PvdA: hang dat jachtgeweer toch eindelijk aan de wilgen!

Na 21 jaar van loze beloften is het de hoogste tijd

“Het doden van dieren louter voor het genoegen van een jager, zonder maatschappelijke noodzaak is niet acceptabel. Ik vind dat de jacht, mede vanwege de intrinsieke waarde van het dier, een maatschappelijk doel moet dienen.” Dat schreef staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) in een brief van 26 juni vorig jaar aan de Tweede Kamer. In de wet natuurbescherming regelde het kabinet dat de jacht – alleen op eend, fazant, houtduif, haas en konijn – mocht plaatsvinden overeenkomstig een van te voren opgesteld afschotplan dat onderdeel uitmaakt van een faunabeheerplan. Een ernstige afzwakking van eerdere beloften, waarin werd gesteld dat er helemaal niet meer gejaagd mocht worden zonder dat sprake was van nut of noodzaak.

Desalniettemin betekende deze voorgestelde verplichting nog steeds dat het afschot moest worden gepland, gestructureerd, geobjectiveerd en gemaximeerd, met inachtneming van de schadehistorie en de draagkracht van de populaties.

Dat voornemen strandde vervolgens op een amendement van de VVD en PvdA, waardoor het louter voor de lol schieten van hazen, eenden, houtduiven, konijnen en fazanten gewoon mogelijk zou blijven.

In strijd met het kabinetsvoornemen, in strijd met de wettelijk erkende intrinsieke waarde van dieren en in strijd met alles wat vrijwel alle partijen beloofden in hun verkiezingsprogramma’s van 2012: er zou een einde komen aan de jacht zonder nut of noodzaak, jacht die geen enkele andere reden kent dan louter het genoegen van de jager.

Eerder, in de nota Mooi Nederland beloofden D66, PvdA en GroenLinks nog ondubbelzinnig:

"Jacht is geen sport, maar een middel dat alleen indien nodig op professionele wijze, wordt ingezet in het kader van schadebestrijding en duurzaam populatiebeheer. De wildlijst (met vrij bejaagbare soorten) wordt afgeschaft.”

Lutz Jacobi, een van de opstellers van de Nota Mooi Nederland, beloofde namens de PvdA plechtig de plezierjacht definitief met wortel en tak uit te roeien.

"De PvdA is geen voorstander van jacht. Tenzij het de enig overgebleven oplossing is om bijvoorbeeld problemen van overlast op te lossen. Maar ook dan alleen onder strikte voorwaarden. Eerst moeten alle andere maatregelen uit de kast zijn gehaald om die overlast door dieren tegen te gaan en schade te bestrijden."

En toch, ondanks al die goede voornemens en mooie beloften, zwichtte de PvdA in de Tweede Kamer voor chantage van de VVD, die dreigde tegen de gehele natuurwetgeving te stemmen wanneer de PvdA de plezierjacht niet ongemoeid zou laten.

Dat klinkt als een knallend déja-vu.

In een vlammende brief van 24 februari 1994 liet toenmalig PvdA-lijsttrekker Wim Kok er geen enkel misverstand over bestaan:

Op onschadelijke diersoorten mag onder geen beding gejaagd worden. De PvdA zal zich ervoor inzetten de wet zodanig te wijzigen dat aan alle in het wild levende dieren de bescherming wordt geboden waar zij recht op hebben.

Ten tijde van de behandeling van de Flora- en Faunawet in 1996 stelden de leden van de fracties van PvdA, D66 en CDA dat de commerciële jacht en de plezierjacht niet meer op zijn plaats was. PvdA-woordvoerder Willie Swildens-Rozendaal zei dat het onlogisch is om een wildlijst te hebben in een wet die uitgaat van het nee, tenzij principe. “Er wordt niet gejaagd, tenzij er een bijzondere reden voor is”, zei ze. Exact zoals haar collega Lutz Jacobi het in 2013 herhaalde. Maar in NRC van 21 oktober 1999 stelde het PvdA-Kamerlid dat zij uiteindelijk toch voor de plezierjacht op vijf soorten was gezwicht om “de VVD op andere terreinen mee te krijgen”.

De geschiedenis lijkt zich te herhalen, weer kreeg de PvdA slappe knieën onder druk van de VVD.

De uitgangspositie was volkomen helder: de Groene Kieswijzer inventariseerde voorafgaande aan de verkiezingen van 2012 de standpunten over de plezierjacht van de Nederlandse politieke partijen. Daaruit bleek dat PvdA, VVD, CDA, D66, SP, ChristenUnie, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zich uitspraken tegen jagen zonder maatschappelijk belang. Ook de PVV heeft zich bij vele gelegenheden uitgesproken tegen de plezierjacht. En toch is de afschaffing van de plezierjacht geen gelopen race.

Dinsdag stemt de Eerste Kamer hoofdelijk over een voorstel om de Wet Natuurbescherming en de jachtwetgeving los te koppelen van elkaar via een novelle. Op die manier hoeft de PvdA niet langer met de VVD onder een jagershoedje te blijven spelen, maar kan ze eindelijk waarmaken wat de partij als sinds 1994 belooft: een einde aan de ongeclausuleerde jacht die geen enkel ander doel dient dan het plezier van de jager.

Er staat niets over in het regeerakkoord, de VVD zal heus het kabinet niet laten vallen op de hobby van 20.000 plezierjagers en er is een ruime meerderheid voor te vinden. Niets belet de PvdA om de diervriendelijke beloften van de afgelopen 21 jaar eindelijk waar te maken. Het kan tenminste een miljoen  dieren per jaar het leven redden.

In een wet die de “intrinsieke waarde” van dieren erkent, dat wil zeggen dat dieren een eigen waarde hebben los van hun nut voor de mens, is plezierjacht niet te rechtvaardigen. Zeker niet door een partij die al zolang belooft de plezierjacht af te schaffen en die in de positie is dat ook waar te maken.