Vragen Niko Koffeman (PvdD) over Europese Green Deal


PvdD vindt aange­kon­digde maat­re­gelen onvol­doende

Indiendatum: mrt. 2020

Inbreng schriftelijk onderzoek BNC-fiche Green Deal

Met de Green Deal biedt de Europese Commissie (EC) antwoord “op de mondiale uitdagingen op het gebied van klimaatverandering en de achteruitgang van natuur en biodiversiteit”, zo lezen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren in de brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de Eerste Kamer (36 377, p 2). Uit die brief blijkt een positieve grondhouding van het kabinet ten opzichte van de Green Deal, maar die grondhouding is met veel mitsen en maren omgeven.

De leden van de Partij voor de Dieren vinden de aangekondigde maatregelen in de Green Deal onvoldoende. De Europese Commissie toont nog steeds geen commitment om het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid grondig te hervormen, terwijl de veehouderij een van de grootste veroorzakers is van klimaatverandering en de landbouw zelfs de belangrijkste oorzaak van biodiversiteitsverlies. Toch gaat er de komende zeven jaar waarschijnlijk 365 miljard euro subsidie naar deze sector. Ook over de klimaatambities en het sluiten van vrijhandelsverdragen hebben de leden van de Partij voor de Dieren grote bezwaren. Dit, in combinatie met de reactie van het kabinet op de Green Deal, brengt onze fractie tot de volgende vragen:

  1. In de brief van de minister lezen wij dat het kabinet de Green Deal steunt, maar alleen als de benodigde beleidsmaatregelen proportioneel, uitvoerbaar en kosteneffectief zijn. Ook moet er draagvlak zijn voor de maatregelen onder burgers, overheden en marktpartijen. Hiermee wordt volgens de leden van de PvdD geen uiting gegeven aan de klimaatcrisis, die urgentie en daadkracht vereist. Bedoelt het kabinet met deze uitspraken te zeggen dat bij gebrek aan draagvlak geen steun en uitvoering zal worden gegeven aan duurzaam Europees beleid? En betekent dit dat de kosten die gemoeid zullen gaan met het bereiken van duurzaam beleid op korte termijn lager moeten zijn dan de baten die dat beleid oplevert op lange termijn om desastreuze gevolgen te voorkomen?

  2. Nederlandse energie is het minst duurzaam van de Europese Unie. In 2018 kwam 7,4 procent van de gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen. Dat is 6,6 procentpunten lager dan de 14 procent waar Nederland dit jaar van de Europese Unie aan moet voldoen. Een groot deel van die ‘hernieuwbare’ bronnen bestaat uit biomassa. De Europese Unie beschouwt biomassa als een duurzame energiebron. Voor de Partij voor de Dieren is het verstoken van hout geen oplossing voor het energievraagstuk, omdat dat niet duurzaam is. Voor het stoken van hout is massale boskap en vervuilend transport nodig en door de stook komen er fijnstof en andere ongezonde stoffen in de lucht. Toch krijgen kolencentrales van de overheid 11,4 miljard euro subsidie om over te stappen naar 100% biomassa en ook het stoken van houtpellets door burgers wordt gesubsidieerd. De Partij voor de Dieren wil dat het stoken van hout niet als duurzaam wordt bestempeld en niet langer wordt gesubsidieerd. Gaat het kabinet zich ervoor inzetten om biomassa buiten het duurzaamheidskader te laten vallen? En hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat Nederland zijn positie als hekkensluiter op het gebied van herbruikbare energiebronnen in de EU verbetert?

  3. De Green Deal rept met geen woord over het schrappen van de Europese landbouwsubsidies die haaks staat op alle maatregelen die in diezelfde Green Deal worden aangekondigd. Van 2021 tot 2027 voorziet de EU 365 miljard subsidie aan megastallen die leiden tot natuurverlies, vervuiling van grondwater, vermindering van biodiversiteit en onnoemelijk dierenleed. EU-commissaris Timmermans heeft in vragen van EP-lid Anja Hazekamp (PvdD) al aangegeven dat hij “eigenlijk niet” van plan is om deze subsidies te stoppen. Ook het blijven promoten van de verkoop en consumptie van vlees via Nederlandse spotjes als “kip, het meest veelzijdige stukje vlees” staat in schril contrast met de plannen van de EC en “het groenste kabinet ooit” om boeren te helpen om te schakelen naar kringlooplandbouw. Gaat dit kabinet het gesprek aan met de Europese Commissie om te stoppen met landbouwsubsidies en dat geld te steken in beleid dat past binnen de grenzen van de draagkracht van de aarde en die niet te koste gaat van dieren, natuur en klimaat?

  4. Het kabinet steunt het voornemen van de EC om meer in te zetten op trein- en schoner binnenvaartvervoer, maar betreurt het dat er in de Green Deal geen aandacht is voor disruptieve innovatie in de luchtvaart, zoals elektrisch vliegen (p. 9). Gaat de minister in Brussel alsnog aandacht vragen voor deze broodnodige technische innovaties? En hoe verhoudt zich de steun voor duurzame mobiliteit tot de plannen om Lelystad Airport te openen en Schiphol te laten groeien tot 540.000 vluchten per jaar? De Partij voor de Dieren pleit voor krimp van de luchtvaart om de klimaatdoelen van Parijs te halen en de overlast voor omwonenden en dieren rondom de luchthavens te stoppen.

  5. Op pagina 11 van de brief staat dat het kabinet het ‘do not harm’-principe steunt, waarmee wordt geborgd dat Europees beleid niet schadelijk mag zijn voor een duurzame toekomst. Ook moet bij het beleid rekening worden gehouden met klimaat, milieu en mensenrechten. Toch steunt dit kabinet de EU-handelsdeal met Mercosur. Beide zijn naar de mening van de Partij voor de Dieren onverenigbaar. Waar trekt de minister de grens als het gaat om het sluiten van handelsdeals met regeringsleiders die zich niets aantrekken van mensenrechten, van klimaat en van noodzaak om onze bossen te beschermen?

    De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien de reactie van de minister graag tegemoet.