Bijdrage - Ratificatie van het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Senator Christine Teunissen sprak over het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het heeft jaren geduurd voordat de Eerste Kamer de ratificatie van dit verdrag kon bespreken. Maar nu het zover is, wil de Partij voor de Dieren zeker hebben gesteld dat het inclusief denken, waarbij iedereen als gelijke wordt gezien en behandeld, onderdeel gaat uitmaken van onze maatschappij. Gaat de overheid wel voortvarend genoeg te werk om een dergelijke mentaliteitsverandering te bewerkstelligen? Lees de volledige bijdrage van senator Teunissen hieronder.

 

Voorzitter,

Iedereen is voor de wet gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen. Voor sommigen is het een passage uit Animal Farm, voor anderen is het de dagelijkse praktijk. Het ‘inclusief denken’ lijkt zich in veel gevallen te beperken tot de groep zonder problemen. En dat is het probleem wat we hier en nu bespreken, eindelijk.

Even boodschappen doen of een bezoek aan een café of een park. Naar je werk in de ochtendspits. Naar een restaurant of bibliotheek. De gewoonste zaak van de wereld, maar niet vanzelfsprekend voor ruim twee miljoen Nederlanders met een beperking. Onze samenleving heeft een handicap, we kunnen ons maar moeizaam voegen naar mensen die noodzakelijkerwijs extra aandacht behoeven. De wijze waarop onze samenleving is ingericht kent drempels die nodig geslecht moeten worden. Vaak legt het belang van de zwakkere het af tegen het recht van de sterkste, ook mensen met een beperking ervaren dat maar al te vaak aan den lijve. Letterlijk.

 Architectuur richt zich nog steeds te zeer op mensen zonder beperking, het openbaar vervoer is niet vanzelfsprekend een logische wijze van vervoer is voor mensen in een rolstoel, en zelfs op school is het nog lang niet altijd geregeld dat iedereen op gelijke wijze toegang kan hebben tot de lessen. De ratificatie van dit verdrag is een belangrijke stap in de emancipatie van een grote groep mensen in onze samenleving. Het verdrag biedt kansen op letterlijke drempelverlaging, heel belangrijk en nog lang niet overal goed geregeld, maar het verdrag behelst nog veel meer. Deelname aan de samenleving op voet van gelijkheid, gelijke behandeling, in alle opzichten, van mensen met een beperking. Het gaat over de inclusieve samenleving die niet alleen wettelijke gelijkheid biedt maar werkelijke gelijkheid. Hiervoor is een mentaliteitsverandering nodig van exclusief naar inclusief denken. Dit verdrag is daartoe een belangrijke aanzet, maar in het echte werk, de schouders onder zo’n mentaliteitsverandering naar inclusief denken moet nog beginnen.

De ratificatie van het VN-verdrag zou het startschot kunnen zijn voor zo'n mentaliteitsverandering. Maar voorzitter, is het voldoende om vanzelfsprekend te maken wat nu nog niet vanzelfsprekend is? Ademen deze wetsvoorstellen een voldoende diep gevoelde inclusiviteit?  

Gedurende de behandeling van dit verdrag zijn talloze voorbeelden gepasseerd die laten zien dat het inclusieve denken nog allerminst verankerd is in onze samenleving.

Gaat de noodzakelijke verandering met voldoende kracht ter hand genomen worden?  Laten we eerst  kijken naar de wetsvoorstellen zelf, het proces en de inhoud. De extreme vertraging, het gebrek aan middelen voor het ontwikkelen van een nationale implementatiestrategie en nationaal actieplan  getuigen op z’n zachts gezegd nou niet echt van tomeloze  ambitie en prioriteit om inclusief denken tot norm te verheffen. Toegankelijkheid als uitgangspunt, in plaats van als uitzondering moest nota bene te elfder ure per amendement aan de wet worden toegevoegd.

Veel voorbeelden van gebrek aan inclusief denken zijn genoemd tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer. Zo schetste voorzitter Eva Westerhof van het Dovenschap een zeer schrijnende situatie: als slechthorenden een plekje krijgen in het regulier onderwijs, moeten ze toch gewoon meedoen aan de luistertoets.Omdat het onderwijssysteem horende doof is voor de noden van mensen met een beperking, ook al worden ze welwillend tegemoet getreden, voldoende is dat vaak niet.   Gerrit van der Meer gaf schrijnende voorbeelden van problemen die niet met een bredere deur of gangpad op te lossen zijn. Zo zijn computers met brailleregels bijvoorbeeld niet gegarandeerd als logische voorzieningen in de Participatiewet. En da's heel lastig als je zonder dat niet kunt functioneren.


Voorzitter, een paar weken terug kreeg deze Kamer bezoek van Helma Verhoeven en haar hulphond. Zij maakt drie jaar geleden samen met haar hulphond Banios een voettocht van maar liefst 250 kilometer van Cuijk naar Den Haag. De route werd uiteindelijk twee keer langer dan nodig zou moeten zijn, omdat Helma steeds moest omlopen om in een hotel te kunnen overnachten dat haar en haar hond toeliet. Geen plaats in de herberg, 2016 jaar na Christus.  Verreweg de meeste hotels weigerden hen de toegang. Aangekomen in Den Haag bood zij de Tweede Kamer een petitie aan met de oproep voor een wettelijke regeling waardoor iedereen met een hulphond of blindegeleidehond toegang wordt gegarandeerd tot winkels, hotels en andere voorzieningen. Het gebrek aan vanzelfsprekendheid daarvoor is bij uitstek een voorbeeld van gebrek aan inclusief denken en handelen. Een motie van Esther Ouwehand werd aangehouden omdat het Kabinet zei met spoed aan een wetsvoorstel te werken dat dit regelt. Deze ratificering moet dat wetsvoorstel vervangen. Mijn vraag is op welke termijn wij nu inderdaad kunnen zien dat mensen met hulphonden niet langer structureel geweigerd mogen worden in openbare ruimten. Vandaag hebben we in dit huis een gepensioneerde hulphond op bezoek, de Partij voor de Dieren hoopt dat er een signaal van kan uitgaan om dieren niet langer uit te sluiten van het openbare leven, zeker niet in gevallen als deze. Graag een heldere reactie over wat we mogen verwachten aan maatregelen om de openbare ruimte ook voor hulphonden toegankelijk te maken.  

Voorzitter, er komt een plan van aanpak om tot  een meer inclusieve samenleving te komen. De Partij voor de Dieren wil graag weten hoe inclusief dit plan zal worden. Er zijn al zoveel rapporten en adviezen geschreven  waar talloze aanbevelingen staan om in dit stappenplan op te nemen, gericht op praktische aanpassingen, maar ook op een noodzakelijke mentaliteitsverandering.Hoe gaan we voorkomen dat het stappenplan een hinkstapsprong wordt voor mensen met een beperking?  De vraag welke werkwijzen nodig zijn om dit tot stand te brengen, is door vele organisaties, zoals de Coalitie voor Inclusie en het College voor de Rechten van de mens, beantwoord met vele adviezen.
Mij viel op dat in hun adviezen cliëntenparticipatie en -zeggenschap veelvuldig genoemd werd. Inzet op versterking van de cliëntenbeweging, beleidsmakers, ondersteuners en hulpverleners die met de cliënten praten en niet over hen als nieuwe vanzelfsprekendheid. Cliëntenparticipatie en cliëntenzeggenschap moeten centraal staan en ervaringsdeskundigen moeten rechtstreeks worden betrokken bij het beleid. Mijn vraag is in hoeverre ervaringsdeskundigen worden betrokken bij het plan van aanpak en in hoeverre het kabinet in de voorbereiding ruimte heeft gemaakt om met cliënten te spreken over hun wensen en ervaringen?  

Voorzitter, bewustwording en beeldvorming zijn van doorslaggevende betekenis in het al dan niet totstandkomen van een inclusieve samenleving. De meeste bewustwording en beeldvorming komt bij mensen tot stand door in aanraking te komen met goede voorbeelden in de praktijk. De coalitie van inclusie stelt dat de overheid hierin kan sturen door organisaties tot die goede praktijken aan te zetten. Bijvoorbeeld door een publiekscampagne te organiseren om het VN-Verdrag bij veel Nederlanders te laten ‘landen’, waaraan mensen met een beperking zelf meewerken. Dat is een concrete suggestie voor de vormgeving van bewustwording en beeldvorming in de praktijk. Voorzitter, kunnen wij maatregelen tot bewustwording en beeldvorming verwachten in het plan van aanpak?In welke vorm en op welke termijn? Graag een reactie.

Tenslotte, voorzitter, pleit de Partij voor de Dieren voor het totstandbrengen van een breed inclusief denken, ook buiten de grenzen van Nederland. Zo’n 1 miljard wereldbewoners, onder wie veel mensen met een handicap, profiteren niet van economische ontwikkeling en worden niet bereikt met hulp. Zonder gerichte inzet van overheden, hulporganisaties en bedrijfsleven zal dit zo blijven. De  nieuwe koers die het kabinet met ontwikkelingssamenwerking heeft ingezet, drastisch bezuinigingen en de omvorming van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking tot het ministerie van “hulp = handel”, zal mensen met een handicap verder achterstellen en uitsluiten van noodzakelijke hulp en mogelijkheden tot emancipatie. Een steeds groter deel van het ontwikkelingsgeld gaat naar mensen die hulp behoeven, maar naar het bedrijfsleven. Naar ondernemers in Afrika en Azië, maar ook naar ondernemers in Nederland. ‘Helpen’ maakt steeds vaker plaats voor ‘investeren’. En het belang van de armsten moet steeds vaker ook in het belang zijn van ons, de rijksten. Al in 2013 trok Ton Dietz, directeur van het Afrika Studiecentrum, aan de bel. Hij concludeerde na breed onderzoek dat ontwikkelingsinitiatieven geen effect hebben op het leven van de zeer armen en dat vooral mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap (…) en mensen uit minderheidsgroepen zijn kwetsbaar en oververtegenwoordigd onder de extreem armen. In alle afspraken met arme landen moeten daarom bepalingen worden opgenomen hoe ook het meest kwetsbare deel van de bevolking kan meedelen in ontwikkelingssamenwerking. Daarom zie ik in het plan van aanpak ook graag de incorporatie van het VN-verdrag in het ontwikkelingsbeleid terug.  Graag een reactie.

Dank u wel.