthouder”.

Maar wanneer komt iemand de uit artikel 5:20, eerste lid Awb geldende verplichting tot medewerking niet na? Die verplichting kan niet inhouden dat iemand 24/24 bereikbaar is. De regering geeft toe dat als een toezichtouder aanbelt maar de deur niet wordt opengedaan, daaruit niet valt af te leiden dat er sprake is van een overtreding. Waarom zou dat anders zijn als de toezichthouder meerdere keren langs is gegaan en er telkens niet is open gedaan? De ene keer stond de betrokkene wellicht onder de douche, de andere keer sliep hij nog, de derde keer zat hij in de tuin, enz.

Ook het feit dat er diverse keren vergeefs telefonisch contact gezocht werd door de toezichthouder, zegt niks. Bovendien en niet onbelangrijk, waaruit blijkt eigenlijk dat betrokkene verplicht is een telefoonnummer achter te laten? In de quarantaineverklaring wordt dat niet vereist. En welke garantie is er dat betrokkene uiteindelijk niet op een ander adres zijn thuisquarantaine doorbrengt dan op het adres dat in de quarantaineverklaring was opgegeven? Bleek bijvoorbeeld de hotelkamer die hij geboekt had bij aankomst niet meer beschikbaar te zijn, zodat hij in een ander hotel een kamer moest nemen? Dat wist hij niet toen hij die verklaring naar waarheid invulde. Of bleek misschien de betrokkene, die had afgesproken om bij een vriend te gaan logeren en wiens adres hij dus in de quarantaineverklaring had opgegeven, bij aankomst toch niet welkom bij die vriend, zodat hij naar elders moest uitwijken? Het had ook nog gekund dat die vriend inmiddels corona had gekregen.

Voorzitter. De VNG wees er in haar brief van 22 april aan de Tweede Kamer op dat er geen werkbare handhavingsnorm in de wet staat. Met een plicht tot meewerken kon de toezichthouder niet uit te voeten, aldus de VNG. De heer Keunen wees daar ook al op. In de praktijk was handhaving niet mogelijk. Volgens de regering brengt de bewijslast immers mee — ik citeer uit het antwoord op vraag 19 van de Partij van de Arbeid — "dat een toezichthouder meerdere keren is langsgegaan, telefonisch contact heeft gezocht, een briefje met verzoek om contact heeft achtergelaten en er desondanks geen contact is geweest met betrokkene." In de brief van 22 april waarschuwde de VNG voor de extra druk op de toch al overbezette toezichthouders in gemeenten. In haar recente brief van 17 mei aan deze Kamer, die we allemaal ontvangen hebben, waarschuwt de VNG, ik citeer, "dat u zult moeten accepteren dat onze boa's en toezichthouders de handhaving niet meer sluitend krijgen."

Voorzitter. Vaststaat dat de inreiziger niet verplicht is om een telefoonnummer te verstrekken, dat het verblijfsadres dat hij opgeeft door omstandigheden buiten zijn schuld kan wijzigen, dat niet opendoen of de telefoon niet opnemen geen bewijs oplevert van het niet meewerken aan het onderzoek door de toezichthouder en dat ook nog eens de handhavingscapaciteit ontbreekt. Het is dus een niet-uitvoerbare wet en handhaving van de quarantaineplicht is niet verzekerd.

Voorzitter. Dat brengt me bij de keuze tussen vliegverbod en quarantaineplicht. In de nota naar aanleiding van het eindverslag verwijst de regering telkens naar dat 102de advies van het OMT waarvan zij beweert — de heer Karakus verwees daar in zijn verhaal ook naar — dat het OMT stelt "dat vooraf testen met een goed nageleefde quarantaine gelijkwaardig is aan een vliegverbod." Was dat maar zo, maar dat staat er helemaal niet. Wat er wel staat, hoort ertoe te leiden dat de Eerste Kamer dit wetsvoorstel niet aanvaardt en vasthoudt aan vliegverboden. Ik geef een lang citaat van het OMT: "Het OMT wil het evidente belang benadrukken van het tijdig inregelen van de naleving van quarantaine voor de zomervakantie in Nederland begint. Zolang de naleving van het quarantainebeleid in Nederland te wensen overlaat, is het belangrijk om reizigersstromen, vooral uit landen waar de verschillende VOC’s circuleren, tot een minimum te beperken. Naast het ontraden van niet-essentiële reizen kunnen vlieg- en aanmeerverboden hieraan bijdragen en dienen te worden gehandhaafd."

Voorzitter: "dienen te worden gehandhaafd". Nu de naleving van de quarantaineplicht onvoldoende verzekerd is, hebben we, zo zegt toch het OMT, niks aan dit ontwerp en moeten vliegverboden en het tegengaan van niet-essentiële reizen worden gehandhaafd. Mijn vraag aan de minister is hoe de regering in het licht van het OMT-advies het opheffen van vliegverboden kan rechtvaardigen nu de VNG waarschuwt dat de handhaving op de naleving van de quarantaineverplichting spaak zal lopen en bovendien de bewijslast praktisch ondoenlijk is. Dit kabinet wil de quarantaineplicht invoeren om de vliegverboden te kunnen opheffen, terwijl het OMT juist adviseert om dat niet te doen in de situatie waarin naleving niet voldoende kan worden verzekerd. En die laatste situatie doet zich voor. Er is dus noch sprake van een deugdelijk gemotiveerde regeling noch van een uitvoerbare regeling. Twee redenen reeds om dit wetsvoorstel af te wijzen. Of ziet onze fractie dit verkeerd? Gaarne een reactie van de minister.

Voorzitter. Ook de wijze waarop in het ontwerp wordt omgegaan met de rechtszekerheid en de grondrechten levert een obstakel op. De zogeheten menselijke maat is de laatste maanden ineens een modieuze leuze. Voor een bestuursrechtjurist zoals ik impliceert aandacht voor de menselijke maat dat in wettelijke regelingen met strenge verplichtingen voor de burger voorzien moet zijn in hardheidsclausules of in deugdelijke ontheffingsmogelijkheden. In deze wet is zo'n ontheffingsmogelijkheid niet opgenomen. De heer Backer, die er even op inging, vergiste zich. Er staat geen ontheffingsbevoegdheid in deze wet. Er staat dat de minister kan bepalen dat er zo'n ontheffingsbevoegdheid kan komen, maar die is niet gegarandeerd. Dat is in het licht van de discussie over de menselijke maat redelijk bizar.

Nog opmerkelijker is dat het advies van de Raad van State, die aandacht vroeg voor het opnemen van een ontheffingsmogelijkheid, door dit kabinet genegeerd is. Op de vraag van onze fractie daarover is het botte antwoord van de regering: "naar het oordeel van het kabinet zijn de belangen van betrokkenen hiermee voldoende geborgd en is het daarom niet noodzakelijk om te voorzien in een ontheffingsmogelijkheid voor individuele gevallen". Weg menselijke maat.

Voorzitter. Wie de menselijke maat vooropstelt, vindt in die botte afwijzing voldoende grond om het wetsontwerp af te keuren en een betere garantie voor de rechtszekerheid en de rechtspositie van individuele burgers te verlangen.

Dat brengt mij tot slot bij de aantasting van grondrechten en op een onderwerp dat, als we gaan nadenken over hoe de Wet publieke gezondheid voor de toekomst moet luiden, de volle aandacht verdient van regering en parlement.

Voorzitter. Wij zijn door een pandemie overvallen waarop ons wettelijke stelsel niet was voorbereid. De Wet publieke gezondheid kende al ingrijpende maatregelen van quarantaine en isolatie in geval van besmetting met een infectieziekte die behoort tot groep A. Zo biedt artikel 35 van die wet de mogelijkheid om iemand in quarantaine te plaatsen "indien er redenen zijn om aan te nemen dat die persoon recentelijk een dusdanig contact met een lijder of een vermoedelijke lijder aan een infectieziekte behorend tot groep A heeft gehad, dat deze persoon mogelijk met dezelfde ziekte is geïnfecteerd".

Het bijzondere aan de covidpandemie is nu echter dat er contacten kunnen zijn geweest tussen personen waarvan niet kan worden vastgesteld dat een van hen geïnfecteerd was, terwijl toch rekening moet worden gehouden met een mogelijke besmetting. Iemand die langere tijd in de buurt was van iemand met koorts en hoesten, zou weleens besmet kunnen zijn geraakt met COVID-19, terwijl nog helemaal niet is vastgesteld dat die ander die ziekte had. Ook kan het nog dagen duren voordat dit kan worden vastgesteld.

In het juridische kader van het huidige systeem van quarantaine in de Wpg zijn het eigenlijk spookbesmettingen. Eigenlijk kan iedereen hier om ons heen een besmetter blijken, zelfs al heeft hij nog geen symptomen. Dat geldt voor een willekeurig iemand die ik hier in Den Haag tegenkom net zo goed als voor iemand die gisteren met het vliegtuig uit Brazilië is aangekomen, geen enkel symptoom heeft maar in Brazilië met iemand in aanraking is geweest die met COVID-19 besmet was. Toch wordt de laatste opgesloten en de eerste niet. Daar wringt iets. Wat er wringt, is dat het opsluiten niet gekoppeld is aan — ik citeer — "redenen om aan te nemen dat die persoon recentelijk zodanig contact had met een vermoedelijke zieke, dat hij mogelijk besmet is". Daarom stelt de Raad van State terecht of we niet een grens overgaan, wanneer we mensen opsluiten op grond van het enkele feit dat zij weleens besmet zouden kunnen zijn, ook al is daartoe geen aanwijzing. Burgers stuurden honderden e-mails naar de senatoren. Een van hen waarschuwde dat we in een omgekeerde wereld komen te leven. "Een samenleving waarin gezondheid bewezen moet worden", zo schreef zij. Een ander waarschuwt dat u en ik niet langer gezien worden als gezonde wezens, maar dat we dit moeten aantonen. Wat betekent het eigenlijk wanneer de regering het principe loslaat dat iemand onschuldig, gezond, is, totdat het tegendeel bewezen wordt?

Voorzitter. Met zulke vragen slaan we de spijker op de kop. De omkering van de bewijslast is goedbeschouwd de kern van de quarantaineverplichting. Ik sluit af. Die verplichting gaat uit van een totaal ander beginsel dan dat van ons tot heden geldende wettelijke stelsel. Gezondheid wordt niet meer verondersteld, maar moet bewezen worden. Zijn we ons wel bewust welke weg we opgaan? Dat vraag ik de ministers die hier aanwezig zijn, maar ook mijn mede-senatoren. We zetten met de twee wetten die vandaag aan de orde zijn een stap in een denkrichting die de zoekende mens, waarover collega Verkerk het had, een moeras laat inlopen.

Ik dank u en ik wacht de reactie van de regering af.

Tweede termijn

Dank u, voorzitter. We hebben veel e-mails gekregen van mensen. Veel van die e-mails hadden als teneur: ik kom in een soort rare twist terecht; ik moet straks gaan bewijzen dat ik gezond ben. Dat is een soort omkering van de bewijslast. Ik heb de vraag gesteld waar we mee bezig zijn als we zo'n samenleving aan het creëren zijn, maar daar is de minister niet op ingegaan. De heer Verkerk zei: dat is eigenlijk het onjuiste frame. Het frame hoort te zijn: toon aan dat je een ander niet kan besmetten. Maar maakt dat nou wat uit? Want als je zegt dat je moet aantonen dat je een ander niet kan besmetten, zeg je dan eigenlijk niet: we gaan ervan uit dat je besmettelijk bent en toon maar aan dat je het niet bent? Als ik heel goed nadenk over wat dat betekent, vraag ik me af of we op de goede weg zijn. In het kader van doorgaan met nadenken over de Wet publieke gezondheid zou ik heel graag willen dat we deze vraag eens heel goed tot ons laten doordringen. We zouden ons ook met z'n allen heel goed moeten gaan afvragen of dit een samenleving is die wij willen.

Voorzitter. Ik heb nog een paar vragen. Ik ben overigens graag samen met de heer Verkerk op weg naar de vrijheid, maar als Eerste Kamer moet je dan wel kijken of de regelingen die daarvoor gemaakt worden, deugen. Over de quarantainewet — ik noem die maar even zo — heb ik toch nog een beetje een plagende opmerking, want ik ben en blijf jurist. Als je kijkt naar artikel 58ne, dan staat daar dat er op de inreizer de verplichting rust om een papieren of digitale verklaring naar waarheid in te vullen, waarin hij verklaart dat hij na inreis onverwijld in thuisquarantaine zal gaan op zijn woonadres of op het opgegeven adres van een verblijfplaats. Het kan best zijn dat op het formulier ook nog ergens staat "telefoonnummer". Iemand die dat formulier invult, kan bij telefoonnummer "n.v.t.", "niet van toepassing" schrijven, als hij Nederlander is — we gaan er overigens alsmaar van uit dat het om Nederlanders gaat, maar het kunnen zeer goed buitenlanders zijn die uit een zeerhoogrisicogebied Nederland inreizen — en dan is hij niet in overtreding. Dat is wel heel juridisch, want er staat niet dat hij verplicht is om een telefoon te hebben en er staat ook niet dat hij verplicht is om een telefoonnummer op te geven.

En de tweede misschien enigszins juridische vraag hoort er ook bij. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zei dat het bijzondere van dit wetsontwerp is dat we er eigenlijk ook mensen die niet met het vliegtuig komen, mee in de greep nemen. Maar ik zou wel willen weten welke mensen met de auto uit een zeerhoogrisicogebied komen. Dat begrijp ik niet. Ik hoorde de andere minister zeggen: nou, die zijn er niet, want men komt eigenlijk altijd met een vliegtuig. Maar je zou je kunnen voorstellen dat je met een vliegtuig uit Brazilië naar Lissabon vliegt en vervolgens met de auto inreist in Nederland. De juridische vraag gaat erover dat daar staat dat het gaat over degene die in het Europese deel van Nederland inreist en voor inreis heeft verbleven in zo'n gebied. Als hij uit Duitsland of België Nederland inreist, heeft hij in Duitsland of België verbleven. Als de minister zegt dat hij daarvoor in Brazilië heeft verbleven, dan zou ik als jurist of als Raad van State zeggen: ik heb ook weleens in Suriname verbleven, dus als ik vanuit België Nederland inreis, zou ik ook zo'n verklaring moeten ondertekenen, want Suriname is ook nog een hoogrisicogebied. Dan hoort er dus bijvoorbeeld een termijn te staan van dat je ergens verbleven hebt. Maar dat staat er allemaal niet. Als je dat juridisch bekijkt, staat er eigenlijk dat, als je inreist, je moet kijken waar je vandaan kwam. Je kwam uit Duitsland of België met de auto en dan geldt dus niet wat beide ministers veronderstellen, namelijk dat je dan uit een hoogrisicogebied komt. Daar zou ik toch graag nog een antwoord op willen.

Ik wil in ieder geval beide ministers bedanken voor deze lange dag, vooral de minister die ik af en toe een sjaal om zag doen omdat het toch best wel koud is en die toch maar de hele tijd moest zitten wachten voor de uitgebreide beantwoording.

Dank u wel.