Bijdrage Inter­pel­latie uitstel AMvB grond­ge­bonden groei melk­vee­hou­derij


17 maart 2015

Voorzitter. Met stoom en kokend water is de melkveewet voor 1 januari door dit huis geloodst, een lege kaderwet met de belofte om 1 maart met een AMvB te komen ter nadere invulling. Een ongebruikelijke procedure, maar onder druk van het verlies van derogatie geaccepteerd. Maar de in het vooruitzicht gestelde termijn voor de AMvB voor de melkveewet van 1 maart is niet gehaald. Dit veroorzaakt grote onduidelijkheid over de gevolgen voor de sector, dierenwelzijn en milieu. De staatssecretaris weet dat zowel in dit Huis als aan de overkant een meerderheid grote zorgen heeft over de onbelemmerde grondloze groei die deze wet heeft mogelijk gemaakt. Zij kent de zorgen van deze partijen om de desastreuze gevolgen daarvan op het dierenwelzijn, het milieu en op het landschap, omdat de koeien in snel tempo uit de wei verdwijnen, en de melkveesector zo steeds meer verwordt tot een industriële veehouderij. De staatssecretaris beloofde een AmvB om de grondgebondenheid van de melkveesector alsnog wettelijk te regelen. Die Amvb zou van kracht worden voor 1 april, omdat dan de melkquota vervallen.

Maar, op vandaag, op 17maart, is die AmvB er nog steeds niet. De staatssecretaris is niet eens in staat om een tijdspad te schetsen van wanneer die er dan wel zou zijn. ‘Zo snel mogelijk’ - maar wel ná de verkiezingen. Er is maar 1 ding duidelijk, voorzitter: de coalitie is het niet eens over de toekomst van de melkveehouderij. En het is goed mogelijk dat deze politieke onenigheid de hele sector in gevaar brengt. Het uitblijven van maatregelen om de ongebreidelde groei van de melkveehouderij die nu al plaatsvindt te beteugelen brengt namelijk het fosfaatplafond snel in zicht. De derogatie – het recht van melkveehouders om meer mest uit te rijden en daardoor meer te vervuilen dan hun collega’s in andere landen, komt zo in gevaar. Het is op zijn minst opmerkelijk dat deze verdeelde coalitie bereid is om de toekomst van de hele melkveehouderij op het spel te zetten vanwege het politieke verschil van mening tussen VVD en PvdA.

Ik heb een aantal concrete vragen voor de staatssecretaris, en ik wil vragen eindelijk te komen met de concrete antwoorden die in de briefwisseling tussen Kamer en kabinet zijn uitgebleven.

1. Hoe komt het dat u er niet alleen niet in geslaagd bent de algemene maatregel van bestuur vóór 1 maart 2015 gereed te hebben, maar zelfs het overleg met de sector en maatschappelijke organisaties nog niet heeft plaatsgevonden? Kunt u klip en klaar duidelijk maken waardoor die vertraging is ontstaan en wat de gevolgen zullen zijn wanneer grote spelers in de sector de ontstane ruimte benutten om ongebreidelde, grondloze groeiplannen te realiseren?

2. U geeft aan op zeer korte termijn op bestuurlijk niveau met betrokken sector en maatschappelijke organisaties te kunnen overleggen over de invulling van de algemene maatregel van bestuur. Kan daaruit worden opgemaakt dat de uitbreidingen die de sector nu aangaat, niet onder de algemene maatregel van bestuur zullen vallen? Graag meer helderheid over het tijdspad.

3. Wanneer verwacht u dat de AMvB in werking kan treden? Hoeveel bedrijven zijn dan naar verwachting grondloos gegroeid of financiële verplichtingen aangegaan voor uitbreiding? Welke maatregelen zijn er getroffen om wildgroei te voorkomen?

4. In uw brief merkt u op dat tot de algemene maatregel van bestuur van kracht is, niet grondgebonden uitbreiding gewoon kan plaatsvinden, en daarmee de productie van fosfaat alleen verantwoord dient te worden zonder de aanvullende bepaling van grondgebondenheid. Hoe gaat u in de tussentijd voorkomen dat de fosfaatproductie het toegestane plafond overschrijdt? Bent u bereid uw voornemens ten aanzien van grondgebondenheid nu al in het Staatsblad te publiceren zoals eerder gebeurde in het kader van de herinvoering compartimentering (2011)?

5. Tot wanneer geldt de voorziening voor ondernemers die financiële verplichtingen zijn aangegaan, voordat zij wisten van aanvullende bepalingen? Geldt deze voorziening tot de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur? Bent u bereid toe te zeggen dat er geen soortgelijke voorzieningen getroffen zullen worden voor bedrijven die in het huidige tijdperk, waarin de algemene maatregel van bestuur nog ontbreekt maar voorzien is,toch uitbreiden?