Bijdrage Leen­stelsel


20 januari 2015

Voorzitter,

De kernvraag die we vandaag met elkaar lijken te moeten beantwoorden is, of leden in dit huis die de PvdA, D66 en GroenLinks vertegenwoordigen, zich zullen lenen voor wat het ‘sociaal leenstelsel’ is gaan heten.

Dat is zorgwekkend, omdat dit huis tot voor kort bekend stond als de chambre de réflection, waar wetten beoordeeld werden op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, waarbij de leden van dit huis kozen voor een ongebonden opstelling.

Sinds we te maken hebben met moeizame coalities en gedoogakkoorden, hebben partijen steeds vaker de neiging het op een akkoordje te gooien, koehandel te bedrijven meer dan het uitvoeren van een inhoudelijke toets. Krampachtig in te zetten op fractiediscipline en het volgen van de aan de overzijde gemaakte afspraken die leden van dit huis op geen enkele wijze zouden moeten binden.

Dat heeft ertoe geleid dat de berichtgeving over deze wet zich in de media verengd heeft tot de vraag of er 3 of meer leden in dit huis van PvdA, D66 en GroenLinks te vinden zullen zijn die vanavond tijdens een hoofdelijke stemming tegen dit wetsvoorstel zullen stemmen.

En mocht dat het geval zijn, dan zal de berichtgeving in de komende dagen gedomineerd worden door de vraag of het stemgedrag van zogeheten dissidenten te maken zou kunnen hebben met de kansen die ze al dan niet van hun partij kregen op een nieuwe termijn.

We hebben een soortgelijke ontwikkeling meegemaakt tijdens de behandeling van de wet die vrije zorgkeuze dreigde te belemmeren, we hebben dat gezien tijdens de behandeling van het woonakkoord en we zien dat ook rond de behandeling van deze wet: de inhoudelijkheid van onze toetsing wordt nogal uiteenlopend beleefd, en dat is zorgelijk.

Ik vind het belangrijk deze olifant in de Kamer te benoemen, niet alleen omdat ik de Partij voor de Dieren vertegenwoordig, maar omdat helder moet zijn dat het er vandaag alle schijn van heeft dat niet alleen de inhoudelijke toets bepalend lijkt te zijn voor de gemaakte afwegingen.

Voorzitter, geld lenen kost geld. En brengt risico’s met zich mee. De overheid heeft zich, wijs geworden door schade en schande, opgeworpen om burgers in dit land te waarschuwen tegen de financiële risico’s die ze aangaan door geld te lenen.

Het enige dat de minister zegt over de leningen die studenten aan moeten gaan volgens de nieuwe wet is: “laat je niet gek maken” .

De eerste leningenverstrekker uit de commerciële sector die dat in z’n advertenties zou zetten in plaats van de verplichte disclaimer, zou direct aangepakt worden door de AFM. De LSVB bestrijdt deze gang van zaken rond het leenstelsel via een klacht bij de AFM, waarbij ze aandacht vraagt voor het feit dat OCW en DUO de regels met betrekking tot het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen niet naleven.

Er is geen verplichte bijsluiter die scholieren en studenten voorlicht over de gevolgen van het aangaan van de studielening. Nog steeds niet, terwijl die scholieren en studenten zich al een week voor behandeling van het wetsvoorstel in dit huis hebben moeten melden bij de opleiding van hun keuze. Waarmee ze dus ook de keuze hebben moeten maken voor het aangaan van een studieschuld waarvan de omvang en voorwaarden bij de meesten van hen nog totaal onbekend waren en zijn.

De minister heeft gezegd dat ze, wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, alle leerlingen van 5 HAVO en 6 VWO een brief zal sturen met nadere uitleg, maar dat zal op geen enkele wijze de noodzakelijke voorlichting met terugwerkende kracht kunnen regelen, nog los van de vraag hoeveel informatieve waarde er van zo’n brief uit zal gaan. Hoe verhoudt zich het sturen van een brief als voorlichting ten opzichte van zo’n ingrijpende stelselwijziging, vraag ik de minister? Graag een reactie.

Voorzitter, OCW en DUO zouden als kredietverstrekkers moeten voldoen aan de “geld lenen kost geld” bepaling; ze zouden expliciet moeten waarschuwen tegen het aangaan van schulden. De minister lijkt zich daarvan niet bewust. Niet alleen zei ze op de grote studentendemonstratie tegen het leenstelsel dat “studenten zich niet gek zouden moeten laten maken” , eerder, op 5 november, zei ze tijdens het debat in de Tweede Kamer dat “lenen heel normaal is”.

Kan de minister uiteenzetten waarom ze het lenen van geld tot norm wil verheffen, waar de overheid juist op alle terreinen probeert burgers ervan te overtuigen dat geld lenen helemaal niet als normaal gezien zou moeten worden.

Die terughoudendheid zou in het bijzonder moeten gelden bij het verstrekken van leningen aan minderjarigen. Handelingsonbekwame burgers die zich op advies van de minister in de schulden steken, omdat dat, “heel normaal zou zijn”.

Kan de minister aangeven wat de rechtsgevolgen zullen zijn wanneer een handelingsonbekwame student een studieschuld aangaat zonder de vereiste toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger? Graag een reactie!

De minister is van plan om door de invoering van het leenstelsel de voorwaarden van de lening van een MBO-scholier die doorstroomt naar het HBO, eenzijdig te wijzigen. De minister dwingt deze studenten akkoord te gaan met nieuwe leningsvoorwaarden voor de oude “MBO-schuld”.

De wijziging van de leningsvoorwaarden met terugwerkende kracht voor de oude “MBO-schuld”, is lijnrecht in strijd met de rechtszekerheid. Is de Minister bereid deze geplande rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid voor MBO-ers op te heffen? Graag een reactie.

De AFM moet erop toezien dat OCW en DUO de aangeboden producten en terugbetalingsregels ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Maar DUO ziet, in een door haar zelf uitgevoerd onderzoek, met name problemen optreden bij:
- De afschaffing van de basisbeurs en omzetting naar leenmogelijkheid;
- Ophogen van de aanvullende beurs in het studiejaar 2015-2016;
- De invoering van het “levenlanglerenkrediet”;
- De uit te geven vouchers;
- Flexibiliseren terugbetaling studieschuld;

Over het “levenlanglerenkrediet” wordt zelfs gesteld dat het niet realistisch is om dit in het voorjaar van 2016 te kunnen verwerken. Het vermoeden van tekortschieten op de uitvoerbaarheid van het wetsontwerp wordt in een onderzoek van KPMG bevestigd.

Voorzitter, wij hebben vandaag de opdracht vast te stellen of de wet uitvoerbaar is. Daarover zijn grote twijfels bij de uitvoerende instanties. Kan de minister aangeven hoe ze met die twijfels wil omgaan, welke garanties er zijn dat de wet uitvoerbaar zal zijn en dat studenten niet tussen wal en schip vallen?

Voorzitter, wat mijn fractie betreft gaat dit debat over fundamentele waarden. Onderwijs is een van de meest fundamentele bouwstenen van een beschaafde samenleving.

Wat de Partij voor de Dieren betreft, gaat het daarbij om goed onderwijs, niet om een rendementssysteem waarin je toekomstige bijdrage aan de economie steeds bepalender wordt. De discussie gaat dus ook over de vraag wat kwaliteit dan precies is.

Toegang tot onderwijs voor iedereen, ruimte om jezelf te ontwikkelen, ruimte om te ontdekken waar je goed in bent, waar je talenten liggen, waar je hart ligt, daarbij een verkeerde inschatting mogen maken en de ruimte hebben om die te herstellen; dat zijn kernwaarden voor een onderwijssysteem dat de kwaliteit heeft waar de Partij voor de Dieren belang aan hecht, en ik dacht D66, de Partij van de Arbeid en GroenLinks ook.

De Partij voor de Dieren vindt dat we verder moeten werken aan het realiseren van het ideaal van gelijke kansen voor iedereen, in plaats van het, om te draaien en de toegankelijkheid van het onderwijs waarop we in dit land zo trots waren sluipenderwijs weer af te breken, wat nu dreigt te gebeuren. Want als je opgroeit in een omgeving waarin doorleren niet vanzelfsprekend wordt gevonden, kun je wel wat aanmoediging gebruiken, bijvoorbeeld in de vorm van een basisbeurs, oftewel een voorziening voor jouw ontwikkeling en voor de samenleving als geheel. Dan heb je er niet zo veel aan als iemand in Den Haag zegt dat je gewoon lekker zelf in je kracht moet gaan staan, dat je een bijsluiter moet lezen of dat je een businesscase had moeten maken voor jezelf.

Aan dit leenstelsel is niks sociaal, behalve het etiket dat er opgeplakt is door politieke marketeers.

Dezelfde politieke marketeers die eerder aannemelijk hebben proberen te maken dat je veel beter af bent met een geprivatiseerd kabelbedrijf, met geprivatiseerd openbaar vervoer, dat het veel fijner is als we allemaal doorwerken na ons 65e, dat het leven mooier is zonder postkantoor, dat een streekziekenhuis geen toegevoegde waarde heeft, dat je niet te zwaar moet tillen aan je pensioen, dat giroblauw helemaal niet past bij jou, maar dat je maar beter naar een commerciële bank kunt voor je beleggingshypotheek, dat Europa best belangrijk is en dat je beter Euro’s dan guldens in je portemonnee kunt hebben, kortom politieke marketeers die bereid zijn knollen voor citroenen te verkopen.

De vraag is waarom politici zich lenen voor dergelijke verkooppraatjes, waarin ze tegen beter weten in zijn gaan geloven, of waarin ze zelf ook niet geloven, maar moeten doen alsof in het belang van hun partij of van hun eigen politieke toekomst.

Stel je niet op als een dissident tijdens hoofdelijke stemmingen, volg niet je geweten, want dat kan je een verkiesbare plek kosten op de volgende kandidatenlijst. Het klinkt cynisch voorzitter, maar zo cynisch is de politieke werkelijkheid op dit moment geworden.

Gezinnen met een lager inkomen hangt nu een hoge studieschuld boven het hoofd, in heel veel gezinnen realiseren jongeren zich dat studeren er straks voor hen niet meer in zit, met dank aan de Partij van de Arbeid, D66 en Groenlinks, die zich in de Tweede Kamer gecommitteerd hebben aan een nieuwe vorm van schuldverslaving als nieuwe norm.

Schulden maken als hoofdvak tijdens je universitaire of HBO studie, als praktijkvak dat je de rest van je leven zal bijblijven en je zal achtervolgen als je een huis wilt kopen of andere verplichtingen wilt aangaan.

Studenten die dit jaar beginnen met hun studie, krijgen het zwaar. Een studieschuld die kan oplopen tot 30.000 euro.

Uit onderzoek van ABF Research blijkt dat 1 op de 10 scholieren op safe zal spelen en van een studie zal afzien. Zo lopen we het risico dat duizenden talentvolle jongeren niet gaan studeren.

Nu al is de totale studieschuld -na de hypotheekschuld- de grootste schuldenberg van Nederland, en met dit leenstelsel zal de schuld van studenten, buiten hun schuld, alleen maar toenemen. Het is een oude politieke truc, heb je geld nodig, pak dat dan van een grote groep burgers en maak het uitgesteld voelbaar.

Levert het kleinste risico op op verzet, omdat schulden in de toekomst perspectivisch verkleind lijken. Wie dan leeft, die dan zorgt. En de huidige generatie politici die vanavond moet stemmen over het leenstelsel is tegen die tijd allang afgezwaaid.

In de haast om dit 'schuldenstelsel' in te voeren, wordt het kritische advies van de Raad van State rucksichtslos terzijde geschoven. De Raad van State gelooft bijvoorbeeld niet dat de vermeende investeringen in onderwijs zullen worden waargemaakt. Het is bovendien helemaal niet zeker of de beloofde investeringen in een volgend kabinet werkelijk in ons onderwijs zullen worden gestoken.

Studenten zullen Nederland ontvluchten zodra het nieuwe leenstelsel wordt ingevoerd. Daar waarschuwt hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger voor. In Duitsland is het collegegeld afgeschaft en in België bedraagt het collegegeld niet meer dan 600 Euro.

Waarom moet studeren in Nederland zoveel duurder en onaantrekkelijker zijn dan in de ons omringende landen, vraag ik de minister? Huisvesting is elders goedkoper, studie goedkoper, levensonderhoud goedkoper. En in Nederland moet je ook nog vaker dan in de ons omringende landen loten voor een studie met als risico dat je in een dure stad met weinig woonruimte-aanbod wordt geplaatst.

Waarom beweert de minister in interviews in gesprek te zijn met diverse vertegenwoordigers van studenten, terwijl dat niet het geval is? FNV Jong zelf werd nadrukkelijk genoemd, terwijl FNV Jong stelt consequent door de minister buiten de deur gehouden te zijn.

Het onderzoek dat FNV Jong onlangs samen met LAKS en JOB gepresenteerd heeft, is helder in z’n conclusies: jongeren hebben geen idee wat hen te wachten staat. Wat gaat de minister daaraan doen?

De website van het Ministerie van Onderwijs geeft nadrukkelijk aan dat er voor huidige studenten niks verandert. Dat is met het leenstelsel niet het geval: universitaire bachelorstudenten verliezen hun 4e jaar basisbeurs als het leenstelsel doorgevoerd wordt, iets dat nergens gecommuniceerd wordt en waar FNV Jong de afgelopen week tientallen telefoontjes over heeft gekregen van bezorgde studenten.

Kan de minister aangeven waar het misverstand vandaan komt dat zij meent in gesprek te zijn met FNV jong, terwijl vertegenwoordigers van die organisatie zeggen daarvan niets te weten?

Een andere vraag. Niet alleen studenten en scholieren zijn partij in deze nieuwe wetgeving, ze treft ook in het bijzonder hun ouders. Tot ons wendde zich gisteren Werner van Katwijk, belangenbehartiger van ouders met studerende kinderen. Hij stelt dat de voorstellen van de Minister op gespannen voet staan met art 13 lid 2 c van het Internationaal Verdrag inzake Economische Sociale en Culturele Rechten.

In het verdrag zijn internationale afspraken gemaakt over het geleidelijk aan kosteloos maken van het onderwijs waaronder het Hoger Onderwijs. De voorstellen van Minister Bussemaker nu betekenen een stap terug in de invoering van kosteloos hoger onderwijs en moet daarom in strijd worden beschouwd met (de werking van) het IVESCR verdrag.

Dat klinkt als een serieus en doordacht bezwaar waarover ik graag de visie van de minister zou willen horen.

Voorzitter, tot slot, tegen het voorliggende wetsvoorstel leven grote maatschappelijke bezwaren. Het opzadelen van studenten met een grote en langdurige schuld is wat mijn fractie betreft niet acceptabel. Het maken van schulden is een slecht voorbeeld voor jonge mensen. Het zien van je studie als business case vormt een serieuze bedreiging voor de ontwikkeling van jongeren met ouders in met name lagere inkomenscategorieën. We spreken hier eens en vooral over een bezuinigingsoperatie, hoewel dat begrip zorgvuldig vermeden wordt. De partijen die het voorstel steunen doen het voorkomen dat studenten meer voor minder gaan krijgen. Dat, voorzitter, is wat de Partij voor de Dieren betreft volstrekt ongeloofwaardig.

Dank u wel.